dinsdag, juli 01, 2014

Eén goede bedoeling maakt de utopie niet

Jarenlang was ik een lezer van De Morgen. Niet enkel in die zin dat ik er dagelijks aan de keukentafel mee wakker werd, maar ook dat ik er een deel van mijn identiteit uit putte. Ik las De Morgen, wat ook betekende dat ik uitdrukkelijk niet De Standaard las, al was het maar omdat ik dacht dat een brandmerk als AVV-VVK niet zomaar verdween omdat het niet meer zichtbaar was. Ik las De Morgen omdat ik vond dat elke mens evenwaardig is en dat het hoogste streefdoel van een maatschappij moet zijn om voor elke mens het menselijke minimum te voorzien. Dat vind ik nog steeds, maar ik lees De Morgen niet meer.

Het is in een relatie vaak moeilijk om het moment te duiden waarop het allemaal is misgelopen. In dit geval is er echter een specifiek punt waarop ik (metaforisch en in gedachten) met slaande deuren vertrokken ben. Het waren niet de columns van een sportjournalist die beweerde dat Afrikanen zich geen zes weken op eenzelfde doel kunnen concentreren, want, hè, sportjournalisten (daar komen we later nog op terug). Het was wel de reactie van chef politiek Bart Eeckhout, enkele stappen later, die me in de beste soaptraditie deed inzien: “ik ken jou niet meer, De Morgen. Je bent niet langer de persoon waarmee ik etc. etc.”

Oh, het is vast allemaal geschreven met goede bedoelingen, maar mijn favoriete spreekwoord is al een tijdje “the road to hell is paved with good intentions”. Dat klinkt dramatisch, maar oh, wat een hartzeer ook. Voor ik me echter in mijn pyjama installeer op de zetel met een pot cookie dough roomijs en alle Bridget Jones films op repeat (zo verwerk je toch verdriet?), wil ik wel even proberen om mijn teleurstelling te duiden.

De kern van die teleurstelling is dat Eeckhout, zoals ik het lees in zijn reactie, de mechanismen van racisme niet volledig begrijpt. Dat klinkt vast denigrerender dan ik het bedoel, zeker vanuit mijn sneeuwwitte ivoren toren. Ik geloof dat Eeckhout oprecht is in zijn beweringen, maar dat maakt zijn apologie des te pijnlijker. Natuurlijk is hij niet verantwoordelijk voor mensen die racial slurs op andermans huizen kalken, of in het gezicht van niet-arische peuters rochelen. Het zijn echter symptomen van een algemeen klimaat waar men zich amper bewust van lijkt.

Eeckhout haalt als tegenvoorbeelden eerst Fikry El Azzouzi aan, die in een column Etienne Vermeersch “een fundamentalistische verlichtingspastoor” noemde, en vervolgens Jan Goossens, die zegt dat het banaliseren van racisme “typisch Vlaams” is. Maar dat zijn uitspraken van een heel andere orde. El Azzouzi verwijt Vermeersch, een individu, enkele heel concrete uitspraken. Los van of het al dan niet terecht is, Vermeersch is niet bepaald op zijn mond gevallen en kan zich goed genoeg verweren. En Goossens is inderdaad stereotyperend als hij ‘de Vlaming’ verwijt racisme te banaliseren, maar niet alleen is Goossens zelf een Vlaming, wat hem best veel recht van spreken geeft over Vlamingen, hij is daarenboven ook genuanceerder dan sportjournalist Hans Vandeweghe waar het allemaal mee begon. Iets “typisch Vlaams” is iets dat veel voorkomt in Vlaanderen, maar niet per se bij elke Vlaming. Wijn is ook typisch Frans, maar daarom gaan we er niet van uit dat elke Fransman wijn drinkt. “Deze ‘typsiche Vlaming’ voelt zich alvast niet aangesproken”, zegt Eeckhout dan ook. Vandeweghe stelde zich in zijn column echter geen “vragen […] bij het concentratievermogen van Afrikaanse voetballers”, wat Eeckhout beweert, maar zei botweg: “Afrikanen kunnen zich geen zes weken concentreren op één doel. Dat is een empirische en statistische vaststelling.” Hoe kan je je dan, in de naam van de lieve menselijkheid, niet aangesproken voelen als je je op een of andere manier identificeert als Afrikaan? Hoe moet dat voelen als je dit leest als, ik zeg maar wat, achtjarige Congolees?

