donderdag, februari 22, 2007

Lange dagen, koude nachten

Maar gelukkig is er thee (ondanks de slechte camera op mijn gsm...):


woensdag, februari 21, 2007

Ethiek is een heikel iets

Nog een dwarsje, deze keer eentje dat nooit gepubliceerd zal worden. Een van de dag een emotioneel exhibitionistisch vervolg.


Pro-life of pro-choice, pro-geld of pro-mensen, pro-mensen of pro-dieren: u kent het allemaal wel. Een groot deel van deze zaken lijkt mij persoonlijk tamelijk zwartwit. Neem nu de mensen die per se een leven in ondraaglijke pijn verkiezen boven een zachte dood. Ik zou zeggen: dat is hun keuze. Maar daar draait het uiteraard allemaal om, aangezien zo’n nobele houding blijkbaar niet andersom werkt. Met morele superioriteit gaan we echter niet al te veel bereiken. Wel, zonder economische of militaire macht alleszins, maar daar beschik ik momenteel (nog) niet over, helaas. Misschien kunnen we er eens over nadenken. Onze twistpunten herdefiniëren.

Megalomanie even terzijde: ik vraag me soms af waarom er zoveel vreemde dingen voor waar worden aangenomen, vreemde... superioriteitswanen. Goed, megalomanie dus niet terzijde. Er zijn genoeg voorbeelden in onze historie: externe genitaliën zijn beter dan interne genitaliën, blank is beter dan niet-blank, geloof X is beter dan geloof X’, de ene voorouder is beter dan de andere... Allemaal redenen tot bloedvergieten op allerlei schalen. Zelfs een theorie die met feiten te weerleggen valt, wordt met het vuur Gods verdedigd. Creationisten aller landen, verenigt u...

Nog heikeler wordt het wanneer we het hebben over ongeboren of zeer jonge kinderen, zwaar mentaal gehandicapten of dieren, die hun mening niet zelf kunnen communiceren (nee, ik stel ze niet gelijk). In dat geval kunnen we namelijk enkel afgaan op waarnemingen en onderbouwde theorieën in het beste geval, of blind geloof in het slechtste geval.

Maar goed: zelfs dat wat individueel een zwartwit-kwestie lijkt, is het zelden, dus hierover ga ik hic et nunc geen uitspraken doen. Ooit bedacht ik (en ik waarschijnlijk niet alleen) echter dat onze evolutie - zowel individueel als vanuit het oogpunt van de mensheid - grotendeels gedefinieerd wordt door de vragen die we stellen. Een van de heersende opvattingen in de westerse wereld momenteel is dat er drie universele vragen zouden zijn: waar komen we vandaan, wat doen we hier en wat gebeurt er met ons na de dood? Mijn antwoorden hierop zijn tamelijk flauw (respectievelijk: ‘uit een toevallige samenloop van omstandigheden’, ‘niet veel nuttigs’ en ‘geen idee, maar dat zien we dan wel’), maar uw antwoorden interesseren me bijgevolg niet heel erg, aangezien ze hoogst waarschijnlijk niets kunnen bijdragen aan mijn leven.

Er is echter nog een universele vraag, simpeler, maar zonder makkelijk antwoord: can’t we all just get along?

woensdag, februari 14, 2007

She's a frakking cylon!

Eens te meer, speciaal voor u, een exclusieve publicatie van een dwars artikel:

Kunst is een vaag iets. Ik ga u niet vervelen met Van Dale definities. U zal simpelweg van mij moeten aannemen dat het breedomschreven is. En ook dat de televisieserie ‘Battlestar Galactica’ hier zeker binnen valt.

Misschien herinnert u zich uit een troebel verleden nog wel een reeks die zo heette. Lang geleden, in wat we nu ‘de vorige eeuw’ noemen – op het einde van de jaren ’70, om precies te zijn – bouwde ‘Battlestar Galactica’ mee op het succes van de ‘Star Wars’-films om een ietwat kitcherig, zeer tijdsgebonden toekomstbeeld op te hangen. Het was een instant culthit, die in het tweede seizoen verpieterde met infantiel verhaallijnen en een ietwat genante dood stierf. Or so they say; ik was toen nog niet geboren.

Maar nu leef ik wel, en wat werd er in 2003 uitgebracht? ‘Battlestar Galactica’. Geen simpele digital remastering of een goedkope verfilming van wat oude scripts, oh nee. Deze re-imagining van ‘Battlestar Galactica’ is een rauwe, realistische, ja, haast naturalistische herwerking van de originele serie. Heerlijk. U gelooft mij niet? Ik zal het wetenschappelijk aantonen. Voor een goeie tv-reeks hebben we in de eerste plaats nodig: een Sterke Cast. Check. Edward James Olmos met stip van voren, maar iedereen levert ver boven gemiddeld werk – op de occasionele uitschuiver na, maar waar hebben we die mantel der liefde anders voor? Ten tweede: Intelligente Filmscripts; (eigenlijk zijn het seriescripts, maar we werken ergens naartoe, wees gerust.) character driven drama, dat is ‘Battlestar Galactica’, doorspekt met hedendaagse, maatschappelijke problemen die, voor een televisieserie, verrassend genuanceerd worden behandeld. Dan: Indrukwekkende Beelden. Computeranimaties om duimen en andere vingers bij af te likken, origineel camerawerk en gedurfde montages. Punt. En tot slot: Potentiëel. Deze ietwat vage term duidt op een resem factoren die deels op geluk steunen, zoals financiering en populariteit. Wees gerust, ook hier is er geen wolkje aan de lucht. De conclusie? SC + IF + IB + P = SCIence-FIction van de Bovenste Plank.

