vrijdag, mei 16, 2008

Every story has a beginning, every hero has a past

De volgende passage komt, van alles wat ik al geschreven heb, het dichtst in de buurt van een origin story, het ontstaansverhaal van een zgn. superhero. Het is het laatste hoofdstuk van een langer verhaal - altijd verkrijgbaar op aanvraag - maar ik werkte met een vreemde gedrevenheid naar dit stuk toe, zonder dat het op voorhand in mijn hoofd zat. Er moet nog wel iets mee aan te vangen zijn, met alcoholdrinkende engelen.


Middernacht. Drie dagen nadat we de opdracht hadden gekregen, amper 19 uur sinds ik met haar lichaam de nacht ben ingevlogen.
Joke. Mijn Joke.
Ik had haar op een vlot gelegd, bovenop een brandstapel van den en eik.
Terwijl ik naar haar brandende lichaam keek, dreef ze van mij weg en vloeiden mijn laatste tranen mee met haar. Ik huilde van verdriet en verlies, en van dat sluipende gevoel van gemanipuleerd en verraden te zijn; een naïef werktuig aan de draadjes van een onzichtbare poppenspeler.
Hij wist het!
Hij wist het op voorhand…
Middernacht. Tijd voor antwoorden.
Ik vloog door het raam binnen in de hoop hem te verrassen, hem uit balans te brengen, maar hij reikte me een Duvel nog voor ik met beide benen op de grond stond.
“Het spijt me.” Hij leek… vermoeid, de manier waarop hij iets gebogen stond, hoe hij lusteloos zijn whisky achterover sloeg.
“Je wist het echt. Je hebt haar de dood ingestuurd… Waarom?”
Hij zette zich in de zetel. “Het was nodig.”
Rustig, beheerst. “Ik heb drie onschuldige meisjes vermoord en er is een engel gestorven. Hoe kan dat nodig geweest zijn?”
“Ik…” Hij zweeg.
“Hoe kan dat nodig geweest zijn?!” Ze was dood.
“Ik weet het niet! Ik wéét het niet!”
“Waarom?”
“God…”
Ik gooide mijn glas tegen de muur. Woede; ik had niet gedacht dat ik er nog over had na vorige nacht.
“Fuck it! Zijn ondoorgrondelijke wegen interesseren mij niet!”
“Ik ging zeggen dat de Heer je wel zal vergeven.”
“Niks van Hem interesseert me! Ik moet Zijn vergiffenis niet hebben, ik moet geen zegeningen of wijsheid. Hij kan naar de Hel lopen met Zijn Licht!”
Doodse stilte volgde. Ik zakte op mijn knieën; nieuwe tranen. Ik besefte wat ik aan het doen was, en ik wist ook dat ik niet meer terug kon. Niet voor mezelf, niet voor haar, niet voor hen.
“De meisjes zijn naar de hemel gegaan, als het een troost mag wezen.”
Ik staarde naar het plasje Duvel dat zich op de vloer had gevormd.
“Hendrik, alsjeblief, denk er nog eens over na.”

Te laat, voor mij of voor Hem, geen idee. Ik stond recht en haalde het kettinkje met het kruisbeeld vanonder mijn kleren.
“God heeft mij in de steek gelaten, en zo laat ik Hem nu in de steek.” Mijn stem was rauw, hees. “We staan quitte, Hij krijgt niets meer van mij, ik moet niks hebben van Hem.” Met drie vingers brak ik het crucifix en, daarmee, mijzelf.
“Vaarwel, Gabriël.”
“Het ga je goed, Hendrik.”
Ik sprong, weer de nacht in.