Taal is belangrijk, laten we wel wezen. Het zou al iets anders zijn als er “Afrikaanse voetbalploegen” stond, maar dat stond er uitdrukkelijk niet. Zelfs in zijn reactie nuanceert Vandeweghe dit amper. Waarschijnlijk omdat hij “tegendraadser” is. En omdat hij zich niet realiseert dat het zinnetje, met de in elk opzicht onwetenschappelijke toevoeging dat het “een empirische en statistische vaststelling” is, ook meningen vormt, lang nadat alle matchen afgelopen zijn. Ik durf er enkele maandlonen om te verwedden dat het in cafédiscussies nog aangehaald zal worden als onomstotelijk, wetenschappelijk feit, dat Afrikanen zich niet echt lang kunnen concentreren, vergetende dat de bron van deze ongein een sportjournalist is die zichzelf een heel heertje vindt.

Maar, Folker, hoor ik mezelf een lezer nabootsen, straks mogen we niets meer over niemand zeggen, mogen we zelfs niet meer lachen met sportjournalisten. Maar niet alleen mag u altijd lachen met sportjournalisten – want een comfortabele sociologische meerderheid, zoals de blanke, mannelijke sportjournalist, kan wel wat spot gebruiken – wat het De Morgen in dit verhaal ontbreekt is een beetje empathie en een beetje nederigheid. Empathie om er even kort bij stil te staan hoe de mensen waarover je schrijft dit kunnen interpreteren, los van je eigen intenties. En nederigheid, om te mogelijkheid te vatten dat je intenties en je daden niet altijd overeen komen.

Dat is waar De Standaard een voetje voor heeft op De Morgen, in de figuur van ombudsman Tom Naegels. Niet dat zijn meningen onfeilbaar zijn, verre van, maar hij geeft aan dat de redactie nadenkt over wat ze doen, openstaan om hun al dan niet bedoelde impact te analyseren en waar nodig zichzelf bijsturen. Eeckhout, zo blijkt, is geen racist, en daarmee is de kous af. Maar zo eenvoudig is onze maatschappij al lang niet meer.

Tot slot: ik kan toch niet de enige zijn die BelgiumizeMe best fout vindt? Echte Belgen heten Fontaine, De Smet en Kerkstoel? Ik dacht net dat de Rode Duivels voor het eerst lieten zien dat ook Januzaj, Fellaini en Dembélé echte Belgen zijn? Zowel De Morgen als De Standaard gooiden het vlot op hun site. Ik ben benieuwd wie hier het eerst een kanttekening bij maakt.

vrijdag, juni 13, 2014

Oh! Ah! Ow! The bubbles are burning my tongue!

Uiteraard wou ik snel checken of ik introvert ben. Het is waarschijnlijk een oneigenlijke tweedeling, dat intro- en extravertisme, aangezien de manier waarop je je gedraagt hopelijk afhankelijk is van de omgeving waarin je je bevindt. Ik zou mezelf, eerder dan zo’n vaag ‘introvert’, een respectvol misantroop noemen. Een mogelijk levensmotto is dan “ik moet je niet, maar daar hoef je niets van te merken”. Dat is net zo civiel.

Die terughoudendheid valt gelukkig weg als het over grote multinationals gaat. Rechtspersoonlijkheid alleen is niet voldoende om mijn beleefdheidsreflex te activeren. Zeker niet als het over Coca-Cola gaat, nagel aan mijn doodskist. Met 'Andere frisdranken bevatten nog meer suiker dan Cola’ krijgen ze een titel die, al was het maar door één iemand, geïnterpreteerd zal worden als zijnde ‘Cola is (niet on)gezond’. En de tweede helft van het artikel wordt volledig gewijd aan Coca-fucking-Cola Life, met een beetje stevia en nonsens als “De drank bevat minder calorieën dan de traditionele variant en zou dus dichter moeten aanleunen bij de ‘echte’ colasmaak.” Terug naar de oer-cola, zou je denken, al betekent dat volgens mij eerder evenveel suiker en vooral meer cocaïne.

“Folkeu-heur,” hoor ik je al jengelen, “dan moet je toch over die nablatende journalist klagen; Coca-Cola is een bedrijf en dat moet winst maken en reclame (inclusief uiteraard misleiding van het publiek, want wat is reclame anders) is daar een nu eenmaal een blah-blah-blah.” Sorry, je moet maar niet zo jengelen, dan stop ik met luisteren.

En ja, de journalist heeft zich niet heel journalistiek opgesteld, maar dat verwacht ik zeker niet meer bij artikels die in het roze (Life&Style) gedeelte van de DS-site staan. Maar weet je wat nog veel irritanter is? Elke keer als Coca-Cola een nieuwe reclame in de bioscoop brengt, word ik er, tegen wil en dank, door geraakt. Niet de Coca-Cola Light of Zero reclames, maar daar ben ik ook het doelwit niet van (al apprecieert het 16-jarig jongetje in mij de Zero reclames wel). Die voor de gewone, ‘traditionele’ Coca-Cola, echter, slagen er elke keer opnieuw in, tot een krop in de keel toe soms. Bastards!

