dinsdag, augustus 02, 2016

A single monkey with a single red button

Ah, de doodstraf. De brute oplossing van een nog brutere samenleving die in feite nog nooit iets opgelost heeft. Ik zou er in se misschien niet tegen zijn, als er een garantie aan verbonden zou kunnen worden dat er nooit iemand onterecht ter dood veroordeeld wordt. Maar dat kan niet, en bijgevolg is elke serieuze overweging om dit in te voeren niets meer dan een gênant toegeven aan de eigen onmacht.

Zoals slimmere mensen al terecht opmerkten, het hele doodstraf voorstel is vooral bedoeld om de grenzen van het discours te verleggen, zodat andere onmenselijkheden plots een beetje minder onmenselijk lijken. “Sure, we luisteren mensen af zonder gerechtelijk onderzoek; sure, we houden onschuldige mensen uren onder schot en noemen het achteraf hun eigen schuld; sure, we zullen eens kijken of we mensen onbeperkt kunnen vasthouden zonder proces; maar de doodstraf, nee, dat niet, dat gaat ons te ver (en misschien fronst Europa dan toch ook wel naar ons, als waren we Neder-Turkije).”

De stabiliteit van oorlog

Maar dit soort voorstellen lijkt me een logisch gevolg van de hele rits oorlogen die overheden allerhande tegen hun eigen burgers hebben uitgeroepen. Oorlogen tegen de armen, tegen de druggebruikers, tegen de terroristen, ze worden gevoerd met dezelfde strategieën als de Eerste Wereldoorlog: er is een vijand en die gaan we kapot maken, koste wat kost. Dat dit niet bepaald de efficiëntste strategieën zijn, merk je misschien aan het dodentol dat armoede en druggebruik, en in mindere mate terrorisme, op hun geweten hebben. Gelukkig krijgen we binnenkort straaljagers met nucleaire capaciteit?

Kijk, dit zijn complexe concepten met een veelheid aan oorzaken, een groot aantal variabelen en moeilijk meetbare factoren, en zonder eenvoudige oplossingen. Maar al dit wij-zij denken, dit bouwen van muren, in het echt en in ons hoofd, al dit ontmenselijken van de ander en verheerlijken van die primaire tribale reflex, dit kan onmogelijk goed eindigen op een planeet die de uitputting nabij is, met bewoners die een slechte dag verwijderd zijn van elkaar uit te roeien op een zo efficiënt mogelijke wijze.


Just read the damn book

Wat dan wel? Ik zou vage, ietwat hippy-dippy zaken kunnen vertellen, en dat doe ik ook af en toe, maar ik ga vooral ‘Utopia for Realists’van Rutger Bregman aanraden. Want voor we een betere wereld kunnen maken, moeten we eerst een idee hebben hoe we willen dat die er uit zal zien. Gelukkig krijgen we binnenkort straaljagers met nucleaire capaciteit…

dinsdag, maart 29, 2016

It's a sad, sad, panda...

ING lanceerde een tijdje terug een reclame campagne gericht op morele relativiteit. “Wij zorgen ervoor dat uw geld opbrengt; wat u ermee doet is uw zaak.” Met als bijkomende impliciete boodschap natuurlijk “Stel u niet te veel vragen over hoe wij zorgen voor uw opbrengst.” Maar, hè, banken. Zoals Penelopé Cruz als zei: what did you expect?

Het reclamefilmpje dat erbij hoorde, was best goed gemaakt, over een man die voor de zoveelste keer trouwde en waarschijnlijk niet voor de laatste keer. Een beetje triester en zieliger dan ze waarschijnlijk bedoelden, maar grappig genoeg. Al zegt het wel wat over het doelpubliek dat ze hopen te bereiken. In dezelfde campagne was er ook een pre-Star Wars filmpje gemaakt, met als slagzin ‘De light side of de dark side? Het is uw keuze. We doen alles om het mogelijk te maken.’ Het is nog een veel sterkere uiting van morele relativiteit, die eigenlijk symptomatisch is voor het kapitalistisch relativisme waar onze maatschappij van doordrongen is. Er is niets ‘goed’ of ‘slecht’, er is enkel ‘winstgevend’ of ‘verlieslatend’.

Als de slagzin was geweest ‘Malarianetten voor Afrika of kindhoertjes in Thailand? Het is uw keuze.’ zou het kot vast te klein geweest zijn, maar in se is het verschil tussen de twee verwaarloosbaar, als je enig besef van the dark side hebt. Doe wat u wil, wars van enige menselijkheid of wettelijkheid, wij zullen u ondersteunen (als u geld hebt, uiteraard). Classy.

“Maar, Folkeuheur!” Ja, daar ben je weer, jengelende lezer. En ik weet al was je gaat zeggen, dat ik een grote nerd ben en al dit soort zaken veel te serieus neem en dat dit natuurlijk nooit de bedoeling was en si en la. Goed, ik geef het toe, ik ken the Sith Code, het credo van the dark side. Maar weet u wie dit ook kent (het was een hele omweg, maar we zijn er geraakt)? Bart De Wever.

Dat hij het kent zegt op zichzelf natuurlijk niets, behalve dat Bart De Wever een grote nerd is. Maar hij spreekt ook zijn bewondering uit voor the Empire: “Veel beter gestructureerd, mooie uniformen, die mannen hebben hun zaken op orde.” Je weet wel, dat fictieve rijk dat op geheel onsubtiele wijze is geïnspireerd door nazi Duitsland en Mussolini Italië. Hij zegt het natuurlijk in de eerste plaats omdat hij een relneef is, het minder interessante en minder geïnspireerde familielid van de relnicht. Maar toch lijkt dwepen met fascisme, zelfs al is het fictief fascisme, niet de beste zet voor een politicus, en al helemaal niet voor een burgervader. Al leg ik mijn verwachtingen vast te hoog voor iemand die duidelijk het kapitalistisch relativisme meer genegen is dan het idee dat alle mensen broeders zijn, Ode an die Freude be damned.

Tot slot (sorry, de coherente conclusies zijn ten hemel opgestegen): aanslagen zijn heel erg en angstaanjagend, maar als ik onmiddellijk de ramp met de Herald of Free Enterprise (193 doden door een onnozele menselijke fout) voor de geest kan halen, is “zwartste dag sinds de Tweede Wereldoorlog” dan niet nodeloos pathetisch? Of was het doelbewust pathetisch?

Ach, hier, heb een bezitterige panda.

maandag, november 16, 2015

For the love of my wife

Afgelopen vrijdagnamiddag voelde ik voor het eerst in een lang tijd voldoende frustratie om nog eens een blogpost te schrijven. Simone van Saarloos, de jonge, Nederlandse filosofe die zich in zeer matig Nederlands (“jij wilt”? “temperaturen” als werkwoord waar ze gewoon ‘meten’ bedoelt?) wil afzetten tegen het “monogame dogma”, maar daarbij vooral te kennen geeft dat ze nog echt jong is en maar moeilijk voorbij het spannende verliefheidsconcept kan kijken.