***

De zomer is terug. Ik zit op een terrasje met een Duvel voor mijn neus. Er ligt een pakje blauwe Gauloises op tafel, mijn nieuwste slechte gewoonte. Ik steek er een op – met zo’n fancy aansteker waarbij de vlam enorm heet en onzichtbaar is.
“De baard staat je wel. Mag ik gaan zitten?”
Ik knik en haal mijn benen van de stoel tegenover mij.
“Ik heb gehoord wat er gebeurd is. Het spijt me.” Ze zet zich neer.
“Wat weet jij en hoe weet je dat?”
“Ik heb ook gehoord dat je… ontslag hebt genomen.”
“Heeft Lucifer het nog altijd niet geleerd? Zeg hem maar dat mijn antwoord niet veranderd is.”
Ze schudt haar hoofd. “Het leven is geen binair stelsel, Hendrik. Er zijn meer dan twee machten in de wereld.” Ik krijg een kaartje in mijn hand geduwd met een adres op. “Wij zijn zeer geïnteresseerd in jou en ik ben er van…”
Maar ik onderbreek haar. “Niet vandaag, meisje. Misschien morgen, misschien volgend jaar, maar niet vandaag.”
“Goed, je weet waar je ons kan vinden.”
Ze staat op en begint terug naar binnen te wandelen.
“Annelies!”
“Duveltje?” Zonder zich om te draaien.
“Graag.”

dinsdag, mei 13, 2008

Death in a different language

Apparently the previous post was number 400, but I'm not sure whether that's counting those few never finished (let alone published) drafts. I'll try to figure it out by the time I reach 500.

For the moment, with the exams drawing near, I have searched for others diversions than those completely unproductive ones like blowing, drinking and gaming. While the violin would probably be a good choice, I have decided to translate my Kasper story into English and make an audiobook (or audioshortstory) out of it. The Dutch version is still available on the dwars site, here (the five 'Kasper; student, drinkebroer, held' ones, the lowest one being the first).

For now, however, as I continue to translate and find myself a decent mic (and learn to use it), the first chapter in what you could call an exclusive preview. Or not.


The Beginning of the End


A vague and indeterminate feeling hovered at the edge of his consciousness, like a shadow, and two voices were screaming so loudly inside his head that any attempt at coherent thought should at least have been impeded. But he wasn't at all fazed. It was simply so absurd, unhinged, that all he could think about was a song; the song that, in a way, had started it all. One of the auditorium doors at the back was swallowed by a small, functional explosion and someone screamed, but all he could hear was the song, as clearly as in the beginning; / clowns to the left of me, jokers to the right / here I am, stuck in the middle with you / His eyes found her face. A sliver of surprise passed through him and disappeared. Her curly, almost white hair – always draped around her head with great care – had lost all coherence and her otherwise roguish mouth was distorted with fear and disgust; there was blood on her sweater and face. She had screamed. He wanted to take a handkerchief from his back pocket to wipe away the blood, but his hand touched the butt of a pistol under his jacket. Suddenly, one of the voices in his head got through to him and the hovering feeling came from the back of his mind to the very front.

Don't just stand there, boy! Do something!” He feared for his life.

But Kasper had no use for feelings or emotions at the moment. He grabbed the pistol from his belt as he pushed Sam under the desk in front of them. They could hear running footsteps, but Kasper knew what he'd see without looking. He was more intrigued by her look, than by the private militia that was entering the room; a look that spoke of a fearful faith, searching for a knight in shining armor; a deer caught in the headlights. Or perhaps he was the deer? He checked the clip of his gun. 'My gun.' A wry thought. 'The madmen have taken over the asylum.' He stared at the Glock symbol before shoving the clip back with a metallic click, thinking 'Fourteen and one in the chamber. Not that it matters.' He noticed that the hem of her skirt had crawled upwards, above her knee, and his eyes started dropping, but he shook it off. Not now. The voices in his head came back into focus.

As if something can still save him! Or us!”

I have every faith in this child.”

Hmpf, we'll end up in Oblivion again, I'm sure.”

Very well, this has lasted long enough, children.” The voices were silent. Kasper shivered at the honeyed voice, no rose, all thorns. He could imagine her standing there, in the center of the auditorium, the soldiers spread out around her in a semi-circle and that white, flowery dress that made her look more like a girl than like a woman. And the revolver, aimed upwards, her elbow on her hip, that made it impossible to mistake her for a girl. “If what we lost returns to us this instant, we will consider what to do with you. If not ...” A cocking sound augmented the ominous silence that followed. Kasper could almost feel the submachine guns trained at them through the desk, which didn't seem to offer any real protection anymore. Sam shook her head with great, pleading eyes and he only just managed to suppress a sigh, showing a look of determination instead.

