woensdag, maart 12, 2014

Dat overkomt me anders nooit

Het is belangrijk om de zaken in de juiste context te bekijken. Dat lijkt voor de hand te liggen, binnen de juiste context, maar ik moet toch even, op dit persoonlijk stukje internet (of zo persoonlijk als een stukje internet kan zijn) wat lichte gal kwijt over zware zever. Kwestie van mijn onmiddellijke omgeving niet te bedelven onder lichaamssappen.

Ten eerste, niet kort genoeg, vind ik de CDH een beetje onnozel. Die uitspraak geldt als waar in zeer veel contexten, en nu ook in die van de eindeloze onzin die de veranderde regels over de naamgeving van kinderen teweeg hebben gebracht. Na het bestaande wetsontwerp te hebben goedgekeurd, wil de CDH nu immers terugkeren op haar stappen en verplicht de combinatie vader-moeder gebruiken, en bij de volgende generatie de eerste naam van elke ouder. Deze beelden zwemmen spontaan voor mijn ogen, en dat nog geheel los van het gevolg dat dan opnieuw enkel de mannelijke lijn van namen kan worden doorgegeven. Ik vraag me af hoe de wereld eruit gezien zou hebben als Jezus een vrouw was.

Dan is er de snelleesapp (is dat nu al een woord?) Spritz, waarover de meningen blijkbaar verdeeld zijn. Maar de tegenwerpingen hangen vast aan twee uitgangspunten die er een beetje bij de haren worden bij gesleurd, namelijk dat je er fictie mee zou lezen (want wat lezen mensen behalve fictie? Weblogs? Hah!) en dat het verboden wordt om de volledige tekst ernaast te hebben liggen. Waarschijnlijk dus geen begin of einde van “het nieuwe lezen” (really? Is er een context waarin dat niet onnozel klinkt?); eerder een handig middel om snel lange, zakelijke of wetenschappelijke teksten door te nemen. Een middel dat ook niet, me dunkt, ontwikkeld is voor lagereschoolkinderen, but who cares?

Niet de mensen met een smartphone, blijkbaar, want er is uiteindelijk ook nog zever als dit, een “fascinerende studie van de dynamiek tussen ouders, kinderen en smartphones”. Alsof het een nieuw gegeven is dat ouders die enkel tegen hun kinderen spreken om te zeggen dat ze stil, braaf of minder lelijk moeten zijn,  niet op de juiste manier met hun koters omgaan. Of je als ouder nu meer geïnteresseerd bent in je crackpijp, je werkverslagen, je level 57 Night Elf druid, je dagelijkse soap, of je nagels, dan in je kinderen, dat maakt waarschijnlijk niet veel uit.

Eén oplossing voor al deze problemen? Zoals Matthew McConaughey zegt in True Detective: "I think the honourable thing for our species to do is to deny our programming, stop reproducing [and] walk hand in hand into extinction."

En alles was weer rustig.
 

donderdag, maart 06, 2014

A Single Monkey on a Single Typewriter


Het idee dat we geen vrije wil hebben, komt geregeld terug. De calvinisten zeiden het al, dat alles toch vastligt volgens een hoger plan (hoger dan de zeespiegel, alleszins); één misstap en je was eigenlijk toch al voorbestemd om naar de hel te gaan. Pech! Dat kan ik alleen maar interpreteren als een vrijgeleide om van heel je leven een feest te maken, want een misstap (zoals gedefinieerd door orthodoxe religieuzen) begaan we allemaal op een bepaald moment. Maar ik ben waarschijnlijk niet de beste bron van theologisch inzicht.

In de iets modernere wereld van neuronen en elektromagnetische velden wordt er bij momenten eveneens met veel poeha verkondigd dat we geen vrije wil hebben, zoals blijkbaar ook in dit nieuwe boek, dat ik (uiteraard) niet gelezen heb. Maar ik kan de achterliggende gedachte wel al raden, en voel een onbestemde, door genetica en levensloop opgelegde drang om mijn gedacht hier tegenover te plaatsen.