Behalve die met de gesegregeerde ijsberen. Dat was vooral dom en een beetje cynisch, zeker als je het contrasteert met die andere Coca-Cola kerstreclames waarin een onooglijk lange rij vrachtwagens meehelpt met het doen smelten van het poolijs.

Kraantjeswater, dat past nu eens beter bij mij. Al geldt dat in feite voor iedereen.

dinsdag, mei 27, 2014

When nothing goes right, go left

Dat zie je wel eens op een poster staan. Leuk, dat, maar de echte vraag is natuurlijk wat te doen als alles naar rechts gaat. Het antwoord, zo blijkt, is en masse mee te hobbelen in een vage richting die alles aanbiedt wat men er maar op projecteert: meer geld, meer jobs, meer auto’s, meer Vlaanderen. Niet dat ik die paar rechtse rakkers in mijn Facebook newsfeed hun vermeende overwinning per se misken, maar ik kan onmogelijk die toekomst visualiseren waar zo veel mensen voor gekozen denken te hebben.

Een toekomst zie ik zeker wel, maar niets waar een derde van de bevolking, laat staan meer, beter van wordt. Zelfs als iedereen minder belastingen zal moeten betalen (wordt dat niet elke verkiezing opnieuw beloofd?), we zullen ook veel minder terugkrijgen, wat een nettoverlies zal betekenen voor zowat iedereen. Niet onmiddellijk, misschien, zeker niet als je een job en je gezondheid hebt, maar geen symbool dat het afbouwen van enige en alle solidariteit zo sterk uitdraagt als twee vingers die zo ver mogelijk van elkaar af worden gehouden. “Zoek het zelf maar uit!” was, denk ik, de slogan die erbij hoorde.

Het is altijd makkelijker om aan de kant van de entropie te strijden, om structuren af te breken en gemeenschappen te ontmantelen. En minstens zo makkelijk is, zo bleek, het afschuiven van de verantwoordelijkheid, op de voorgangers, op moedwillig slechte verstaanders, of gewoon op de slachtoffers zelf. Op zich geen slechte tactiek, al hangt het er vanaf wat je wil bereiken. Misschien werkt de federale regering op dat vlak louterender dan de Vlaamse.

Maar, om toch maar op een vrolijkere noot te eindigen, na vijf jaar regeringsdeelname zal de grootste partij van Vlaanderen zeker pluimen verliezen, wat ze ook doen. Want ofwel laat je aan al die Vlaams Belang stemmers zien wat je nu echt denkt van die mensen die niet al generaties uit Vlaamse klei zijn opgetrokken en schrikken je andere kiezers van dat toch wel behoorlijk racistische standpunt, ofwel raak je de extreem-rechtse stem volgende keer kwijt. Dan gaan al die Vlaams Belang politici terug naar hun eigen lijst, en kan je met z’n tweeën een regering vormen. Of, nog beter, in kartel opkomen. Je zal amper de huidige lijst moeten aanpassen.

dinsdag, mei 20, 2014

Verbaasje

Ik verbaas me geregeld. Dat is, naar mijn gevoel, een positieve eigenschap. Als er niets is dat je nog verbaast, dan is dat waarschijnlijk een teken dat je iets te goed geworden bent in het herleiden van die onbewijsbare objectieve realiteit tot je eigen, beperkte realiteit. Oh, we herleiden allemaal, natuurlijk. Dat is nodig om enige structuur aan te brengen in de onbevattelijke leegte. (Fun fact: het hoofdbestanddeel van alles is niets.)

Maar de verbazing van me die jullie nu ten deel valt, is er niet één op kwantumniveau. Algemene verzuchtingen over de realiteit, daar zullen we de komende vijf jaar nog wel genoeg tijd voor hebben. “Dat andere, parallelle universum,” zullen we ons afvragen, “waar men niet gestemd heeft voor een maatschappij die de economie als een doel, in plaats van als een middel ziet, zou het daar beter vertoeven zijn?” Of wie weet, misschien zullen zij zich dat afvragen over ons.

De verbazing hoeft er echter niet een te zijn op politiek niveau. God helpt diegenen die zichzelf helpen, en wie nu nog van plan is om op de NV-A te stemmen, die wordt waarschijnlijk nooit ziek of werkloos, rijdt enkel met de auto en denkt uitsluitend in het Nederlands. Good for them, I suppose; less so for everyone else.

Neem dan eerder mijn verbazing over de nieuwswaardigheid van dit *ahum* onderzoek: Twitter verraadt uw politieke voorkeur. Ik zou dit herformuleren tot “Wat u zegt, geeft aan wat u denkt”, maar er is een reden dat ik mij wijselijk uit de journalistiek heb gehouden.