Trust me.” he whispered and extended his hand, palm upwards. She nodded sedately and handed him the USB flash drive she had been wearing beneath her clothes. Before he had even closed his fingers around it, she leaned towards him and kissed his lips.

I trust you.” she said hoarsely.

With a flick of his thumb he switched off the safety on his Glock. He hadn't been expecting this when he'd first laid eyes on her.

dinsdag, mei 06, 2008

Laat best en de duivel de rest

Geen idee wat het betekent, maar het rijmt.

Heel lang geleden schreef ik een tekstje (met een elliptische persoonsvorm in de eerste zin) waarin ik de gelijkenissen tussen 'The Satanic Verses' van Salman Rushdie en de televisieserie 'Heroes' wou aanhalen. Dat deed ik in het Engels, dus ga ik daar ook maar in verder.

At that time, I didn't get past posting a short quote from 'The Satanic Verses'; now, at almost seven in the morning, a little over finishing this year's last issue of dwars (available next week), it is time to finish what I started.

To refresh your memory, the quote from the novel:

How does newness come into the world? How is it born?
Of what fusions, translations, conjoinings is it made?
How does it survive, extreme and dangerous as it is? What compromises, what deals, what betrayls of its secret nature must it make to stave off the wrecking crew, the exterminating angel, the guillotine?
Is birth always a fall?
Do angles have wings? Can men fly?

Salman Rushdie, 'The Satanic Verses' (1988)



The following are a number of quotes from the beginning or end of a number of episodes from the first season of 'Heroes', all by the (normal, albeit still quite heroic) Indian (as in: from India) professor Mohinder Suresh, adressing the viewer (or God).


When evolution selects its agents, it does so at a cost. It makes demands in exchange for singularity. And you may be asked to do something against your very nature. Suddenly, the change in your life that should have been wonderful comes as a betrayal. It may seem cruel, but the goal is nothing short of self-preservation. Survival.

'Heroes', S01E03 'One Giant Leap'



Evolution is an imperfect and often violent process.
A battle between what exists and what is yet to be born.
In the midst of these birth pains, morality loses its meaning. The question of good and evil reduced to one simple choice: survive or perish.

'Heroes', S01E06 'Better Halves'


Maybe it's just me.

[edit: Well, nevermind...]

maandag, mei 05, 2008

Openbarend

Het openbaar vervoer opstappen biedt geregeld de mogelijkheid tot confrontatie, maar meestal hou ik me in. Zoals bij de man die eruit zag als een biker en die, samen met een schamele buggy, zijn schamele vriendin en haar schamele moeder, luid zijn ongenoeg stond te uiten op de tram en mij danig op de zenuwen werkte. Nadat hij met een korte hapering de buggy op de tram had getild, fulmineerde (hoewel, misschien was het te plat voor dat woord) hij minutenlang over hoe "ze" (je kon de aanhalingstekens horen) altijd zeggen dat je meer met het openbaar vervoer moet gaan, en dan maken ze de deuren zo klein dat het niet mogelijk is om er met een buggy op te gaan. Het was vreemd en vermoeiend, een man met een buggy op de tram heel de tijd horen zeggen dat het onmogelijk is om met een buggy de tram op te gaan. Of, even later, toen een vrouw vanachter was opgestapt en langs de biker naar voren wou wandelen, zei hij zeer grof 'mor allé madam, ge zie toch da ta nie ga', terwijl hij zijn buggy wat wegdraaide en de vrouw zonder iets te zeggen er voorbij stapte. Al dat gezaag...