Ik had er al een tijdje over nagedacht, over die post; ik zou moeten oppassen om niet al te oud en cynisch over te komen, misschien door het gebruik van een term als ‘ware liefde’, maar dan niet met mierzoete fantasietjes, eeuwigdurende passie en andere illusies. Eerder met zaken als stabiliteit, geborgenheid, vertrouwen, het werk dat je er sowieso moet insteken, en de gigantische return-on-investment die je daar uithaalt. (Er was nog wat werk nodig om dat stuk iets minder klinisch te maken.)

Ook zou ik het over haar denkfout hebben, waarin ze lijkt te denken dat monogame mensen maar met één iemand een liefdesrelatie, laat staan een relatie tout court hebben. Ik heb genoeg mensen naast mijn vrouw die ik liefheb, en die mijn leven vervolledigen op manieren die mijn vrouw niet kan of niet wil. Zo zou het geen probleem mogen zijn om eens naar een concert of een skigebied te gaan met iemand anders dan je (primaire) partner. Dat betekent echter niet dat ik seks met hen heb (gelukkig maar, in de meeste gevallen).

Wijzen op het feit dat relaties die op ‘frictie’ draaien meestal geen lang leven beschoren zijn, stond eveneens hoog op mijn lijstje, monogaam, polygaam, of wat dan ook. Maar ik zou er ook op moeten wijzen dat ik polyamorie niet per definitie afwijs. Toch niet bij anderen, ikzelf heb nu al te weinig tijd om mijn ene primaire relatie en tig andere relaties te onderhouden. Het schreeuwen om het afschaffen van “het monogame dogma” lijkt me echter iets dat in elke andere generatie wel eens terugkomt, maar slechts in zeldzame gevallen overleeft tot op middelbare leeftijd. Relaties zijn immers veel werk, en hoe hechter hoe meer werk.

Maar dan werd het vrijdagavond en leek dit alles een stuk minder relevant. Ik kroop wat dichter bij mijn vrouw om mijn pessimistische zelf wat te temperen en hoopte dat de jonge, Nederlandse filosofe toch minstens één iemand had om zich ook tegenaan te kunnen drukken.

Of toch zeker deze link.

donderdag, oktober 08, 2015

Misschien is het maar beter zo

Ey, ik sta in de krant!

Achter een paywall, weliswaar, dus krijgen jullie hier het hele, deprimerende tekstje, zonder de foto die me er de hele tijd aan herinnert dat ik best die tuinmuur nog eens probeer schoon te maken.


‘Als mijn generatie pessimistisch is over de toekomst, is dat wellicht omdat de problemen van vandaag nog altijd dezelfde zijn als twintig jaar geleden’, zegt Folker Debusscher, webbeheerder bij de socialistische mutualiteiten. ‘Groeiende ongelijkheid, verwoesting van het milieu, misdaden tegen de mensheid: zulke zaken los je niet op individueel niveau op en alle structuren en instanties die hiermee bezig zouden moeten zijn, schieten keer op keer schromelijk tekort. Er is geen alternatief, lijkt het wel, behalve de afgrond waar we allemaal langzaam naar op weg zijn.’

Het bewijs daarvoor vindt Debusscher in discussies die – helaas – decennialang actueel blijven. ‘Als je bijvoorbeeld aan het nut twijfelt van absurd dure gevechtsvliegtuigen met nucleaire mogelijkheden, word je naïef genoemd. Terwijl er geen enkele rationele gedachtegang is die begint met dat soort vliegtuigen en eindigt met een veiligere wereld. Maar als mensen bang zijn, hebben ze niets aan rationaliteit en willen ze enkel een schuldige en wat stoere praat.’

‘Toch denk ik niet dat alle hoop per se verloren is. Veel mensen, ook ik, leven bewuster, proberen hun negatieve impact te beperken en waar ze kunnen wat tijd of geld vrij te maken voor wie het nodig heeft. En dat bewustzijn is soms best vermoeiend. Als mijn vrouw en ik nadenken over kinderen, kan het niet enkel nog over ons en over het kind gaan, maar moeten we de hele wereld meenemen in die overweging. Willen of niet, want dat perspectief zit er intussen ingebakken. Ik ben geen wereldverbeteraar, maar ik wil wel mijn best doen om de wereld niet slechter te maken. Al vrees ik dat het nog veel erger zal worden voor het beter wordt.’

woensdag, september 30, 2015

Kabeltje trekje

Nu ik mijn vrouw eindelijk zo ver gekregen heb om voor haar gsm-abonnement over te stappen van Telenet naar Mobile Vikings, werd het ook eens tijd om te kijken of we geen beter/sneller/ongelimiteerd/goedkoper internet konden krijgen bij een andere provider dan dat Telenet. Een luxeprobleem in feite, maar we kijken genoeg Netflix, zo blijkt, dat een downloadlimiet van 100GB net te nipt is om dit de hele tijd in hoge definitie te doen.

Maar dat was buiten de waard gerekend, die sinds kort enkel als Proximus door het leven gaat. Wij leven immers in een huis dat hip en modern genoeg is om niet over een vaste telefoonlijn te beschikken. En dat is, blijkbaar, het einde van het verhaal. Want er is geen enkele mogelijkheid om een vaste lijn te laten aanbrengen in een bestaand huis zonder ook ineens klant te worden van Proximus. (Als je iets bouwt, kan het wel, voor een overzichtelijke €90.) Dat levert me echter niet zo veel op, want voor dezelfde prijs krijgen we dan hetzelfde downloadlimiet, een iets hogere snelheid en een installatie kost van €60 die vast toch niet het leggen van de vaste lijn dekt. Oh, en een aansluiting bij Proximus, natuurlijk, wat ik toch ten allen prijze wil vermijden.

Jammer, dat, maar toch ook een beetje misbruik van monopoly, lijkt me. Want als Proximus per se als enige die kabels mag leggen (wat ik wel snap, anders krijg je binnen de kortste keren een onontwarbaar kluwen), zouden ze toch ook de mogelijkheid moeten bieden om niet-klanten zo kabel te verstrekken.