Of verbaas je over mijn verbazing dat er pixels vuilgemaakt worden (zo werken computers toch?) aan de man die zijn nieuwe identiteitskaart ondertekende met zijn, euh, Twitternaam. Ik denk dat als je consequent een smiley met hartjes voor ogen als handtekening gebruikt, er zich ook geen wettelijk probleem stelt. Behalve misschien als iedereen een afbeelding van je handtekening in het bezit heeft en er tussen die iedereen één iemand zit met haram bedoelingen. Good luck, buddy.

Voel je ondertussen al de druk van de leemte die zich overal waar je kijkt tussen de atoomkernen en hun elektronen uitstrekt? Wees gerust, voor je het weet is dat het nieuwe normaal. Tot het zo ver is, echter, kan je misschien je gedachten verzetten met deze film, waar ik wel héél prominent in beeld wordt gebracht. Ja, ik geef het toe, het verbaasde me ook.

woensdag, april 30, 2014

Luke, I... I got nothing

Het is een onbegonnen taak om alle ongein aan te kaarten die om onze aandacht strijd, maar sommige zaken zijn me dierbaarder dan andere. Dus als Gwendolyn Rutten per se Star Wars erbij wil sleuren in haar laatste blogpost, dan neem ik maar wat graag de tijd om even op een rijtje te zetten waarom ze dat beter niet gedaan had (inhoudelijk gezien; politiek gezien denk ik niet dat het veel uitmaakt wat de Open Vld nog doet).

Nu, ik ga me beperken tot de Star Wars gerelateerde onzin, omdat het me voor de hand lijkt te liggen dat een zelf-verblindend optimisme niet bepaald een goeie eigenschap is voor politici in tijden van toenemende armoede en een ecologie die steeds minder geneigd lijkt om leefbaar te zijn voor mensen; laat staan voor politici die ook nog eens pleiten voor de aanschaf van nieuwe gevechtsvliegen. Kleine tip: kernwapens (want daar dienen die straaljagers voor) zijn niet bepaald een teken van optimisme.

Maar dus: Star Wars!

1) “Dat epos [Star Wars] is één langgerekt verhaal over de keuze tussen het negatieve (the dark side) en het positieve (the force)."

Dat is fout begrepen op een aantal niveaus. Ten eerste zijn zowel the dark side als the light side twee zijden van eenzelfde concept, namelijk the Force. Wat is dat? Wel, volgens old Ben Kenobi: “the Force is what gives a Jedi his power. It's an energy field created by all living things. It surrounds us and penetrates us; it binds the galaxy together.” Als je er per se een metafoor van wil maken, kan je het nog het best gewoon macht noemen. Politieke macht, financiële macht, de macht, alleszins, om het universum te manipuleren, in de breedste zin van het woord.

Ten tweede is het onderscheid tussen de lichte en de donkere zijde er niet één van optimisme versus pessimisme, maar één van altruïsme versus egoïsme. De slechteriken zijn niet die mensen die de hele tijd zuchten en steunen dat het niet zal lukken, maar net machtshebbers die in de eerste plaats hun eigen macht in gedachten hebben, voor wie hun macht een teken is van hoeveel beter ze wel niet zijn dan ‘gewone mensen’. De goeien, daarentegen, blijven niet op hun lauweren rusten, blij rondkijkend naar hoe goed het leven wel niet is (voor hen?); nee, ze bevechten actief het onrecht dat ze zien, helpen mensen waar ze kunnen en, vooral, zijn zich altijd bewust het risico dat die macht met zich meebrengt.

2) “Die breuklijn zit in elk van ons. We zijn allemaal een beetje Luke Skywalker. We moeten allemaal een keuze maken tussen de zekerheid van angst of het onbekende van hoop. Tussen negativisme en optimisme.”

Iedereen heeft, in het Star Wars universum, de keuze tussen licht en donker. Wie the Force kan manipuleren, loopt echter een groter risico om gecorrumpeerd te worden. Het is om die reden dat we, in het (naar ik meen) niet-Star-Wars-universum, machtshebbers nauwlettender in de gaten houden, of dit toch zouden moeten doen. Rijk zijn en die rijkdom enkel inzetten om de rijkdom te beschermen, dat is the dark side. En omgekeerd, wel, in mijn Star Wars / Bible fanfic is Jezus de eerste Jedi.

Maar Folker, het was toch Yoda die zei: “Fear leads to anger, anger leads to hate, and hate leads to the dark side.” Dat klopt, jij grote nerd, maar die cyclus wordt niet gestopt door een kinderlijke “dan moet je maar gewoon niet bang zijn”, maar door dat wat je angstig maakt onder ogen te zien en, waar mogelijk, aan te pakken.