We moeten in de eerste plaats natuurlijk een goeie definitie van het concept vrije wil vinden, en daar knelt de schedel al onmiddellijk. Want vrije wil is geen duidelijk afgelijnd concept, net zo min als bewustzijn. Een bewering als zouden wij, mensen, trotste, meest rechtoplopende en minst behaarde der primaten, geen vrije wil hebben, komt meestal neer op het idee dat elke keuze volgens een (in theorie) voorspelbaar proces wordt afgehandeld, waardoor ook de uitkomst voorspelbaar is. We zouden niets meer zijn dan banale computertjes, onze software bepaald door biologie en ervaring. Er zit dan misschien geen groots plan achter, maar geloof maar niet dat je echt controle over je leven hebt; je keuzes worden voor jou gemaakt, door, euh, je hersenen?

Het leunt aan bij dit experiment dat de beslissingen van proefpersonen tot zeven seconden eerder kon ‘lezen’ dan dat de proefpersonen zich hiervan bewust waren. Hieruit afleiden dat we geen vrije wil hebben, vereist echter een nodeloze tweedeling tussen het bewustzijn en de rest van de werking van de hersenen. Ik wil het liever niet het on(der)bewuste noemen, omdat dat een strikte scheiding tussen de twee impliceert.

Vergelijk het met 12 Angry Men, courtroom drama for the ages. (U mag ook aan de versie uit 1957 denken.) In de rechtszaal krijgen de juryleden de informatie gepresenteerd over een moordzaak, een beetje zoals ik onlangs informatie zocht over scheerapparaten, want ik ben goed in het kopen van leuke nieuwe dingen voor mezelf (buiten mijn wil om). Vervolgens trekt de jury zich terug, om te beraadslagen; de meeste juryleden hebben echter al een idee gevormd over de schuld van de beklaagde. Net zo overwoog ik de verschillende types en merken, niet noodzakelijk op een bewuste, rationele manier: geen haar op m’n hoofd (zing!) dat durft beweren dat een zwart scheerapparaat met rode accenten me beter zou liggen dan een babyblauw exemplaar, maar een “stoere tools voor stoere jongens” idee speelt vast mee in mijn beslissingsproces.

Onder de juryleden bevindt er zich gelukkig ook een man die zijn twijfels had over het aangevoerde bewijs (gelukkig, want anders was er geen film); die zeurende stem in je hoofd die zegt “heb je dat scheerapparaat wel nodig?” en “kost het niet te veel voor wat het is?”. In de film slaagt juror #8 erin om iedereen te doen twijfelen en wordt de beschuldigde uiteindelijk vrijgesproken (geen spoiler alerts voor werken uit de vorige eeuw). De weifelende stemmetjes in mijn hoofd konden echter niet met zo veel gezag spreken en ik kan me nu onder de douche scheren.

De beslissing die de onderzoekers konden registeren zeven seconden voor de proefpersoon zich er bewust van werd, is het moment waarop het laatste jurylid zich laat overtuigen om de groep te volgen en onschuldig te oordelen. De proefpersoon wordt er zich echter pas bewust van op het moment dat het verdict in de rechtszaal wordt voorgelezen, op het moment dat zij haar keuze formuleert voor zichzelf. Maar waarom zou het daarom minder haar eigen keuze zijn?

Een concept van vrije wil bedenken dat onafhankelijk van omgevingsfactoren opereert, lijkt me een beetje onzinnig. Natuurlijk nemen we beslissingen op basis van wat we weten en meegemaakt hebben. Wat zou een bewuste ik, en de vrije wil die die ik meen te hebben, anders zijn dan een geheel van ervaringen, vervat in een complex netwerk van neuronen en elektrische signalen? Hoe zou de tumultueuze en afwisselend verschrikkelijke en prachtige geschiedenis van de mens te verklaren zijn zonder individuen met vrije wil?

Oei, wacht, dat wou ik niet schrijven. Ik bedoel sorry, schat, voor dat scheerapparaat. Het was sterker dan mezelf.

dinsdag, februari 18, 2014

Wat baten kaars en bril...



Ja, ik geef het grif toe, deze zin in een reactie van een zekere Marc Van Alphen op een poll op de site van De Morgen geeft me aangename rillingen. Ik bezondig me er immers ook wel eens aan, aan dat lachen met zij die barricades voor het Nederlands in Vlaanderen opwerpen.

Dat mag u gerust dubbelzinnig interpreteren, dat opwerpen van die barricades. Want wie erop staat, is er vast heilig van overtuigd dat-ie een langs alle kanten bedreigde taal verdedigt. Ik zie het eerder als het beperken en inperken van, ja, van wat eigenlijk? Het Vlaams? Dat bestaat natuurlijk niet echt. Toch niet als monolithisch blok dat Jan en alleman spreekt in tegenstelling tot Kees en elke mees. Van het Nederlands? Die levende taal die waarschijnlijk, na het Frans, het striktst voorgeschreven wordt?