En dus blijven we nu bij ons zeer pejoratief genaamde ‘Basic Internet’, “Voor een basis internet gebruik” (volgens mij is ‘internetgebruik’ één woord), met downloadlimiet en matige snelheid. En kijken we naar Netflix op de standaarddefinitie. The horror…

maandag, september 21, 2015

Tandengeknars in een glas water

Dat dit een nieuwe blogpost waard is, na zo veel maanden stilte waarin zo veel gruwel en onnozeliteiten de revue passeerden, verbaast mij evenzeer als u, misschien zelfs meer. Maar toch, hier zijn we, om even de nodeloze dramatiek aan te kaarten van “De grote verliezer van de verkiezingen was de democratie”

Beetje context: er waren gisteren Griekse parlementsverkiezingen, de eerste na de boksmatch tussen Syriza, de linkser-dan-waar-Europa-zich-comfortabel-bij-voelt regeringspartij van het (toen en nu) noodlijdende Griekenland en de Europese Troika, die ongeveer evenveel menselijkheid en economische logica aan de dag legde als een karikaturale loanshark; “stap één, betaal ons terug, stap twee, kijk of er nog genoeg geld over is om je gezin eten te geven.” Niet bepaald een feest van de democratie, die onderhandelingen.

Om dan nu de verkiezingen, waar 55% van de kiesgerechtigden voor opdaagde, een nederlaag voor de democratie te noemen, lijkt me simpelweg een beetje onnozel. Omdat het verre van de laagste opkomst is voor verkiezingen in Europa in de laatste vijf jaar (bijvoorbeeld bij de Nederlandse gemeenteraadsverkiezingen in 2014 daagde maar 53% op). Omdat bij de vorige twee parlementsverkiezingen in Griekenland (januari van dit jaar en juni 2012) de opkomst telkens rond de 63% schommelde. Omdat ik me kan inbeelden dat het weinig zin lijkt te hebben om opnieuw en opnieuw naar een stembus te trekken als de verkozen regering en waar ze voor staan vervolgens toch wordt weggehoond door mensen als Schäuble en Dijsselbloem

Van Overtveldt is ondertussen ontgoocheld, ik neem aan omdat het plan in de eerste plaats was om Syriza weg te krijgen. "De uitlatingen van Tsipras als premier zeggen veel: dat het huidige financieringprogramma van Griekenland wel onderhandeld moest worden, maar dat het niet met zijn volle hart is gebeurd. En die man moet dat dan gaan uitvoeren?" Zo’n uitspraak zegt veel over zijn gebrek aan introspectie. Een Vlaams-nationalist, wat heeft die eigenlijk te zoeken in een Belgische regering? Zo iemand kan toch nooit met volle overtuiging de job doen waarvoor-ie verkozen is? Verraadt hij zijn functie of zijn overtuiging?

Wel, euh, sorry voor het storen en ga gerust verder waar u gebleven was. En tot de volgende keer, als er weer iets kleins in de marge mij mateloos stoort, terwijl ik het grotere onrecht schouderophalend laat passeren. Of was het schokschouderend?

dinsdag, juni 02, 2015

The truth, the whole truth, and nothing but the truth

Het grootste probleem met leugendetectors is niet dat ze fysieke symptomen van nervositeit meten. Dat vormt natuurlijk problemen met de betrouwbaarheid, zoals Ocean’s Eleven al overtuigend aantoonde. Maar zelfs als we daar voorbij zouden geraken en een apparaat kunnen ontwikkelen dat onomstotelijk bewijs levert of iemand al dan niet de waarheid spreekt, hebben we nog steeds geen mogelijkheid om zeker te zijn dat dit waar is.

Weg van de minste relevantie

De simpelste voorbeelden hiervan zijn, jammer genoeg, ook de minst relevante. Vraag aan een fascist en een anarchist wat het grootste probleem in onze maatschappij is, en ze zullen brullen over te veel en te weinig vrijheid, helemaal zeker van hun gelijk. We kunnen allemaal vast mensen bedenken die rotsvast overtuigd zijn van inzichten die, voor zo ver wij de wereld kennen, ronduit fout zijn. De kans dat deze mensen eigenlijk hetzelfde wereldbeeld hebben, maar dit verbergen omdat ze snode plannen aan het uitvoeren zijn, is zeer, zeer klein. Jammer genoeg.

“Maar Folkeu-heur,” merkt u niet geheel onterecht op, “daar wordt zo’n leugendetector toch niet voor gebruikt?! Het gaat over moordzaken, en zo. Criminelen! Mensen die moedwillige de sociale orde verstoren!” Los van die tamelijk kleinburgelijke visie op criminaliteit, klopt het natuurlijk dat er geen leugendetector gaat ingezet worden bij het zoeken naar oplossingen voor maatschappelijke problemen. 

I have a memory

Ik ben er zelf nog niet uit of er iets als een objectieve realiteit bestaat*, maar dat er geen objectieve beleving van die realiteit bestaat, laat staan een objectieve herinnering eraan, dat lijkt me dan weer logisch. Leuk weetje, helaas zonder bronvermelding: onze herinneringen aan een gebeurtenis worden, na verloop van tijd, vervangen door herinneringen aan onze herinneringen. Als een ettelijke malen overgetekend schilderij, telkens licht gewijzigd onder invloed van wie we op dat moment zijn, gaan onze herinneringen bij elk herinneren steeds wat verder afstaan van die objectieve realiteit. Maar dat is niet erg, want we weten toch wat die was? Behalve natuurlijk bij al die keren dat ooggetuigen een dader aanwezen die in de verste verte niet leek op de eigenlijke, voor-zover-mogelijk-objectief-vastgestelde dader. 

Neem nu deze man in dit artikel dat toevallig heel goed aansluit bij dit stuk. Een man die negen jaar geleden al dan niet zijn vriend heeft doodgeschoten. En die nu door een bedrijf dat beweert via fMRI-hersenscans**  te kunnen zien of iemand liegt of niet, volledig onschuldig wordt genoemd. Door een bedrijf dat vast al veel geld heeft gepompt in die techniek en nog meer geld nodig heeft (zeker zolang het nog nooit gebruikt is in een rechtszaak). Door een bedrijf dat ofwel Truthful Brain heet, ofwel No Lie MRI, dat is niet helemaal duidelijk.

Niet dat het per definitie oplichterij en hete lucht is (hoewel ik ondertussen best sceptisch ben), misschien kan het zelfs wel nuttig zijn, ooit, voor iemand, in een bepaalde omstandigheid. (Al geldt dat wel voor alles, neem ik aan.) Maar wat met de inherente onzekerheid van onze realiteit?

WAT MET DE INHERENTE ONZEKERHEID?!

Niemand die het weet…


*  binnen het referentiekader van het menselijke zijn, uiteraard. Daarbuiten zijn alle weddenschappen opgezegd (of uitgeschakeld, zoals Google Translate zegt).
** jaja, elke functional magnetic resonance imaging scan is een hersenscan, maar soms is duidelijkheid een pleonasme.

maandag, april 13, 2015

For science!

Het is me vorige keer duidelijk niet gelukt om u warm te maken voor the World Community Project. U weet wel (duidelijk niet), het programma dat als screensaver fungeert, maar uw computer eigenlijk een klein deeltje van een wereldwijde supercomputer maakt die helpt bij het onderzoek naar onder andere kanker en aids. Installeer het dus maar en help de wereld, zelfs als u denkt dat u uw computer altijd uitschakelt als-ie niet gebruikt wordt (proficiat, wel, maar dat doet u vast niet elke keer).