Terzijde: als een liberaal het woord “optimisme” in de mond neemt, denk ik altijd aan Gordon Gekko.

3) “Als u daarmee worstelt, denk dan naar Yoda.”

Beste burger, niet alleen weet u dat “denken naar” best een vreemde uitdrukking is, maar zijn we echt op het niveau gekomen dat we stemadvies van een handpop uit de jaren tachtig overwegen? Een pop, daarenboven, die aan de macht was op het moment dat het universum in de duisternis werd gestort en in plaats van enige verantwoordelijkheid op te nemen, zich vervolgens verstopte in een moeras?

Een pleidooi voor een utopisch-ish wereldbeeld waar we, als mensheid, samen naartoe kunnen werken, daar ben ik helemaal voor te vinden. Maar een domme interpretatie van Star Wars als serieuze (?) verkiezingspropaganda, daar word ik, oh dear, daar word ik een beetje angstig van.

Gelukkig kan ik op een brede kennis van science-fiction steunen:

“I must not fear.
Fear is the mind-killer.
Fear is the little-death that brings total obliteration.
I will face my fear.
I will permit it to pass over me and through me.
And when it has gone past I will turn the inner eye to see its path.
Where the fear has gone there will be nothing.
Only I will remain.”
Frank Herbert, Dune

dinsdag, april 08, 2014

I used to be an adventurer, like you

Er zijn soms momenten dat je om half twee ’s nachts mensen moet gaan redden. Zoals Batman, bedenk ik me dan, al wordt het me enkele uren later wel duidelijk waarom Bruce Wayne tot de middag in zijn bed blijft liggen.

De warenhuizen, echter, die staan blijkbaar heel vroeg op. Om maar te zeggen, ze laten zich niet vangen. Het afschaffen van de koperen muntjes van één en twee eurocent, door middel van afronding, zal hen immers anderhalf miljoen euro kosten. Dat zeggen ze alleszins zelf, niet volledig uit de lucht gegrepen, maar wel met een zeer sterke overschatting van de hoeveelheid moeite die de gemiddelde consument wil doen voor een korting van één of twee cent. We redeneren echter allemaal uit ons eigen perspectief, en dat zal wel het verschil zijn tussen de sheeple zoals ikzelf en die gepediëstaleerde ondernemer die elke rosse (munt) omdraait. Maar zelfs als ik elke week twee cent korting krijg op mijn aankopen, zit ik op jaarbasis amper aan een volledige euro korting. Al moet niet alles dan maar naar boven tot op de 5 cent worden afgerond, dat dan ook weer niet, hoor ik mijn perspectief al zeggen.

Nu goed, als er iemand in de portefeuille geraakt wordt, is er altijd wel hommeles te vinden. Zelfs als het om een potentiele portefeuille gaat. Zoals bijvoorbeeld het opiniestuk van de gedelegeerd bestuurder van Voka in De Standaard vandaag. Hoe iemand er vandaag nog in slaagt om zo eenzijdig de vrije markt te bewieroken, zeker in het kader van geprivatiseerde (geestelijke) gezondheidszorg, ontgaat me volledig. Geen “zo’n vaart zal het allemaal wel niet lopen”, of “het karikaturale beeld dat van ondernemers wordt opgehangen, alsof het allemaal onethische geldwolven zijn, stuit me tegen de borst”. Oh, nee, dat is te veel nuance, blijkbaar. Nu is alles slecht, duur en langzaam, maar met de privatisering zal alles goed, goedkoop en snel gaan. Er zit ergens een mop in, iets met een onzichtbare hand en schizofrenie, maar zulke diagnoses worden beter door gediplomeerde dokters gesteld.

Hoewel, als je het huidige systeem, “waarbij de beheerders van de (semi-)publieke instellingen niet alleen het belang van de zorgbehoevende vooropstellen, maar ook zoveel mogelijk overheidssubsidies voor hun zorginstelling proberen te verkrijgen”, wil vervangen door een systeem dat het geldaspect niet naast, maar boven het belang van de patiënt plaatst (daarom heet het de profit sector), moet je niet gaan pretenderen dat dit in het voordeel van de zorgbehoevenden is.

Ach, maar waarom zeg ik dit? We weten dit toch allemaal? Ik ga er alleszins vanuit, aangezien optimisten blijkbaar op elk vlak beter zijn dan pessimisten; correlatie en causatie, natuurlijk, maar laten we maar vrolijk aannemen dat alles goed komt. Want voor een depressie moet je duidelijk geen subsidies meer verwachten.

dinsdag, maart 25, 2014

Samson, die nam tenminste geen blad voor de mond

Wat we zeggen en hoe we dat zeggen is onlosmakelijk met elkaar verbonden. Net zoals de tweedeling tussen lichaam en geest veeleer een fictie is, zo brengt de manier waarop je een boodschap brengt, zelf ook een boodschap. In dit geval: “ik heb duidelijk nog niet zo goed nagedacht over wat mijn boodschap is”. Maar dat is ook een boodschap.