Ik ben zelf grootgebracht door ouders die een zeer mooi Vlaams Algemeen Nederlands spraken en spreken. Dat mooi Nederlands overleefde niet echt mijn aanraking met de lagere school; dictie maakte mijn uitspraak opnieuw even mooier algemener, maar dat heeft niet echt lang geduurd. Kzenne kik van Aantwaarpe. Nee, zo spreek ik niet, maar iets presenteren bij de VRT zit er ook niet onmiddellijk in.

Van die boer geen katten op laag water
Ondertussen beheers ik meer dan enkel mijn moedertaal; zeer vlot Engels, een verstaanbaar Frans, und ich spreche etwas Deutsch, als is dat de enige zin Duits die ik ken. En die andere talen hebben natuurlijk wel een invloed op mijn Nederlands, net als veel talen die ik niet spreek. Rauwe, in plakjes gesneden vis noem ik bijvoorbeeld steevast sashimi (het is best mogelijk dat dat, voor wie Japans spreekt, niet helemaal of helemaal niet correct is). En het seksueel penetreren van lichaamsholten met een gebalde vuist noem ik fisting, al probeer ik daar niet al te veel aan te denken.
Dus misschien ben ik simpelweg al te besmet met niet-Nederlands om die onophoudelijke bedreigingen voor het Vlaams nog te herkennen, laat staan serieus te nemen. Niet dat ik taal onbelangrijk vind, integendeel. Ik word soms zelfs, achter mijn rug én vol in het gezicht, een taalpurist genoemd, onder andere omdat ik mij nodeloos, maar met veel plezier opwind over als/dan omwisselingen, dt-fouten en verhaspelde uitdrukkingen. ’t Is een hobby.

M’n stout dialectsprekertje
Maar dat krampachtig vasthouden aan een eentalige regio, die terzelfder tijd de “logistieke draaischijf van Europa” moet worden, zorgt voor een veelheid aan kneuterige navelstaarderij die de voeling met de realiteit verloren lijkt. De toeristenplannetjes in Antwerpen, volledig in het Nederlands. De vuilbakjes in de treinstations waar de verschillende types afval er per bakje vier keer opstaan, ‘rest, rest, rest, rest’, want dat is duidelijk voor elke toerist. Het weghalen van een verkeersbord vlakbij de Franse grens waarop ‘carrefour dangereux’ staat, want hier spreekt iedereen, plots, magisch, Nederlands.

Of, inderdaad, het willen verbieden van niet-standaardtalige uitspraak op de openbare omroep; wat een tepel is voor de Amerikanen, is het Kempisch voor de Vlaming. Dat is een goeie vergelijking, want dan kan ik ook zeggen dat net zoals Amerika wel een massale porno-industrie heeft, Vlaanderen een grote groep heeft, waarschijnlijk een ruime meerderheid, die geen Standaard Nederlands bezigt in het grootste deel van haar interacties. Ik zou het bijna schizofreen noemen, maar ik weet wel beter.

Re: spek met eieren
Om toch tot iets conclusie-achtig, conclusie-esque, conlcusie-ish te komen: ik hou wel van de Taalunie. Ik vind het leuk dat er overal vaste regels voor bestaan, die weliswaar betrekkelijk complex, maar ook (tamelijk) eenduidig zijn. Maar laten we oppassen, meneer Vandaele, om een Nederlands dialect geen Nederlands te noemen; al was het maar uit respect voor alle Vlamingen die Kempisch spreken. Laten we ook niet vergeten dat de VRT (zowat?) elk programma ondertitelt, en dit altijd in het Standaard Nederlands.

En vooral, laten we proberen om uitspraken als deze te vermijden: “Laten we dus alstublieft ophouden met tussentaal, varianten en al dat soort gezeur van sociolinguïsten en eindelijk proberen een heldere standaard neer te zetten.” Want er is een heldere standaard, maar er is ook een realiteit die zich daar niet zo makkelijk in laat vangen. En er zijn linguïsten die er een iets betere kijk op hebben dan die mensen die hun identiteit aan hun taal verbonden hebben.

Not me, though...

maandag, februari 03, 2014

Liefde is blijkbaar een hol begrip


De Broeders van Liefde, het klinkt een beetje als een Nederlandstalige rockgroep uit de jaren tachtig, maar dat is misschien mijn verwarring met Temple of Love.