Daar wil ik het echter niet over hebben nu, want er is me iets veel fascinerender, maar oneindig veel nuttelozer onder ogen gekomen: the button. The Button!

Reddit, voor moest u het niet kennen, is een gigantisch forum, waar zowat elk denkbaar onderwerp een eigen onderdeel heeft, een zogenaamde subreddit.  Inclusief 'rule 34', al zou dat ons veel te ver leiden.
Op 1 april verscheen the button, een knop met ernaast een timer die terugtelt van zestig seconden. Elke keer iemand op de knop drukt, begint de teller terug van zestig. En iedereen mag slechts één maal op de knop drukken. "iedereen" is in dit geval "iedereen die vóór 1 april een Reddit account had". Afhankelijk van hoeveel seconden er nog op de timer stonden, krijg je een ander kleurtje achter je naam.

Ondertussen is het dertien april en is de timer nog niet op nul geraakt. Al meer dan zevenhonderdduizend mensen hebben op de knop gedrukt en hoewel de timer ondertussen al af en toe onder de dertig seconden duikt, blijft dit toch een zeldzaamheid.

Als u zich nu afvraagt wat het nut ervan is, benadert u het probleem vanuit het verkeerde perspectief. Net zoals het leven zelf, kan, mag en moet iedereen de eigen doelen bepalen. (En net zoals het leven worden er mooie visualisaties van gemaakt.)

Sommigen drukken niet en kijken neer op al wie dit wel doet, alsof hun onthouding hen beter maakt dan de rest. Anderen doen alsof ze tot de vorige groep behoren, in de hoop de timer sneller naar beneden te krijgen en dan alsnog te drukken. Want lager is beter, want zeldzamer; dat heeft iedereen wel door. Behalve de mensen die voor het eerst op de pagina komen en achteloos op de knop drukken. Is dat niet wat je doet met knoppen?

Niemand dit het weet.

Maar ik druk niet. Nog niet.

For science!



woensdag, april 01, 2015

De wereld is van helemaal niemand

Een artikel van De Morgen, gebaseerd op een Reddit-post, verhaalt de virtuele gruwel die mensen in The Sims uithalen. Mij is dat nooit gelukt, die fysieke en psychologische terreur. Ik wou winnen, verdomme! Vaardigheden maximaliseren en het opperste geluk uit het onderste van de kan halen, dat was mijn doel. Het lukte alleszins beter dan in mijn eigen leven. *sad trumpet*

Maar het lijden van de ene, is het entertainment van de ander. We zitten nog niet op het niveau van een nationaal spelprogamma, waarbij verschillende teams, elk met een verschillende, levensbedreigende ziekte (“Vanavond, ALS tegen Parkinson! Geen goed nieuws voor de zenuwen, dus!), het tegen elkaar moeten opnemen in een reeks grappige en (vooral) vernederende rondes, in de hoop wat geld en goodwill los te krijgen van een steeds minder geïnteresseerd publiek. Maar Kom op tegen Kanker geeft me toch elk jaar een wrang gevoel.

Voor we verder gaan: geen kwaad woord over Kom op tegen Kanker an sich. Zij vervullen een broodnodige functie in de huidige situatie en doen dat goed. Dus koop die single (die net als alle andere liefdadigheids-bekende-mensen-covers geen enkele muzikale meerwaarde biedt) en bedenk dan dat het toch wat schrijnend is dat dit de manier is waarop een aanzienlijk deel van het kankeronderzoek gefinancierd wordt.

Ik moet ook niet overdrijven, zo blijkt (alweer), want cijfers van de Stichting tegen Kanker (p.6) laten zien dat er in 2008 10 miljoen euro uit de filantropie kwam en 50 miljoen uit overheidsbronnen.  Al blijven dat allebei een type nootjes naar keuze in vergelijking met, ik zeg maar wat, de subsidies voor bedrijfswagens (800 miljoen [edit: sorry, zei ik 800 miljoen? Dat moest (€2.763*722.000 auto's =) 2 miljard per jaar zijn.], of straaljagers die nucleaire bommen moeten kunnen droppen (verschillende miljarden en ook “seriously, what the fuck, Belgium?”).

Individuen die bijdragen aan het verbeteren van de wereld, het zal uiteraard noodzakelijk blijven. Dus koop die single (liefst digitaal), smijt het weg en luister naar het origineel (want dat is beter).

En download eventueel tussendoor ook de applicatie van the World Community Grid, die als screensaver uw computer gebruikt als klein onderdeel van een wereldwijde supercomputer die berekeningen uitvoert voor onder andere kanker-, aids- en malariaonderzoek. Er zijn nog veel meer projecten en je kan zelf kiezen dewelke je steunt. Weinig moeite (zoals een Facebook-like), veel opbrengst (in tegenstelling tot een Facebook-like).

En zo komen we weer een stapje dichter bij die onvermijdelijke toekomst.

dinsdag, maart 03, 2015

Hoop doet van alles

Het is een eigenaardige zinsnede, die 'plicht tot sterven'. Wees gerust, ik ga me hier niet mengen in het huidige euthanasie'debat', voornamelijk omdat ik de bisschoppen oneerlijk vind in hun ad infinitum doorgetrokken argumenten. De huidige structuren en wetgeving zijn in de eerste plaats gericht op de bescherming van het individu en ik durf mijn hand er voor in een vuurtje te steken dat er in België nog nooit lichtzinnig euthanasie is gepleegd.

Anderzijds heb ik natuurlijk ook (net als de bisschoppen, vermoed ik) Soylent Green gezien. "Soylent Green is made out of people!" Dat is vast een mooie segue naar Dagen zonder Vlees, en de geïnternaliseerde schuldgevoelens die deze actie, nochtans gericht op bewustmaking en patroondoorbreking, blijkbaar oproept. Maar het gaat nu even niet over Dagen zonder Vlees.

De bisschoppen verwijzen smalend naar de plicht tot sterven die volgens hen de mensen aangepraat wordt. Ik wist niet dat iemand daar nog aan twijfelde, aan die plicht tot sterven. Natuurlijk niet in die karikaturale katholieke versie, waarbij het lief van de dochter (samen in zonde levend) klaagt over het vele geld dat het rusthuis van pepe kost en wordt het geen tijd dat hij niet enkel aan zichzelf denkt maar ook aan de last die hij voor zijn familie is, et cetera. Dat aanbrengen als reden voor euthanasie zal door geen enkele dokter* aanvaard worden.