Aanleiding van deze tamelijk voor de hand liggende overpeinzing, was aanvankelijk een zin op de site van DeMorgen: “Maar andere linguïsten vragen zich dan weer af of taal wel zomaar door mensen aangepast kan worden.” Ik denk namelijk dat taal geregeld aangepast wordt door (bewust) menselijk ingrijpen. Niet dat elk bewust ingrijpen tot verandering leidt, laat staan dat elke verandering bewust is. Maar dat geldt voor veel van de complexe systemen die verweven zijn in onze maatschappij.

Laten we ook niet vergeten dat een groot deel van de betekenis vervat zit in de interpretatie. Zo lees ik dit opiniestuk als satire; wie haalt het immers in het hoofd om een buurland te bezetten en er een stukje af te scheuren, als was het een verse baguette, zonder dat er sprake is van verregaande mensenrechtenschendingen en/of een formele vraag van hun volksvertegenwoordigers? Het antwoord is, uiteraard, Poetin. Als u dat niet wist, leest u misschien toch beter de krant dan deze weblog. Pas echter op, want zowel deze als deze krant brachten het opinistuk met een uitgestreken gezicht, dus is het waarschijnlijk het veiligste om ervan uit te gaan dat alles op die sites satire is.

Veel hangt toch af van het eigen gezichtspunt. Neem bijvoorbeeld deze zin uit dit artikel: “De 5 miljoen euro moet van bouwpromotoren komen. Zij zouden het bedrag betalen aan de gemeente, als bepaalde gronden, die nu nog recreatiegebied of kmo-zone zijn, ingekleurd worden als woonzone, zodat de promotoren er kunnen bouwen.” Ik zou denken dat dit de kern van het artikel was, dat Edegem ongeveer een achtste van haar budget zou krijgen uit fondsen van derde partijen in ruil voor een bestuurlijke beslissing die, dat kunnen we aannemen op basis van die vijf miljoen euro, meer dan vijf miljoen euro zal opbrengen voor de bouwpromotoren. Het lijkt een gebeurtenis die samen te vatten is in één enkel woord, maar met enkel informatie uit een artikel van twintig regels ga ik niet zo ver gaan.

Taal is immers belangrijk, en hoe je iets zegt is zeker zo belangrijk als wat je zegt. “Volgens de burgemeester hebben bouwpromotoren in het verleden daar ook al voor betaald.” Is dat dan voor of na het uitgebreide beslissingsproces om te kijken wat het beste is voor de gemeente?

Huh, dat doet me denken aan een liedje van Samson: ‘Had je tien miljoen, wat zou jij dan doen? Recreatiegebied laten inkleuren als woonzone, er wat appartementsblokken op zetten en er twintig miljoen van maken! En dan, hoeren en cocaïne tussen bergen poen!’ Slimme hond, maar wel een lui rijmschema.

woensdag, maart 19, 2014

Daarom ben ik te laat, meneer

Aan de persoon die vanmorgen voor me inschoot en de Velo in de laatste open plaats in het Velostation aan Antwerpen Centraal zette, waar ik duidelijk van plan was om de mijne weg te zetten.

Ik wil u niet al te veel verwijten, al hoop ik wel dat u zich het voorval nog herinnert en zelfs dat u zich er, slechts enkele momenten doorheen deze dag, wat schuldig over voelt. Oh, niet zozeer over dat inpikken van de plaats. Iedereen is al eens gehaast en gaat er op zo’n moment van uit dat de eigen haast groter is dan die van alle anderen. U rende vervolgens immers ook weg, ik neem aan om een trein te halen, en ik hoop wel dat het ook gelukt is. Anders is al deze frustratie helemaal voor niets.

Maar als u nog eens mensen zo de pas afsnijdt (en ja, ik heb er geen probleem mee om een eenmalige handeling van iemand die ik niet ken te veralgemenen tot gewoontegedrag), in dat geval stel ik voor dat u geen energie verspilt aan het nadrukkelijk negeren van die mens die verbouwereerd naast u staat en zegt “Hey! Dat is wel echt niet vriendelijk, hè?!”

U zal misschien zeggen dat u het niet gemerkt had, dat de oortjes in uw oren een zodanig volume aan geluid produceerden dat mijn amper overslaande bariton u niet bereikte. Maar we weten allebei dat dat onzin is; dat u vooral op een heel knullige manier confrontatie wilde vermijden; want wie weet waar zo’n onbekende persoon in de vroege ochtend toe in staat is?