Gisteren was er dan de vrouw die, op het moment dat ik opstapte, reeds luid in haar gsm was aan het babbelen en na een minuut al twee keer 'het stinkt hier! het stínkt hier!' had gezegd met zo'n walging in haar stem dat ik me haast persoonlijk beledigd voelde (zonder - daar was ik tamelijk zeker van - een directe oorzaak te zijn van haar ongemak). Een halte verder kwamen er twee plaatsen achter elkaar vrij en ik zette me op de voorste, zij op de stoel erachter. Nadat ze nog enkele malen de woorden had uitgespuwd ('het stinkt hier! het stinkt hier!') werd haar discours nog een tikje zieliger en hoorde ik 'ik kan zo niet meer leven! elke dag dat openbaar vervoer! ik haat die trams! en die bussen! degoutant! morgen ga ik een auto halen! ik heb er genoeg van! zo'n stank!'
Even draaide ik me om en hadden we oogcontact. 'U stinkt ook hoor,' wou ik zeggen, 'en misschien kan u wandelen of fietsen, in plaats van onmiddellijk in de auto te springen.'

Maar ik schudde enkel mijn hoofd en kreeg twee oogwenken later zelf telefoon, waardoor ik haar gesprek niet meer heb gevolgd. En ach, het interesseerde me eigenlijk ook niet; ik kon echter moeilijk niét luisteren, omdat ik mijn eigen muziek vergeten had. Zolang ik zelf niet zo wordt, zonder perspectief en zonder enig besef van sociale conventies. Of toch niet in het openbaar.

zondag, april 27, 2008

De beste mensen zijn altijd ingebeeld

Ik hou niet zo van verrassingen, voornamelijk omdat ik de positieve min of meer kan voorzien (hoop, kan je het ook wel noemen) en het dus niet echt verrassingen zijn, wat ons met de negatieve verrassingen opzadelt (als in 'ik wist niet dat mensen zo dom konden zijn; of zo slecht, maar dat is een fijne lijn'). Maar dan klik je om een uur of vier 's nachts op BenX.avi, en kijk, verwondering!

Pas op, niet in die mate dat ik van mijn stoel viel; het was nog steeds zeer Vlaemsch, nee, zeer Vlaams (gelukkig), wat inhoudt dat het bij momenten wat knullig is en soms duidelijk aspireert zonder echt te bereiken. Vrijwel alle in-game sequenties, waar zo stoer over werd gedaan, waren een nogal nutteloze gimmick, maar wat had u dan verwacht. Nee, de acteurs waren beter (en niet zo opvallend geliëerd aan de 9lives-site (ie. de gamessite van Telenet; ontsnap er maar eens aan)) tot heel goed zelfs.

Oh, het geheel was conventioneel en betrekkelijk voorspelbaar, maar dat mocht, al was het maar omdat het hoofdpersonage een autist is. Structuur en imitatie, weetuwel. Ook het laatste beeld was niet onverwacht, maar het was, emotioneel gezien, wondermooi en enorm tragisch, wat een van de betere combinaties is die kunst kan hopen te bereiken.

En het meisje.

Ach, het meisje...

dinsdag, april 22, 2008

Zwemmen en verzuipen

Vandaag ben ik gaan zwemmen. Ofwel kent u mij iet of wat, hangt uw mond nu open van verbazing en voel ik me beledigd, ofwel kent u mij niet en ben ik blij dat u dit lees, dus, avanti, voorwaarts met het verhaal.

Na het zwemmen (betrekkelijk kort) liep ik nogal vermoeid naar de tramhalte, om een tram te pakken die me een stukje noordelijker zou brengen; weliswaar in de juiste richting, maar niet echt dichter bij huis. Het zitten zag ik echter wel, wel, zitten.

En plots zag ik haar, op de tram, een meisje dat ik al een jaar of zeven niet meer gezien had en waar ik nog maar zelden aan dacht. Valerie, zo heet ze. Klein, zwart haar, een paar jaar ouder dan ik. Toen ik in het ik denk tweede middelbaar zat, leerde ik haar kennen. Haar zus zat met mijn broer in de klas, als ik me niet vergis, en op de speelplaats (waar bijna alles van belang op school gebeurde) had ze me ooit eens aangesproken. We babbelden enkele malen; voor mij was het leuk omdat het in die tijd nu eenmaal leuk was als oudere mensen geïnteresseerd waren in mij, voor haar omdat ik in die tijd nu eenmaal onmiskenbaar schattig was. En uiteraard had ik, na verloop van tijd, een serieuze boon voor haar. Zeer onschuldig allemaal, en ik was niet van plan haar iets te zeggen. Tot een jongen uit mijn klas - later nog mijn nemisis, maar nu interesseert hij me niet meer - het ooit in het voorbijgaan tegen haar 'liet vallen' (de lul).