Maar de plicht tot sterven is meer dan een flauwe retorische truck. Het is de essentie van ons menselijk bestaan. Elke generatie groeit op in de wereld van haar ouders. Voor ze echter zelf kinderen kunnen maken, moeten ze zich die wereld toe-eigenen. En dat is slechts een mogelijkheid als de vorige generatie op een bepaald moment haar schop afkuist. Enkel zo kunnen ideeën en maatschappij evolueren.

Tot voor kort hoefde er niet over nagedacht te worden. Integendeel zelfs, de katholieke kerk (om maar iemand te noemen) kon probleemloos haar "leven is goed, lijden is beter" doctrine verspreiden. Beter een leven in pijn, dan geen leven; er valt vast iets voor te zeggen, maar wat mij betreft mag elkeen dat voor zichzelf uitmaken. Tot we op het punt komen dat we de natuurlijke dood overwinnen.

Straks, over vijf minuten, vijf jaar, vijf decennia, vijf eeuwen, straks zullen we niet meer per ongeluk sterven. Iedereen leeft tot ze er genoeg van hebben. En plots vertraagt onze maatschappij. Kinderen worden uitgesteld, zijn niet meer nodig, hoogstens een frivole hobby. Dezelfde oude mannen en vrouwen (mag ik hopen, tegen dan) blijven eeuwen aan de macht, gebruiken dezelfde manieren en methodes om dezelfde dingen te doen. Onze maatschappij begint te kreunen onder haar eigen statisch gewicht, tot de barsten scheuren worden, en de scheuren beginnen af te brokkelen. Stagnatie is geen manier van leven en uiteindelijk blijven er enkel nog verstilde mensen over, the skeleton kings and queens, die zich afvragen wat het nut toch is van dit zich voortslepende tranendal.

De plicht tot sterven staat niet in tegenstelling tot het recht op leven. Integendeel, het ene kan niet bestaan zonder het andere. Maar we hebben geen inherente plicht tot leven, laat staan dat zoiets van hogerhand opgelegd kan worden. Hoogstens een recht op sterven, als ultieme manier om de eer aan onszelf te houden.

Om maar te zeggen: bel je ouders nog eens. Dat zullen ze vast fijn vinden.

* ja, ja, er zijn altijd kwakzalvers. Daarom heb je een second opinion nodig.

dinsdag, februari 24, 2015

Uplaké!

Zeg wat je wil over Uplace. Serieus, doe maar! Noem het een schande! Noem het een bron van werkgelegenheid! Noem het de beste shopervaring sinds Maasmechelen Village! Formuleer desnoods een argumentatie gebaseerd op de drogreden dat alles, inclusief leefmilieu en welzijn, moet wijken voor economische belangen.

Maar hoe voor of tegen je ook bent, (of hoe meesmuilend cynisch de hele affaire je ook laat), het valt ondertussen toch moeilijk te ontkennen dat de communicatie er rond gedomineerd wordt door de immer succesvolle combinatie van incompetentie en leugenachtigheid.

Case in point:
Op Facebook zie ik volgende post van Groen voorbijkomen (gelinkt naar dit artikel):

Intussen is ook gebleken dat Antea Group, het bureau dat het onderzoek uitvoerde, ook voor Uplace zelf werkt. Dat meldt de VRT Radio. Op de website van Uplace werd Antea Group zelfs vermeld als partner, maar die verwijzing werd in de loop van de ochtend weggehaald. Een woordvoerder van Antea Group ontkent dat er mogelijk sprake is van belangenvermeninging. ‪#‎Uplaceisnotmyplace‬ ‪#‎hetkananders‬

Nu ben ik zelf nieuwsgierig en weet ik hoe Google cache werkt. Wat blijkt? Antea Group is niet verwijderd als partner, maar de link naar hun site is wel verdwenen en ook de omschrijving is... aangepast. Ik wou schrijven 'subtiel aangepast', maar, ha, ja, tja. De cursivering is de mijne.

Oude versie (geen idee hoe lang zo'n gecachte versie blijft bestaan):

Antea Group is een onafhankelijk ingenieurs- en adviesbureau dat duurzame oplossingen levert voor voor de omgeving waarin we wonen, werken en onze vrije tijd besteden. Het bedrijf met 225 medewerkers is specialiseerd in een technisch integrale aanpak voor een publiek van overheden, instellingen en bedrijven. 
www.anteagroup.com

Nieuwe versie:

Antea Group is een multidisciplinair studiebureau en opereert lokaal en internationaal in opdracht van overheden, organisaties en bedrijven. De activiteiten kaderen binnen de sectoren infrastructuur, milieu, ruimte en water. Voor Uplace voerde ANTEA in 2010 het milieueffecten rapport uit of project MER.


De kleren van de keizer kan je nu al in Uplace kopen. Vlot bereikbaar, geen wachtrijen en net zo stijlvol als je zelf wil. Dat komt hier vast allemaal goed.

Uplaké!


maandag, januari 19, 2015

War is only a bad idea in hindsight

Ik ben geen anarchist. Dat heb ik in geen tijden meer moeten zeggen, maar wil ik nu, voor alle duidelijkheid, toch nog eens even expliciet stellen.  Anarchie is immers niets meer dan een volatiele tussenoplossing tussen stabielere structuren als krijgsheren of een democratie (zie ook: Civilization). Maar hoewel die eerste zin zeker wel juist is, is ze onvolledig. Het moet natuurlijk zijn:

Ik ben geen anarchist, maar…

Sinds kort heeft een of ander onguur sujet het op verrassend gezwinde wijze voor elkaar gekregen om soldaten op mijn straathoeken te zetten. Ik zou een mopje maken over hoe dat de eerste keer is sinds de Tweede Wereldoorlog, want dat is nog steeds mijn associatie als je zegt “soldaten op straat in West-Europa”, maar dat is vast een beetje naïef en zeker een beetje oneerlijk.  Niettemin lopen er nu gewapende soldaten door mijn stad en hebben de helft van de agenten plots MP5s vast. De redenen daarvoor zijn ofwel zwak (what he said), ofwel gewoon angstaanjagend dom (denk je echt dat meer vuurkracht dit probleem gaat oplossen, BDW?). Ik verbaas me echter meer over mijn eigen neigingen (in verband met al dat machtsvertoon), dan over het populisme van een populist. Want:

Ik ben geen anarchist, maar… 

Elke keer er mensen met zware wapens in mijn buurt zijn, voel ik een bijna onbeheersbare drang om ze te gaan porren. Niet speciaals, misschien een vinger die door de armopening van een kogelvrijvest in de ribben port. Of een beetje trekken aan die submachine gun terwijl ik vraag of het geladen is en of hij of zij ergens voor aan het compenseren is. Of een tapdansje op die schemerzone aan de neus van de schoen, waar de tenen zich slechts af en toe ophouden. Gewoon, om te kijken hoe hard je iemand met een (half-)automatisch wapen moet duwen voor ze terugduwen.