Ik geef toe dat mijn eerste reflex, eerder een snel onderdrukte gedachte, in zo’n gevallen er vaak één is van fysieke agressie. Dan wil ik u bij het nekvel grijpen en uw voorhoofd tegen mijn stuur kletsen. Of u bij de schouder nemen en u dwingen om me aan te kijken. Maar dat soort reacties, ook al liggen ze betrekkelijk ver uit elkaar, heb ik tot dusver altijd kunnen vermijden. Goed voor u, waarschijnlijk beter voor mij. Agressie, fysiek of niet, lost zelden iets op en is, algemeen gesproken, verwerpelijk. Ook in dit geval zou het niets veranderen: uw Velo stond immers al vast. And that, as they say, was that.

Toch een vraag, in het ijle van mijn beperkte lezerspubliek, een verzoek, of een suggestie, geheel vrijblijvend. Als dit nog eens gebeurt – of wanneer, zo u wil – zou het een uiting van enig gemeenschapsgevoel zijn dat u het aandurft om die andere, die onbekende, die u toch een beetje de loef hebt afgestoken (ik, dus, maar niet per se), om die persoon in de ogen te kijken, een fractie van een seconde maar, en iets onverstaanbaars te mompelen dat kan worden opgevat als een verontschuldiging.

Dat zou fijn zijn.

Niet dat ik me erover moet opwinden.

woensdag, maart 12, 2014

Dat overkomt me anders nooit

Het is belangrijk om de zaken in de juiste context te bekijken. Dat lijkt voor de hand te liggen, binnen de juiste context, maar ik moet toch even, op dit persoonlijk stukje internet (of zo persoonlijk als een stukje internet kan zijn) wat lichte gal kwijt over zware zever. Kwestie van mijn onmiddellijke omgeving niet te bedelven onder lichaamssappen.

Ten eerste, niet kort genoeg, vind ik de CDH een beetje onnozel. Die uitspraak geldt als waar in zeer veel contexten, en nu ook in die van de eindeloze onzin die de veranderde regels over de naamgeving van kinderen teweeg hebben gebracht. Na het bestaande wetsontwerp te hebben goedgekeurd, wil de CDH nu immers terugkeren op haar stappen en verplicht de combinatie vader-moeder gebruiken, en bij de volgende generatie de eerste naam van elke ouder. Deze beelden zwemmen spontaan voor mijn ogen, en dat nog geheel los van het gevolg dat dan opnieuw enkel de mannelijke lijn van namen kan worden doorgegeven. Ik vraag me af hoe de wereld eruit gezien zou hebben als Jezus een vrouw was.

Dan is er de snelleesapp (is dat nu al een woord?) Spritz, waarover de meningen blijkbaar verdeeld zijn. Maar de tegenwerpingen hangen vast aan twee uitgangspunten die er een beetje bij de haren worden bij gesleurd, namelijk dat je er fictie mee zou lezen (want wat lezen mensen behalve fictie? Weblogs? Hah!) en dat het verboden wordt om de volledige tekst ernaast te hebben liggen. Waarschijnlijk dus geen begin of einde van “het nieuwe lezen” (really? Is er een context waarin dat niet onnozel klinkt?); eerder een handig middel om snel lange, zakelijke of wetenschappelijke teksten door te nemen. Een middel dat ook niet, me dunkt, ontwikkeld is voor lagereschoolkinderen, but who cares?

Niet de mensen met een smartphone, blijkbaar, want er is uiteindelijk ook nog zever als dit, een “fascinerende studie van de dynamiek tussen ouders, kinderen en smartphones”. Alsof het een nieuw gegeven is dat ouders die enkel tegen hun kinderen spreken om te zeggen dat ze stil, braaf of minder lelijk moeten zijn,  niet op de juiste manier met hun koters omgaan. Of je als ouder nu meer geïnteresseerd bent in je crackpijp, je werkverslagen, je level 57 Night Elf druid, je dagelijkse soap, of je nagels, dan in je kinderen, dat maakt waarschijnlijk niet veel uit.

Eén oplossing voor al deze problemen? Zoals Matthew McConaughey zegt in True Detective: "I think the honourable thing for our species to do is to deny our programming, stop reproducing [and] walk hand in hand into extinction."

En alles was weer rustig.
 

donderdag, maart 06, 2014

A Single Monkey on a Single Typewriter


Het idee dat we geen vrije wil hebben, komt geregeld terug. De calvinisten zeiden het al, dat alles toch vastligt volgens een hoger plan (hoger dan de zeespiegel, alleszins); één misstap en je was eigenlijk toch al voorbestemd om naar de hel te gaan. Pech! Dat kan ik alleen maar interpreteren als een vrijgeleide om van heel je leven een feest te maken, want een misstap (zoals gedefinieerd door orthodoxe religieuzen) begaan we allemaal op een bepaald moment. Maar ik ben waarschijnlijk niet de beste bron van theologisch inzicht.