Maar die Broeders van Liefde zijn onversneden katholieken van de oude stempel. Dat bedoel ik niet als compliment, maar zij zullen dat wel zo zien. Het water tussen ons is diep, al is dat geen slechte eigenschap voor een slotgracht.

René Stockman, hun generale overste, ziet overal om zich heen moord en zelfmoord die demaatschappij moreel opdringt. Een Soylent Green zonder voedingswaarde. Een kille maatschappij die mensen dwingt om zichzelf en hun ongeboren kinderen over de kling van de individualiteit te jagen. Of zoiets.

Ik ga niet discussiëren over hoe mensen die ondraaglijk lijden niet beter af zouden zijn in een eeuwigheid van gelukzaligheid in het aanschijn Gods. (Ik neem aan dat volgens hem al die mensen naar de hel gaan.) Ook niet over de grote gedachtesprong dat als euthanasie toegelaten is, het sowieso een moreel verplichting wordt. Ik ga zelfs niet discussiëren over de vreemde samenzweringsvibe die over het artikel hangt; vrijmetselaars zijn overal! Of waren het anarchisten?

Maar ga als oude, blanke man godverdomme niet verkondigen dat abortus in feite euthanasie op wilsonbekwame minderjarigen is. Niet alleen is dat intellectueel oneerlijk (dan is elke menstruatie ook conceptuele moord, en zwemmen er ongetwijfeld veel spermacelletjes rond in de hemel), maar zo’n vergelijking is ethisch verwerpelijk. Alsof een foetus identiek aan een mens behandeld moet worden. Moet voor elk miskraam dan een onderzoek worden ingesteld? Is elke echografie op Facebook dan kinderporno?

Ja, ik kan ook onbeantwoorde vragen stellen, beste broeder Stockman. En voor een man die de “inspiratie[vindt] in de waarden van het Evangelie en [handelt] in navolging van Jezus,onze Heiland”, vind ik dat u verdomd weinig liefde geeft en verdomd veel oordeel uitspreekt. Want laten we wel wezen, in feite noemt u elk meisje en elke vrouw die een abortus heeft ondergaan, om welke reden dan ook en vast met veel wikken en wegen en twijfel en pijn, al die mensen noemt u botweg moordenaars. Omdat uw bekrompen, rechtlijnige ethiek het concept leven belangrijker vindt dan het individu dat leeft.

Ik geloof dat Jezus van u zou walgen, broeder Stockman. Ik weet alleszins zeker dat ik het doe.

woensdag, januari 22, 2014

Voorwaar Vroar

Touring daalt al enkele jaren gestaag in mijn achting, waardoor ik hun wapenfeiten met argusogen en een gezonde dosis cynisch wantrouwen volg. Als een “mobiliteitsonderzoek van Touring en Febiac” uitspraken doet over wat “de Belgen” vinden, dan gaat mijn manipulatiemeter trillen als de achterbankzitter van een BMW die over de kasseien dendert. En als er van het onderzoek niet onmiddellijk iets terug te vinden is, behalve vrijwel identieke artikels, wel, dan krijg je een stukje als dit.

Gif wil ik er niet op innemen, maar de kans dat Touring en Febiac de enquête enkel bij hun eigen leden hebben uitgevoerd, lijkt me betrekkelijk groot. Dan is een zin als “Koning auto blijft volgens het onderzoek heer en meester”, die in elk artikel herhaald wordt, natuurlijk al wat minder verrassend. Er wordt immers geen rekening gehouden met de 20% gezinnen die geen auto hebben en dus niet bij een automobilistenvereniging zijn aangesloten.

Meer zelfs: als blijkt dat bijna evenveel mensen vinden dat de inkomsten uit autobelasting moeten geïnvesteerd worden in het openbaar vervoer (53%) als in het bestaande wegennet (59%), moeten we misschien oppassen met een titel als ‘Overheid moet fors investeren in wegennet’. Zeker met “een foutenmarge van drie procent”, dat zinnetje dat wetenschappelijke credibiliteit aan het artikel moet verlenen.

Nog meer zelfs: 64% van “die autobestuurders” (welke autobestuurders? Diegenen die uitsluitend de auto gebruiken? Die 36% procent die liever in de file dan op het openbaar vervoer zit? Die duizend mensen die ondervraagd zijn?) zou vaker het openbaar vervoer gebruiken als het netwerk beter uitgebouwd zou zijn. Daar kan je natuurlijk moeilijk mee uitpakken op het Autosalon, dat snap ik wel.