Maar serieus: vergeet al die vooroordelen die u heeft over sci-fi en dompel uzelf onder in de geniaalste creatie wat betreft audiovisuele science-fiction sinds ‘Bladerunner’.

maandag, februari 12, 2007

Zo ziet u maar

Aangezien u allemaal zeer geïnteresseerd bent in mijn punten, zal ik ze er hier maar gewoon opkwakken; zo heeft u ook nog iets te lezen in afwachting van een feitelijke update, die iets interessanter is.

Opleidingsonderdeel
Levensbeschouwing 12
Literatuuropvattingen en filosofie 16
Literary texts in English 1: Romanticism 12
Englishes 8
Nederlandse Taalbeheersing 1 12
Geschiedenis van de Nederlandse literatuur 2: vanaf 1880 8

maandag, februari 05, 2007

Tes fruist mon jus

Her lips leave a ruby red imprint on his cheek. He smiles and sips at his cocktail as she purrs, every so gently. Fairly certain that she is as drunk as she is – not terribly, just that perfect state of lowered inhibitions – he hands her a sweet cocktail. A bit too sweet to his tastes. Unlike her; she’s just right. She eyes him, dressed so smartly, and a smile touches her scarlet lips. As she takes the drink from him, her hand brushes the tips of his fingers and their eyes lock. The music grows louder and they are alone in the midst of their dancing friends. His hand caresses her arm, barely touching, slowly upwards. Her dress leaves just enough to the imagination and she smiles an enigmatic smile as he drinks her in with his eyes. Their lips touch. For a moment, the music seems to cease completely; just them, nothing more.

Their bodies begin to dance once more and they loose themselves in the vibes and in each other.

This we offer.

Tes fruits, mon jus


Los van de ietwat ranzige naam, een feestje in Gent. Meer details volgen mogelijk nog, hoewel ik betwijfel of ik zelf aanwezig kan zijn.

zondag, januari 21, 2007

Kunst

Na al dat gewauwel over kunst (sorry, dames) was ik wat aan het rondkijken op Alluc.org en willekeurig wat seizoenen van The Simpsons aan het aanklikken, op zoek naar een aflevering die ik al lang niet meer had gezien (want ik denk dat ik ondertussen elke aflevering van alle achttien seizoenen al minstens één keer heb gezien). Toen ik het vijfde seizoen opende, sprong de eerste aflevering mij in het oog, 'Homer's Barbershop Quartet'. Wat hou ik van die aflevering, om een veelheid aan redenen, maar alleszins vanwege 'Baby on Board'. Ach, kijkt u zelf maar.
Onderwijl zal ik nog wat verder mompelzingen:

Baby on board, oh how I've adored,
That sign on my car's windowpane.
A bounce in my step, loaded with pep,
'cause I'm driving in the carpool lane.

Call me a square, friend, I don't care
That little yellow sign can't be ignored.
I'm telling you it's mighty nice,
each trip's a trip to paradise
With my baby on board.


Kunst? Sure, why not.

[Edit: En dit? Zeker wel.

Schrikbeeld

Je zou wel willen, Lesbia, dat ik
maar altijd voor je stond met stijve pik.
Begrijp toch dat zo'n ding geen vinger is
die zich gehoorzaam heft en strekt,
dat ergens nog een mededinger is
die het aan mijn bestuur onttrekt.
Hoe je ook streelt en kirt, hij pruilt: hij ligt
in onmacht voor zijn schrikbeeld, je gezicht.

(Martialis, 300 epigrammen, p.84)]

maandag, januari 15, 2007

Literatuuropvattingen en -filosofie

Schrijf een bondig kritisch commentaar bij de vijf onderstaande citaten en duid kort hun onderlinge verband. Maximale lengte: één A4-pagina.

Dat was de opdracht (jawel, in lila). De vijf citaten zouden teveel plaats innemen, dus ik geef u enkel het belangrijkste (mijns inziens) en wat ik er van gemaakt heb. Wie weet, misschien heeft het nog wel iets... Misschien heeft het alineaonderverdelingen nodig...


Peut-être s'est-il produit dans l'histoire du concept de structure quelque chose qu'on pourrait appeler un 'événement' [...]. Quel serait donc cet événement? Il aurait la forme extérieure d'une rupture et d'un redoublement.