Nee, ik weet wel hoe het komt. België is in een noodsituatiekramp geschoten, door de aanslagen in Frankrijk (die gebeurden terwijl het leger al langer in de straten patrouilleerde) en de actie van de politie die een groot succes was met dertien arrestaties, twee doden (zeker jihadis, nog voor ze geïdentificeerd waren) en tien vrijlatingen (waarvan twee onder voorwaarden) een dag later. En iedereen is braaf en niet te kritisch, want anders heul je vast met de vijand, en al die soldaten staan daar niet voor niets!

Of, zoals ik het onlangs nog hoorde samenvatten:
“Als er dan echt oorlog van komt, en over een paar decennia wordt er hierover gediscussieerd, over de begindagen, over het leger dat plots wordt ingezet en onze privacy die we stukje bij beetje prijsgeven; gaan ze hier dan over zeggen “waarom lieten al die mensen dat zomaar toe? Waarom verzette niemand zich ertegen?””

Oops, there I go again with the World War II comparisons! Silly me!

donderdag, november 27, 2014

Interesting... No, wait, the other thing. Tedious!

Onzin moet kunnen. Af en toe wat gezever is nu eenmaal nodig, voor onze ontwikkeling en voor ons mentaal welbevinden. Laat niemand u ooit wijsmaken dat onzin per definitie onzinnig is.

Maar soms is onzin gewoon dat, onzin, zonder extra dimensie, zonder vergoelijkende eigenschappen. In de categorie “zonder zelfbewustzijn en ironie, en daardoor betrekkelijk gênant” kan de ‘BanBye’ campagne zeker wedijveren met UKIP dat meent dat Westminster Cathedral een moskee is. En dat is niet slecht voor studenten Communicatiewetenschappen. Al verdienen ze er ook geen schouderklopje voor.

Het begon nochtans goed. “Bij elk moment van beginnende verveling glippen onze handen richting broekzak[…]” Een oprechte getuigenis van een compulsieve masturbator (bestaat dat woord niet, Word? Liever masturbain? Neen?)? Nee, helaas, geen taboedoorbreking, geen humor, enkel een banale “we hebben geen écht contact meer met elkaar, want we zitten de hele tijd op onze smartphone”; ja, helaas, een oproep zoals we al kennen van de opkomst van de radio, de televisie en de computer (waarmee je tenminste écht geen contact met andere mensen had).

“We zijn het beu dat, wanneer we met vrienden, collega's of kennissen op stap zijn, de onlinewereld belangrijker is geworden dan wijzelf. We zijn het beu dat het oplichtend schermpje interessanter is dan onze discussies over de laatste aflevering van 'Safety First'. We zijn het beu dat, wanneer we iets gaan drinken onder vrienden, het schuim van het bier af is voordat de helft zijn lippen nog maar rond het glas heeft gezet.”

Het echte probleem wordt hierdoor pijnlijk duidelijk, natuurlijk. In plaats van dit aan te kaarten op die momenten dat je het beu bent, in plaats van er zelf op te letten en nadrukkelijk te kuchen als iemand je negeert ten voordele van de rest van de wereld, in plaats van een evenwicht te zoeken in je gedrag waar je zelf tevreden mee bent, in plaats van simpelweg face-to-face met je directe omgeving te communiceren over wat je wel of niet leuk vindt, in plaats daarvan besloten deze studenten om een internetcampagne te beginnen.

Dat dit tamelijk onproductief is, kan u vast ook wel zien. Echt gênant wordt het echter als we gaan kijken naar de achterliggende oorzaak. De vijf studenten denken immers dat ze niet meer kunnen wedijveren met een smartphone. Maar bij het lezen van hun opiniestuk wordt het duidelijk dat mensen in een zodanige mate niet geïnteresseerd zijn in wat ze te zeggen hebben, dat elke uitvlucht om het tergend saaie sociaal contact te vermijden het juiste is. De smartphone is gewoon het makkelijkste excuus. Zo hoeft niemand te zeggen dat ze liever hun kansen nemen als kalkoen tijdens Kerstmis, dan de conversatie verder te zetten. En vooral: zo hoeft niemand zich af te vragen of het moeizaam sociaal contact misschien haar oorzaak niet vindt één of andere maatschappelijke of technologische ontwikkeling, maar wel het gevolg is van intrinsieke, persoonsgebonden eigenschappen.

Dat is immers ook maar vervelend.

En nee, De Morgen, als je een stockfoto gebruikt van vier acteurs met telefoons en tablets, mag je er niet “Vier vriendinnen op café.” onderzetten. Dat is, zelfs goedbedoeld, een beetje leugenachtig.

dinsdag, november 18, 2014

Hoop en neer

“Lage prijzen voor elk budget” zegt de kerstgids van Fnac; “is dat niet net het probleem?” vraag ik me af. Nu ook mijn vrouw zich begint af te vragen of een belastingsverhoging voor zowat iedereen en een belastingsvermindering voor de rijken een goeie combinatie is, lijkt de winter echt aangebroken. Donkere dagen, donkere gedachten, het is vast een spreekwoord.

Maar hey, kijk, gelukstips. Al gaan die niet helpen tegen de resistente bacteriën die we aan het kweken zijn, onnadenkend dan wel ongeïnteresseerd. Maar hey, kijk, een energie-atol, beter laat dan kernenergie. Al zal dat een magere troost zijn als je een pinguïn bent die door een zeeleeuw begeerd wordt. Maar hey, kijk, Marvel blijft maar leuke films op de agenda zetten. Al voel ik het begin van een existentiële crisis als mensen een hele Folker aan gewicht verliezen.

Het is me wel een emotionele rollercoaster, dat internet. Maar hey, kijk, Almaci. Dat stemt me hoopvol.

donderdag, november 13, 2014

We spelen een spel vanavond!*

De borden die langs de snelweg staan met daarop boodschappen van algemeen nut, zijn vaak typevoorbeelden van haastige, slecht doordachte en slecht uitgewerkte campagnes. De laatste in een lange rij wil mensen zichzelf en/of hun kinderen een gordel laten dragen als ze in de auto zitten. Daar is op zichzelf natuurlijk niets mis mee. Ik vertel zelf graag de (bronloze) anekdote over een Amerikaan die fel en principieel protesteerde tegen zijn overheid, omdat ze hem dwongen om een gordel te dragen en dus zijn vrije meningsuiting fnuikten (want alles heeft betekenis). Long story short, hij werd het enige dodelijke slachtoffer in een auto-ongeluk, waarbij alle andere betrokkenen wel een veiligheidsgordel droegen.