Om maar te zeggen, ik lees de gepoetste cijfers al een stuk anders dan de teneur die het artikel aangeeft. En ik zou het fijn vinden moest de propaganda van de automobielindustrie, die ze uiteraard wel mogen verspreiden, niet kritiekloos als de mening van “de Belg” wordt verspreid.

Maar mij vraagt Touring niets…

donderdag, december 26, 2013

What would Jesus earn?


“Amper één dag na kerstdag worden veel kerstcadeaus alweer verkocht via het internet.” Dat is het hoofdpunt van het nieuws vandaag om 14u.

Gefascineerd luisterde ik naar de verwonderde toon van de nieuwslezer die zich ofwel afvroeg hoe je die cadeautjes kon digitaliseren en doorsturen, dan wel waarom dit de eerste woorden uit zijn mond waren, op deze kerstdag die bijna, maar net niet, de eerste is.

Gebiologeerd, ook, hoorde ik aan hoe de woordvoerder van kapaza hierover uitleg verschafte, toch wel het belangrijkste nieuws van de dag. Dat het veelal cadeaus zijn die mensen dubbel hebben gekregen (hoe wéét zij dit?) en ook wel ongelukkige cadeaus (cadeautherapie kan ook geen wonderen verrichten).

Een teken des tijds, dacht ik, terwijl het me opviel dat er dit jaar niemand een boek voor mij gekocht had om de geboorte van Jezus te vieren. Hoekiger, harder en dommer, zo zal de toekomst altijd wel lijken, of je nu ontslagen wordt en je gezin amper eten kan geven, laat staan een kerstmaal, dan wel wanneer je loon plots gehalveerd wordt en je dan maar uit overtuiging ontslag neemt. Niet dat je met dat gehalveerde loon een probleem hebt om een gezin of twintig te voeden, maar het is een principekwestie, weetuwel.

Maar ach, allemaal slachtoffers, nietwaar? Ik kan me (vaagweg) inbeelden dat je al behoorlijk geschoffeerd moet zijn om een loon van ruim zeshonderdduizend euro af te slaan. Maar er staat natuurlijk geen prijs op waardigheid onder het miljoen.

Soit, elk individu heeft het recht om de middelvinger op te steken en weg te wandelen, zeker mensen die Johnny heten. Maar misschien moeten alle opinjisten toch een paar tellen langer nadenken over de stelling als zou een loon van een half miljoen per jaar niet genoeg zijn om competente mensen aan te trekken. Dan kan iedereen die minder dan €30 000 per maand verdient eindelijk de middelvinger laten zakken.

vrijdag, december 13, 2013

When you pry it from my cold, dead brain


Ja, goed, het is niets meer dan een stunt om onduidelijke publicitaire redenen, maar de pseudo-verkiezing van het Nederlandse woord dat u “in 2014 niet meer terug wil zien” laat toch een beetje een wrange smaak in mijn mond achter. Niet zozeer omdat ik overtuigend winnaar ‘kids’ een warm hart toedraag, al moet gezegd dat de redenen die worden aangehaald om het weg te stemmen (“omdat er al een Nederlands woord voor bestaat dat prima voldoet” – “Nutteloos hip” – “[een] schijnbaar joviaal woord, dat ook nog eens Engels is!”) mijn liefde voor ‘kids’ onmiddellijk doen verveelvoudigen.

Want het wordt mij snel duidelijk, binnen mijn niet-wetenschappelijke semantische theorie, dat alle kids kinderen zijn, maar dat zeker niet alle kinderen kids zijn. Kids dragen polo’s en doen aan polo, ze hebben een gsm vanaf hun zevende levensjaar en eten enkel gepelde druiven en gestoomde groenten. Geen enkel kind zal zich echter als kid omschrijven; het gebruik van het woord zegt waarschijnlijk dus meer over de gebruiker. U mag dat woord natuurlijk afwijzen uit een burgerlijke reflex die bang is van externe invloeden op de eigen, zuivere cultuur, maar helaas, too little, too late. Beter wordt het als u dit woord accepteert en in de armen sluit, inclusief de eigen, specifieke betekenis. Voorbeeld: “Willen jullie een stuk fruit? Een banaan? Een appel?” – “Ugh, wij eten enkel druiven die gepeld zijn.” – “Hmmm, wat een kids heb je daar grootgebracht…”

En wat is er trouwens mis met ‘swag’? Het bekt een stuk beter dan “gratis spullen met een merk- of productnaam op”, maar dat wist u natuurlijk! Of net niet, en is dat het enige woord dat u zich herinnerde uit de gesprekken met uw kinderen, samen met ‘yolo’, gefrustreerd en gepanikeerd omdat het niet in die vijftien jaar oude Van Dale staat en misschien betekent het wel drugs!