In de iets modernere wereld van neuronen en elektromagnetische velden wordt er bij momenten eveneens met veel poeha verkondigd dat we geen vrije wil hebben, zoals blijkbaar ook in dit nieuwe boek, dat ik (uiteraard) niet gelezen heb. Maar ik kan de achterliggende gedachte wel al raden, en voel een onbestemde, door genetica en levensloop opgelegde drang om mijn gedacht hier tegenover te plaatsen.

We moeten in de eerste plaats natuurlijk een goeie definitie van het concept vrije wil vinden, en daar knelt de schedel al onmiddellijk. Want vrije wil is geen duidelijk afgelijnd concept, net zo min als bewustzijn. Een bewering als zouden wij, mensen, trotste, meest rechtoplopende en minst behaarde der primaten, geen vrije wil hebben, komt meestal neer op het idee dat elke keuze volgens een (in theorie) voorspelbaar proces wordt afgehandeld, waardoor ook de uitkomst voorspelbaar is. We zouden niets meer zijn dan banale computertjes, onze software bepaald door biologie en ervaring. Er zit dan misschien geen groots plan achter, maar geloof maar niet dat je echt controle over je leven hebt; je keuzes worden voor jou gemaakt, door, euh, je hersenen?

Het leunt aan bij dit experiment dat de beslissingen van proefpersonen tot zeven seconden eerder kon ‘lezen’ dan dat de proefpersonen zich hiervan bewust waren. Hieruit afleiden dat we geen vrije wil hebben, vereist echter een nodeloze tweedeling tussen het bewustzijn en de rest van de werking van de hersenen. Ik wil het liever niet het on(der)bewuste noemen, omdat dat een strikte scheiding tussen de twee impliceert.

Vergelijk het met 12 Angry Men, courtroom drama for the ages. (U mag ook aan de versie uit 1957 denken.) In de rechtszaal krijgen de juryleden de informatie gepresenteerd over een moordzaak, een beetje zoals ik onlangs informatie zocht over scheerapparaten, want ik ben goed in het kopen van leuke nieuwe dingen voor mezelf (buiten mijn wil om). Vervolgens trekt de jury zich terug, om te beraadslagen; de meeste juryleden hebben echter al een idee gevormd over de schuld van de beklaagde. Net zo overwoog ik de verschillende types en merken, niet noodzakelijk op een bewuste, rationele manier: geen haar op m’n hoofd (zing!) dat durft beweren dat een zwart scheerapparaat met rode accenten me beter zou liggen dan een babyblauw exemplaar, maar een “stoere tools voor stoere jongens” idee speelt vast mee in mijn beslissingsproces.

Onder de juryleden bevindt er zich gelukkig ook een man die zijn twijfels had over het aangevoerde bewijs (gelukkig, want anders was er geen film); die zeurende stem in je hoofd die zegt “heb je dat scheerapparaat wel nodig?” en “kost het niet te veel voor wat het is?”. In de film slaagt juror #8 erin om iedereen te doen twijfelen en wordt de beschuldigde uiteindelijk vrijgesproken (geen spoiler alerts voor werken uit de vorige eeuw). De weifelende stemmetjes in mijn hoofd konden echter niet met zo veel gezag spreken en ik kan me nu onder de douche scheren.

De beslissing die de onderzoekers konden registeren zeven seconden voor de proefpersoon zich er bewust van werd, is het moment waarop het laatste jurylid zich laat overtuigen om de groep te volgen en onschuldig te oordelen. De proefpersoon wordt er zich echter pas bewust van op het moment dat het verdict in de rechtszaal wordt voorgelezen, op het moment dat zij haar keuze formuleert voor zichzelf. Maar waarom zou het daarom minder haar eigen keuze zijn?

Een concept van vrije wil bedenken dat onafhankelijk van omgevingsfactoren opereert, lijkt me een beetje onzinnig. Natuurlijk nemen we beslissingen op basis van wat we weten en meegemaakt hebben. Wat zou een bewuste ik, en de vrije wil die die ik meen te hebben, anders zijn dan een geheel van ervaringen, vervat in een complex netwerk van neuronen en elektrische signalen? Hoe zou de tumultueuze en afwisselend verschrikkelijke en prachtige geschiedenis van de mens te verklaren zijn zonder individuen met vrije wil?

Oei, wacht, dat wou ik niet schrijven. Ik bedoel sorry, schat, voor dat scheerapparaat. Het was sterker dan mezelf.