Het pijnlijkste van al was dat ze nooit meer tegen me gesproken heeft, zelfs nooit mijn aanwezigheid erkend. Ergens snap ik het wel. In de puberteit heeft een mens nu eenmaal lak aan onbetekenende crushes van snotjongens - schattig en intelligent, maar snot nonetheless. Maar een 'je bent heel leuk, maar...' gesprek, of zelfs een denigrerend opgetrokken wenkbrauw zou ik geappreciëerd hebben. Gewoon, wat closure.

Even overwoog ik om haar aan te spreken. Te vragen of ze me nog kende en wat ze nu deed. Toen merkte ik dat de tram al enkele tellen stilstond aan mijn halte. Drie bewegingen en ik was buiten. Ach, misschien was ze het helemaal niet.

maandag, april 21, 2008

Allemaal kleine mensjes

Voor alle duidelijkheid: als ik minder dan tien bezoekers op een dag krijg, is dat onder het gemiddelde van (ruwweg) 15. Met al die aantijgingen die hier rondvliegen, de laatste tijd. Tss, tss. Niet dat ik mij er iets van aantrek hoor. Ik weet dat u bestaat, mijn lezers, en ú weet dat u bestaat, dus het maakt mij niet uit wat andere mensen er, hé, ho, wacht eens even; dit argument ken ik, en er schort iets aan.

Anyway...

Nu dat achter de rug is, kan u rustig verder met uw week. Maandag, zo blijkt, is de dag waarop u mij het massaalst bezoekt. Leuk, maar misschien moet u het ook eens op zaterdag proberen?

dinsdag, april 15, 2008

Kultuur

Some people seem to think you have short attention spans or are simply unwilling to read any length of text that exceeds your screen, but I try not to care. Read until you are bored or you reach the bottom; I'm not writing for you. But anyway, on to *drum roll* culture!

First, my apologies, but I am going to use the word 'podcast', even though there is nothing 'pod' about it. Damn iPod, corrupting everything it touches, it epitomizes the culture industry, and you'll have to download that damnable iTunes to subscribe to this podcast, but then, most of you are Apple whores already (no offense).
So, anyway, This American Life, an award-winning radio show, with a television off shoot and, more importantly, a weekly podcast published by Public Radio International and hosted by Ira Glass (who was named best American radio host by Time Magazine), somehow brings a very appealing mixture of human interest and interesting stories (usually opposites) without resorting to cynicism or ridiculing. In the hour long broadcasts, our world seems like a strange and sometimes even hostile place, but the people inhabiting it are ever so beautiful, odd, vulnerable, strong. It is an hour of serenity in a world that can use it.

Assassin's Creed, on the other hand, does not provide serenity. And yet, few things seem to compare to a smooth assassination; slowly making your way through the crowd, taking out two guards without drawing attention, you approach your target as he is arguing with a merchant. He is unaware until your hidden blade is lodged beneath his jawbone. As his guards come running, you dispatch two of them with expertly executed counter moves, slicing the tendons (I think, my anatomy isn't great) in the knee before severing the artery in his neck. You knock the other one to the ground, jump on his chest and push your sword through his heart. And then it's time to run. Through the crowds, on to the houses, over the streets, to the tops of the highest towers and in a straight line to a haystack on ground level.
The game opens with 'This work of fiction was designed, developed and produced by a multicultural team of various religious faiths and beliefs.' I was sceptical (really, why do they have to be religious?), and the game is far from perfect (a little to much 'rinse and repeat'), but the atmosphere and the delicious climbing and fighting... See a really cool trailer here, or download a slightly longer movie here from Rapidshare (well, from me, really) - just press 'Free'. You gotta hand it to the Canadians...

zaterdag, april 12, 2008

The edges of our realities

Ah, sweet, sweet distractions; verstrooiing van het bewustzijn.