Waarom maak ik me er ook maar enigszins druk ik, vraagt u zich misschien af? Misschien ben ik ook wat gefrustreerd en gepanikeerd, volledig in het duister over het nut van die “Weg met dat woord” verkiezing, met een eclectische short list die naast ‘kids’, ‘swag’ en ‘yolo’, woorden als ‘dagdagelijks’ (niet correct en geen betekenisverschil met ‘dagelijks’) en ‘absoluut’ (een tamelijk standaard woord met een zeer brede betekenis dat niet zomaar vervangen kan worden), of zelfs ‘crisis’ bevat.

Maar ik snap het wel. Want door het beperken van de woordenschat, beperk je de realiteit, en een beperkte realiteit betekent een makkelijker leven. En in de opkomende participatiesamenleving, als een ontnuchterende selfie van onze maatschappij zoals ze de crisis denkt te doorstaan, is er enkel nog swag voor de kids, enkel een absoluut confederalisme dat het leven dagdagelijks tot een strijd maakt. Yolo!
 

 

donderdag, oktober 31, 2013

What would Jesus do?


Hans Van Eyghen verdedigt met vuur en vreemde stellingen een abstracte christelijke traditie die niet aangevallen werd.

Hij zegt dat uitspraken over ethische waarden altijd binnen een vorm van levensbeschouwing en ideologie liggen, wat me voor de hand liggend lijkt. Zeggen dat het recht op een gezond leven niet kan beargumenteerd worden “zonder zich te beroepen op een christelijk geloofspunt” lijkt me dan weer wat van de pot gerukt. Elk christelijk geloofspunt is immers net dat, een punt van geloof, waardoor elk argument ultiem terug te brengen valt op ‘omdat God het zo wil’, wat voorbij gaat aan het feit dat de wil en werkwijze van een god verwoorden altijd wat nattevingerwerk is.

Maar, belangrijker, gaat het ook voorbij aan de basis van onze seculiere, humanistische maatschappij. Niet alleen is die ontsproten aan meer tradities dan enkel de christelijke, ze heeft inderdaad enkele axioma’s die niet op (rationele of theologische) argumenten rusten. Elk individu is gelijkwaardig, bijvoorbeeld. Waarom? Omdat dat ons uitgangspunt is.  Daarnaast kiest niemand hun geboorte, of hun ouders, en dus krijgt iedereen dezelfde basisrechten en –plichten. Los van huidskleur, geloof, geslacht, of wat dan ook, enkel omdat het mensen zijn. Omdat we dat zo hebben beslist.

En inderdaad, het doet weinig ter zake of het meisje zich weigerde te laten inenten uit religieuze motieven of niet. Ten eerste omdat het inenten in haar kindertijd had moeten gebeuren, dus lang voor ze zelf die beslissing bewust had kunnen maken. Ten tweede omdat elke argumentatie tegen vaccinaties meestal ongegrond is, maar vooral altijd ondergeschikt is aan de algemene voordelen die een hoge vaccinatiegraad met zich meebrengt.

Niemand is een eiland, ook niet die gemeenschappen die dat dolgraag zouden willen. En hoewel het recht op zelfbeschikking hoog staat aangeschreven in onze samenleving (hoger dan het recht op leven zelfs, en dit dan weer in tegenstelling tot de christelijke traditie), bereikt dit recht haar grenzen daar waar het anderen in gevaar brengt.

dinsdag, oktober 29, 2013

Les paysans

Een uur langer slapen, het helpt ons denkvermogen niet, bewijzen mijn verzamelde anekdotes. Maar wat moet jij met zo’n waarheidsbevestigende anekdotes, weldenkende mensen die toch nooit genoeg slapen? Niets, dat dacht ik wel.