(aanhef van Jacques Derrida, 'La structure, le signe et le jeu dans le discours des sciences humaines.' In: J. Derrida, L'écriture et la différence, Seuil, Paris, 1967, p.409)



Als betrekkelijk soeverein persoon moet ik zelf een structuur aanbrengen in deze opdracht, wat ik ga doen door simpelweg de structuur van de opdracht te volgen. De kern uit het eerste citaat, van Paul Mennes, is uiteraard ‘Daarvóór [voor de komst van de pickles chips] was het ook allemaal klote, maar tenminste nog overzichtelijk.’ Deze uiting van een soort keuzeverlamming – of alleszins van een grote keuzemogelijkheid – is lange tijd afwezig geweest in onze Grote Westerse Traditie. In het tweede citaat heeft Dante Alighieri het immers zeer duidelijk over ‘de zonne Die ’t mensdom steeds in de juiste richting wees.’ Één zon voor één mensheid; dit in tegenstelling tot elk individu zijn eigen smaak van chips (bij wijze van spreken, hoewel er ondertussen reeds heel wat meer chipssmaken zijn dan enkel zout, paprika en pickles). Of, los van gebakken aardappelschijfjes, ieder individu een eigen mening. Want hoewel onze realiteit in se niet verandert, wordt onze perceptie hiervan niet meer van hoger hand gestuurd en kan iedereen (in wezen) een eigen interpretatie kiezen. Het is deze verruiming van onze zicht (in een iets positievere interpretatie dan die van Mennes) waar Jacques Derrida in het derde citaat op doelt met zijn ‘événement’, dat aan de ene kant een breuk was met de voorgaande eeuwen (waar al te veel afwijken van De Visie in het slechtste geval tot een brandstapel en volksvermaak leidde), maar aan de andere kant de geschiedenis niet zomaar afschudde als een vlinder zijn cocon. Want de ene kijk op de wereld werd niet simpelweg vervangen door de andere, integendeel, er ontstonden verschillende zienswijzen naast elkaar, verschillende structuren om de wereld in te delen. Hoewel ‘naast elkaar’ misschien niet de beste uitdrukking is, aangezien deze opvattingen onmogelijk los van elkaar kunnen bestaan, net zo min als de literatuur die ze voortbrengen. Derridas ‘événement’ mag ook niet gezien worden als één bepaalde gebeurtenis op één bepaald moment in de geschiedenis, maar eerder als een evolutie die tot op de dag van vandaag plaatsvindt. ‘Een boek is geen eiland’ schrijft Paul Mennes in het vierde citaat, waarmee hij mijns inziens doelt op een soort ‘superstructuur’ – misschien een gevaarlijk woord in deze context – waarin de andere structuren en hun creaties op verschillende niveaus interageren. Literatuur heeft uiteraard al langer de gewoonte om te interageren met haar voorgangers en met de maatschappij waarin ze is ontstaan, maar door de exponentiële groei in zowel auteurs, literatuur als lezers is dit op een ander, onoverzichtelijker niveau komen te staan, waardoor verschillende inzichten en interpretaties gelijktijdig ‘waar’ kunnen zijn. Het vervolg van het vierde citaat en een citaat op zich (‘‘Pop culture is a benign growth taking over everything it touches’, schreef Brian Eno.’) sluit hier bij aan. Het gevolg hiervan is volgens sommigen echter dat alles wat deel uitmaakt van de ‘populaire cultuur’ – een pejoratieve uitdrukking voor een zeer vaag omschreven begrip – aan intrinsieke waarde verliest en dat oppervlakkig amusement de overhand krijgt op intellectuele kwaliteit, zonder aandacht voor persoonlijke uitdieping of verrijking. Ik denk dan aan kniezwengels en de ministers die hun subsidies eraan verspillen, en kan Alain Finkielkraut dus niet volledig ongelijk geven als hij in het vijfde citaat zegt: ‘La barbarie a donc fini par s’emparer de la culture.’ Maar ik geloof niet dat literatuur (of, wat dat betreft, heel onze cultuur) volledig afgevlakt is; meer zelfs, er zijn meer diepgaande werken dan ooit te voren, absoluut gezien, volgens meer zienswijzen dan we ons ooit hadden kunnen voorstellen. Ze zijn weliswaar omgeven door nóg meer nietszeggende rommel, maar af en toe slaagt één zo’n werk er toch in de massa te beroeren.

woensdag, januari 10, 2007

Gezworen op mijn communiezieltje



Bron: Sinfest

Aargh! Thwarted!

Mijn onredelijke afkeer tegenover Apple was jarenlang een warm dekentje; de enige zekerheid in een onzekere wereld.

Maar ik ben zelf een redelijk persoon, zoveel is zeker. Dus, in alle eerlijkheid, ik geef het toe, officieel en on the record: de iPhone, de nieuwe GSM van Apple, lijkt het snufje te zijn dat daadwerkelijk zo vernieuwend is als men oorspronkelijk van de (eigenlijk minder nuttig dan gemiddelde) iPod zei.
Met andere woorden, als de concurrentie niet binnen de drie jaar met een valabel alternatief op de proppen komt, zal ik mij genoodzaakt zien om een Apple product aan te schaffen.

God verhoede...