The fourth season of Battlestar Galactica has begun and it's superb (if the first episode is any indication).

A torrent and a stream. I love nature.

vrijdag, april 04, 2008

Writing, needing, wanting, living

Mijn inzending voor de literaire wedstrijd van Lingua (de studentenclub van de Taal- en Letterkunde). Het was weer werken tegen de deadline, en het is niet volledig geworden wat het moest worden, maar nu ik het ingestuurd heb, sta ik een beetje weigerachtig tegen herschrijvingen. Conservatief, neem ik aan.

Een goed gesprek

“Ongelooflijk! Je dacht nog steeds dat je hier nooit terecht zou komen? Echt? Wel, dat is weer een pluim op de hoed van de menselijke zelfdeceptie. Ik zou je een idioot noemen, maar als je dat was, zou je hier nu waarschijnlijk niet zitten. Dat lijkt me trouwens een zeer ongemakkelijke positie. Nee, nee, doe geen moeite om te verzitten, het zal niet veel uithalen. Je weet toch waarom je hier bent? Niet dat er één specifieke reden is, uiteraard, maar sommige dingen wegen nu eenmaal wat meer door. Ja, ik zie het in je ogen, het schuldgevoel vermengt zich met je angst. Te laat, m'n waarde. Veel te laat. Weet je nog wat haar naam was? Je was haar echt vergeten. Samantha. Sam. Het arme kind. Amper veertien en heel alleen in jouw kille wereld. Oh, je was vriendelijk genoeg toen ze zich voor het eerst aanmeldde; zo vriendelijk dat je bijna likkebaardde. Wat een leuk woord. Je hebt geen baard, dat zou niet passen voor een man in jouw positie, maar likkelippen klinkt dan weer wat, maar we dwalen af. Ondertussen weet je het terug, hoe ze drie maanden later aan je deur stond, zo bang en breekbaar, op zoek naar de veilige haven die jij en de jouwen propageren. Jij en de jouwen, het verbaast me soms hoeveel er hier terecht komen. Maar je hebt uiteraard niet de schuld aan al Haar misstappen. Enkel aan de jouwe. En het lot van Sam, m'n waarde, spant ongetwijfeld je doornenkroon. Ze was niet meer alleen, toen ze de laatste keer kwam aankloppen. Nog niet zichtbaar, maar het zou niet lang meer duren. Je hebt genoten, geen nut dat te ontkennen.
Elk woord kerfde de verdoemenis in haar geest. Zij kromp ineen en oh wat een heerlijk gevoel, de macht en de rechtvaardigheid. En het wicht dat huilend vluchtte, een kers op de taart. Zo zelfvoldaan. Uren later vonden ze haar, in haar kamer op haar bed. Haar aanblik, een bloedrode staaldraad in een hand dat op de grond hangt, een walm van dood en jij was haar al aan het vergeten. Je verwierp haar, en die gedachte, dat ene woord, met alle minachting en walging die een mens maar kan voelen,
̶

Het ontsnapte geluidloos aan de lippen van de man. “Zwak.”

“ ̶ die ene gedachte was je hoogstpersoonlijke val, tot in de diepste krochten van dat verwrongen bewustzijn. Niemand is ooit volledig verloren, wordt weleens gezegd, maar jij was in een afgrond gesprongen met het idee dat het wel de juiste weg zou zijn. Of goede weg, wat je wil. Je bent de duisternis in gewandeld, omdat je de weg niet wou vragen, m'n waarde. En nu is het te laat. Ondertussen moet je toch aan haar denken, nietwaar? Zit ze hier ook? Zit ze ergens anders? Beter? Ach, ik weet het niet. Maar je zal haar niet meer vergeten. Samantha. Sam. Het arme kind.

"Daarom zit je hier, m'n waarde," sprak de duivel, en hij lachte zijn tanden bloot.