In plaats daarvan gaan we nog eens kijken waar Sabam mee bezig is, want dat is ook altijd leuk. De FOD Economie heeft hen, in hun bevoegdheid van controleorgaan en straight man, gevraagd om niet naar het gerecht te stappen. “Belangenvermenging, of zoiets!” klinkt het bij Sabam, maar laten we wel wezen, de zelfverklaarde auteursrechtenmaatschappij heeft nog niet genoeg rechte einden gezien om er één te herkennen.

Wat ze willen is dat Belgacom, Telenet en Voo, in hun hoedanigheid van internetproviders, een vergoeding betalen aan Sabam van 3,4% van hun omzet. Waarom? Omdat het internet mensen de mogelijkheid geeft om auteursrechtelijk beschermde werken illegaal te downloaden.

Los van het feit dat Sabam een fractie van een fractie vertegenwoordigt, dat dit hetzelfde idee is als autobouwers alle snelheidsboetes te laten betalen, en dat 3,4% van de omzet waarschijnlijk veel te hoog ingeschat is*, betekent het ook de doodsteek voor het illegaal downloaden in ons land. De internetproviders zouden dat bedrag immers doorrekenen naar hun klanten en bijgevolg zouden wij, euh, zouden zij die illegaal downloaden, betalen aan “de auteurs” (lees: Sabam).

Er zou een heel nieuw systeem moeten komen om de inkomsten te verdelen, liefst over de makers van alles wat illegaal gedownload wordt (en hopelijk niet alleen voor wie lidgeld aan Sabam betaalt). Maar kan je internet ondertussen niet als basisrecht beschouwen? Misschien moeten we dan een progressieve cultuurbelasting invoeren, liefst zelfs Europees of, dromen mag, wereldwijd. Alle e-cultuur wordt gratis en de auteurs worden betaald naargelang hoe vaak hun werken gedownload worden. En op dat moment houdt algemeen directeur Christophe Depreter een persconferentie en zegt "Sa... BAM!", and he drops the mic.

Man, wat is Sabam vooruitstrevend. Fight on, brave philanthropists. Fight on.

* voor Telenet was de halfjaarlijkse omzet in 2012 727 miljoen; 3,4% van het jaarbedrag zou net geen 50 miljoen euro zijn. Voor Belgacom was de omzet in 2011 6,4 miljard; 3,4% hiervan is 217,6 miljoen. En ja, je kan dan wel zeggen dat daar ook telefonie en televisie bij zit, maar door alle bundels wordt het moeilijk, zo niet onmogelijk om dat uit elkaar te gaan houden. Sowieso is Sabam (omzet 2011: 140 miljoen) niet de organisatie die voor de moeilijke weg met minder inkomsten kiest.

woensdag, oktober 02, 2013

Dààr sta je dan

Jawel, het is zo ver, we leven in de toekomst. Dat weet ik, omdat ik de tekens aan de wand kan lezen. Niet enkel de heikele, dystopische toestanden - oorlogen die worden uitgevochten tussen arme sloebers en hoogtechnologische imperiums (om eens niet het woord 'rijken' te gebruiken); opstanden over schaarse grondstoffen die niet echt schaars, maar enkel kunstmatig duur gemaakt zijn; YouTube filmpjes uit de ruimte

Nee, ik kan ook de letterlijke tekenen aan de wand in het station van Brussel-Centraal lezen, die me vertellen dat er nu ook robots verkocht worden aan particulieren. Dweil- en stofzuigrobots, want de toekomst moest ergens beginnen; ook wel seksistische robots, die ervan uitgaan dat enkel meisjes op netheid gesteld zijn, want de toekomst moet ook niet te snel komen.

In schril contrast daarmee staan de toiletten in Brussel-Centraal. Niet dat er daar niet goed gepoetst wordt. En zo'n dweilrobot zal ook nog wat zelfbehoud moeten leren voor het (zij?) daar tewerkgesteld kan worden. Maar de technologie die er wel is, kan ik alleen maar als een stap terug zien: poortjes waar je vijftig cent moet insteken, maar die dit enkel kunnen ontvangen in de vorm van één, krachtig geduwd muntstuk, waardoor men ernaast een toiletmadam heeft moeten neerpoten die, met geheel onterechte minachting, de mensen terechtwijst als die de noodeloos beperkte technologie niet onmiddellijk doorhebben en ondertussen ook met het tempo van een robuust zeebeest muntstukken wisselt waar nodig (lees: voortdurend).

Maar er lopen wel mannen rond die kuisen, daar in Brussel-Centraal, dat dan weer wel. De toekomst, zeg ik u!