Maar dus, die slechte verkeerscampagne. Ik kan jammer genoeg de afbeeldingen niet linken, want ik vind ze niet terug. Een BIVV campagne, had ik gedacht, maar daar staan ze niet tussen. Niet dat het veel uitmaakt, want voor zover ik kon zien vanuit een auto die aan een dikke honderd kilometer per uur over de snelweg scheurt, zijn het gewoon foto’s van pubers die op het punt staan een veiligheidsgordel vast te klikken, met daarover de woorden ‘Een slimme gast, klikt hem vast!’ dan wel ‘Een knappe griet, vergeet hem niet!’.

Ja, het is jammer dat ze er niet ‘een knappe gast’ en ‘een slimme griet’ van hebben gemaakt, maar ik kan me inbeelden dat niet iedereen al in de 21ste eeuw leeft. Goed, no harm done. Die komma’s, daarentegen, die staan daar prominent genoeg om iemand een C4 te geven. Wees gerust, in deze tijden van crisis vind je vast wel iemand die vlot, vriendelijk en stressbestendig is, en ook nog weet dat er tussen een onderwerp en persoonsvorm geen komma hoort. Barbaren.

Ach, gelukkig zijn er nog mensen die doortastend kunnen handelen, en maatregelen nemen die vast niet veel meer zullen kosten dan ze ooit kunnen opleveren, zoals het volledig identiteitsloze Midden-Brabant. Maar als we toch onnozeliteiten op het internet aan het gooien zijn: Menapië? Klein-Vlaanderen? Of misschien is het toch makkelijker om de stad Antwerpen te hernoemen? In dat geval heb ik twee voorstellen: Stromae (stad aan de stroom, immers), of gewoon Tstad, dan zou er voor haar bewoners niet veel veranderen.

* Midden-Brabant, M-B, MB!

maandag, oktober 13, 2014

Rot

Fictie, voor de Frappant TXT wedstrijd, waarvan ik door mijn eigen toedoen de deadline en de tweede, uitgestelde deadline gemist heb. Om het hele 'burn this place to the ground' gevoel wat te compenseren, vindt u hier een publicatie van Orlando Verde die "krachten [aanspreekt] die deze gemeenschap meer van ‘ons’ kunnen maken." (dixit Wouter Hillaert). Een iets nobeler sentiment dan wat ik hier meestal tentoonspreid.

De geuren en geluiden van het bos zijn dezelfde als toen.  Dorre bladeren kraken onder mijn voeten, maar dat stoort de kwetterende vogels niet. Pas als ik struikel over een verborgen boomwortel en luid vloek terwijl ik net niet val, zijn ze even stil. Met mijn vrije hand tegen de ruwe stam van een oude eik, zoek ik mijn kalmte terug. De vogels – ik denk dat ik roodborstjes en mezen herken – slagen er sneller in dan ik. Herinneringen komen ongevraagd bovendrijven. Ik adem diep in, maar de geur is zelf een herinnering. Dennennaalden, muffe grond en, licht maar onmiskenbaar, rot. Het voelt als thuiskomen, maar daarvoor ben ik te laat.

Wanneer ik het huis door de bomen heen zie, wissel ik de jerrycan van hand. Mijn armen branden allebei. Het huis is groener dan toen ik hier laatst was, een laag mos over de balken van de voorgevel. Maar de ramen zijn heel en als ik mijn sleutel met ingehouden adem in het slot steek (een beetje naar links, trekken aan de sleutel, draaien naar rechts) zwaait de deur krakend open. Alles zoals het is achtergelaten. Met een zware bons zet ik de jerrycan neer. De tafel is na al die jaren nog steeds gedekt voor twee. Achter de deur hangt haar jas aan de kapstok. De tijd perst zichzelf samen en ik beleef opnieuw die laatste momenten hier, bebloed en in paniek, en ik zet een wankele pas achteruit. De lucht ontsnapt uit mijn longen en ik adem diep in. Hierbinnen, stoffig en onbewogen en zonder een zweem van wie hier ooit geleefd heeft, verdrinkt mijn paniek in gelatenheid.

Een blik bonen in tomatensaus, lucifers, een pan en een lepel. Ik grijp ernaar zonder te kijken. Mijn ogen rusten op de nerven van de muur. Zelfs de patronen in het hout roepen herinneringen op,  maar ik slik ze weg en richt me op de bonen. Lang voor ze warm zijn, dwaalt mijn blik af, naar de andere deur, naar de andere kamer.  Er is daar niets meer voor mij. Dat weet ik zeker. Maar ik voel een drang om te gaan kijken, om zeker te zijn, echt zeker dat ze toch niet op de rand van het bed zit en naar mij knipoogt als ik binnenkom en alles een misverstand, een vergissing is geweest. Pas op het moment dat de bonen licht aan het aanbranden zijn, verbaas ik me erover dat het gasvuur nog werkt. Mechanisch werk ik alles naar binnen. De bonen smaken zoals in mijn herinnering. Ik kijk niet meer naar de slaapkamerdeur.

Een walm van benzine vult het hele huis, de jerrycan ligt leeg in een hoek van de kamer. Buiten steek ik een sigaret op, de eerste in een lange tijd. De tabak is oud en scherp en onaangenaam. De zon is onder en ik hoor enkel krekels en de wind. Als mijn peuk de vloer raakt, verspreiden de vlammen zich razend snel over het hele huis en voel ik een warme gloed over mijn hele lichaam. Ik strijk een lucifer af om een tweede sigaret op te steken, en zie rook uit de schouw komen, dik en zwart.


De dieren zwijgen terwijl het geknetter zich vermengt met het gekraak van de dorre bladeren onder mijn voeten. Ik hoor enkel een heerlijke stilte.

woensdag, oktober 08, 2014

Don't overreact, check your fact!

Vanaf een bepaalde leeftijd heb je geen fact checkers meer nodig. Dan zeg je wat je wil en luisteren mensen zonder al te veel tegenwerpingen te willen of durven geven. Alleszins, dat is mijn hypothese over waarom Jo Libeer maar weer eens wat slecht onderbouwde stellingen over de cultuursector mag poneren in De Standaard.

Dan heb ik het zelfs niet over een uitspraak als zou ‘Game of Thrones’ “nog moeilijk te overtreffen [zijn] op de bühne.” Daar uit Libeer vooral een ongepast dedain voor theater, alsof dat per definitie het zwakkere broertje van televisie en film zou zijn, eerder dan een heel ander medium.

En zelfs “cultuursubsidies zijn verantwoord als er marktfalingen zijn” ga ik hier niet onder de loep nemen, al was het maar omdat ik weinig zin heb om opnieuw de 4,1 miljard euro aan subsidies voor bedrijfswagens aan te halen. Wat ofwel aangeeft dat er een serieus marktfalen zit in de bedrijfswereld, ofwel dat ik dààr nu toch weer niet over moet beginnen, want op het einde van de dag is geld belangrijker dan “inzicht en vertroosting”. Als je dat niet gelooft, kan je geen gedelegeerd bestuurder van Voka worden, neem ik aan.

Maar zeggen dat HBO (of VTM, of Vier) zonder subsidies werken, is in die mate onwaar, dat het wel moet getuigen van een compleet gebrek aan interesse in het onderwerp. Want op zowat elke locatie waar ‘Game of Thrones’ draaidagen heeft, genieten ze van gunstigere belastingstarieven, niet altijd onbesproken. Dat staat dan nog los van het inzetten van lokale crew, die hun opleiding vast niet allemaal gekregen hebben van privéscholen die geen overheidsgeld krijgen.

Ach, eigenlijk heeft het weinig zin om met Libeer over cultuur te discussiëren. “We scoren internationaal wel steeds beter in meer populaire kunsten zoals film (Felix Van Groeningen, Michaël Roskam …), tv of muziek. Vaak kunsten met minder subsidies en structuren”, zegt hij. Je hebt vast genoeg geld voor een fact checker, denk ik.

vrijdag, september 12, 2014

Futurespoof

Schrödingers kat is een gedachte-experiment dat de meesten van jullie vast een diepe zucht doet slaken. “Ugh, kwantumfysica van een leek.” Ja, hoor, en ook al kan een kat niet echt levend en dood zijn op hetzelfde moment (zelfs niet als ze nog heel klein is (hoewel, misschien geldt dit wel weer voor een kattenfoetus van enkele dagen oud)), dat is toch de vergelijking die ik ga doortrekken tot ze niets meer waard is.

Reclame op de site!

Ja, Google heeft mijn offer van smeulende iPhones geaccepteerd en mijn AdSense account opnieuw geactiveerd. De weg naar onmetelijke rijkdom ligt voor mij open! Alleen jammer dat ik het niet volledig aan de praat krijg. Op mijn smartphone zie ik al (licht invasieve) reclame, maar mijn desktops doen niet echt mee. Dat zal vast opgelost worden met het terugzetten van mijn lay-out naar de standaardinstellingen. Maar op dit moment is het een beetje zoals die eerder genoemde poes: werkend en ook niet. Wordt ongetwijfeld vervolgd, want ik wil nog steeds weten in welke mate er eigenlijk op geklikt wordt.

Over dubbele statussen gesproken: Nederland heeft haar Sinterklaasliedjes geüpdate. Mijn geheel onbelangrijke mening gaat van "een beetje bekrompen" (“Kijk, Piet staat te lachen en roept naar de kant: ik heb genoeg lekkers voor heel Nederland.” Mijn alternatief: “Kijk, Piet staat te lachen en roept dan heel flux: lekkers voor allen, heel de Benelux.” Nee?) tot "ik denk niet dat ik dit aan mijn kinderen ga aanleren" (“Sinterklaasje kom maar binnen met je Piet, want we zingen allemaal blij een lied.”) Alles voor het rijmschema…

maandag, september 01, 2014

Puppet on heart strings

Onze identiteit, dat vage amalgaam van eigenschappen en opvattingen vervat in het woord “ik”, is voor een groot deel afhankelijk van onze omgeving. Maar deze keer geen gefulmineer over oorlogen en ideologieën. Enkel wat navelstaarderige weetjes, powered by Google (want waar dienen die Analytics anders voor, op een blogje als dit).




1) De steden van waaruit u komt (want vergis u niet, dit gaat allemaal over u), zijn een eclectisch hoopje; Antwerpen staat op één, dus qua interpoleisionele (nee?) uitstraling blijft het hier tamelijk beperkt. Hoewel: Parijs! Oxford! Nairobi! Berlaar!








2) Iedereen die hier mobiel naartoe surft, gebruikt iOS. Ieuw! Ieuw! Ieuw! Gelukkig is dit nog maar 4 keer gebeurd is de afgelopen 2 weken.

3) Sommige fancy bedrijven hebben blijkbaar serviceproviders op hun eigen naam. En sommige mensen die bij fancy advocatenkantoren werken waarvan de naam uit vier namen bestaat, die mensen surfen blijkbaar tijdens de werkuren naar mijn blog. Dag fancy advocatenvriend! (Ik zal maar niet te specifiek zijn, want u weet nooit wie er meeleest (in tegenstelling tot mezelf, natuurlijk).) 

4) Bij het proberen te reactiveren (ik zou ‘heractiveren’ denken, maar Word is het daar niet mee eens) van AdSense, de Googleservice die me zou toelaten om reclame op deze blog te zetten, liep er één en ander fout. Voor alle duidelijkheid, het zou in de eerste plaats een experiment zijn, want ik heb nog nooit op een Googleadvertentie geklikt en ik vraag me af wie het wel zou doen. Helaas, echter, want Google wilde dat ik mijn identiteit bewees met één of ander identiteitsbewijs dat mijn adres vermeldt, iets dat wij, arme Belgen, niet hebben.

5) Maar in mijn queeste naar geldgewin, drukte ik op de AdWords link, de andere kant van de Google reclamemachine, die u toelaat om advertentielinks te kopen op andere sites. Hiertoe gaf de site me (helemaal gratis, als proevertje) een voorbeeld van de sleutelwoorden waarin ik geïnteresseerd zou zijn, gebaseerd op hun analyse van deze blog. 
Dat is… dat is het beeld dat het internet van mij heeft? Lap, ik ben Kim Jong Il

maandag, augustus 25, 2014

Shiver me timbers!

Mezelf herhalen, daar heb ik geen enkel probleem mee. Nee, ik heb er geen enkel probleem mee om mezelf te herhalen.

Dat gezegd zijnde, als de Redactie iets zegt over een Britse man die een celstraf krijgt “van liefst (sic) 33 maanden”, en er tussen neus en lippen bij zegt dat hij “ook fysieke kopieën van de film te koop aan[bood]”, dan hoef ik niet per se opnieuw, en opnieuw, en opnieuw te herhalen dat dit heling is, en dat daar wetten voor bestaan, en dat ik nog nooit iets gelezen heb over een veroordeling van iemand die films, muziek, tv-series of zelfs software pirateerde (geen werkwoord, Word? Wat mij betreft wel), maar er geen geld aan verdiende.

Nee, zoals u ziet maak ik daar niet meer dan één zin aan vuil. Wat ik dan interessanter vind, is dat de toon van het artikel op de site van The Guardian een stuk minder triomfalistisch is, en een beetje nuance toelaat. Zoals de commentaar van advocaat Dan Bunting, die vraagtekens plaatst bij de bewering dat dit een verlies van vele miljoenen voor de filmindustrie betekent, en over de straf zegt dat die “pretty high” lijkt en “out of line with sentences for other offences”. Of de beweringen van de beklaagde zelf, die in het kader van het politieonderzoek ondervraagd zou zijn door Fact, de Britse Sabam.

Alleszins, als deze veroordeling al “een belangrijke boodschap” is, dan is het vooral “don’t bother with cam rips”, denk ik.