donderdag, januari 14, 2010

Enkel een mooi, blauw snoetje

Omdat het een non-issue is en De Morgen het niet publiceert (and really, who can blame 'em?): een lezersbrief.

Er is veel te doen om ‘Avatar’, niet in het minst vanwege de hoeveelheid geld die de film al in het laatje heeft gebracht. En, toegegeven, voor een film die zich vrijwel integraal afspeelt op een andere planeet met drie meter lange mensachtigen als the good guys is dit een indrukwekkende verwezenlijking. Daar waar science-fiction en fantasy verhalen nog niet zo lang geleden tot de verguisde nerd subcultuur behoorden, zijn ze ondertussen een volledig geaccepteerd deel van de mainstream popcultuur, getuige ‘Avatar’. Maar hoewel het design uitmuntend is en de technieken die Cameron voor deze film ontwikkelde vooruitstrevend en grensverleggend zijn, is ‘Avatar’ op geen enkele manier “de Sergeant Pepper van de scifi”, zoals Tom Vandyck schreef.

Waarom? Omdat de driedimensionale visuele pracht ruimschoots gecompenseerd wordt door de eendimensionale personages die het stereotype verhaaltje bevolken. Het zijn (bijna) drie entertainende uren, zeker wel, maar ze zijn ongeveer even intellectueel stimulerend als een Michael Bay film. Daar is uiteraard niets mis mee, maar laten we niet te snel onder de indruk zijn van oude wijn in computer gegenereerde zakken. Na audio-visuele sci-fi als ‘Blade Runner’, de recente ‘Battelstar Galactica’ reeks of zelfs ‘The Man From Earth’ – ik zeg maar wat – is ‘Avatar’ niet veel meer dan een mooi, breedgeschouderd, maar ietwat debiel bastaardkindje.

Ben ik trouwens de enige die denkt dat de mensheid na het einde van de film gewoon terugkeert om het hele planeetoppervlak plat te bombarderen?

Folker Debusscher

zondag, januari 03, 2010

Negentien

Beste vriendinnen en vrienden,
Lief,

2009 is guller geweest tegenover mij dan ik had durven verwachten, maar wees gerust, ik ga hier geen lofzangen afsteken over wat u niet aangaat en nog minder interesseert.
Het mag dan wel niet het einde van het decennium zijn, mensen tellen blijkbaar graag van nul en bijgevolg worden we nu al verplicht om terug te blikken op de laatste tien jaar, die Time zonder blikken of blozen al the worst decade ever heeft genoemd.

Licht gênant, zoiets, hoewel veeleer voor Time magazine dan voor de afgelopen tien jaar, zeker als we heel onze tijdrekening in beschouwing nemen. Maar zelfs als we slechts een eeuw terugkijken, naar de tijd toen men de beurs nog echt liet crashen, de loopgraven nog vol mosterdgas hingen, de negers nog achteraan in de bus moesten zitten en de vrouwen nog braaf hun mond moesten houden. Nee, zo slecht was het nog niet, de afgelopen tien jaar, of toch niet slechter dan anders.

Maar los van het, altijd licht deprimerende, globale perspectief, kunnen we natuurlijk ook vanuit de iets hoopgevendere persoonlijke invalshoek kijken. Niet noodzakelijk naar de afgelopen tien jaar – laat de puberteit voor wat ze is, denk ik zo – maar naar waar we staan en waar we naartoe gaan. Het einde van het begin, lijkt het wel. De vorming is zo goed als afgelopen, de basisvaardigheden hebben we onder de knie en zo langzaamaan kunnen we niet langer alleen verbaasd en verdwaasd rondkijken terwijl de maatschappij krampachtig een evenwicht zoekt om, minstens pro forma, te voldoen aan de toevallig geldende normen en waarden. Toegegeven, ik sta hier waarschijnlijk nog verder vanaf dan elk van jullie, verdwaasd en verbaasd vanuit mijn veilige cocon die nog wel tot mijn volgende speech zal standhouden. Niettemin zie ik beelden van potentiële toekomsten, zowel de utopische als de dystopsiche, als de vele mogelijkheden er tussenin.

We zijn ondertussen bijna met zeven miljard mensen, wat tot gevolg heeft dat wij, niet-publieke individuen, een beperkte invloed hebben op de wereld buiten onze onmiddellijke omgeving. Maar de invloed die we wel hebben, en die is er zeker, dienen we wel aan te wenden, niet slechts voor onszelf, wat voor de hand ligt, maar ook voor de rest van onze soort, diegenen die er al zijn en diegenen die nog zullen komen. Kopenhagen, als vers in het geheugen liggend voorbeeld, was een vrij pijnlijke bedoeling, maar kunnen we beter zien als een aansporing voor onszelf, dan dat we ontmoedigd onze schouders ophalen en een verontschuldigend gezicht opzetten wanneer we onze kinderen onder ogen moeten komen.

Ik ga niemand vertellen wat te doen, dat durf ik niet in een gezelschap als dit, maar evenmin zou ik weten waar te beginnen. En dus begin ik bij mezelf en steun ik op jullie om de vluchtige hoop, bij momenten niets meer is dan een eenzaam kooltje tussen de asse, opnieuw aan te wakkeren. Het afgelopen jaar zijn jullie daar wonderwel in geslaagd en ik heb er vertrouwen in dat dit in 2010 niet minder het geval zal zijn. Dus, bij deze, een gelukkig nieuwjaar.

zaterdag, november 21, 2009

Dragon Age Origins

Omdat er te weinig plaats is in de cultuurstrook van de komende dwars, krijgt u mijn recensie hier.


// te weinig plaats voor bespreking / fantastisch duister rollenspel / tientallen tot honderden uren lol / clichématige setting, toegegeven / elfjes, dwergjes, draakjes en wat christelijke mythos / maar diepgaand verhaal met veel keuzemogelijkheden / geen zwart-wit moraliteit / wel mogelijkheid tot biseksuele, polygame relaties / altijd een pluspunt, dat / brutale, tactische gevechten met heel wat bloed / veel bloed / met een 18+ rating, uiteraard / véél bloed / spelletjes zijn al lang niet enkel meer voor kinderen / personages waar je om geeft / tot op zekere hoogte / beschikbaar op pc, Xbox 360 en PS3 / in feite een combinatie tussen een goed boek, een sterke film en een breed uitgesponnen televisieserie / alles interactief, natuurlijk / dus schuif dat sociaal leven maar even aan de kant / de wereld moet gered worden / in peace, vigilance, in war, victory, in death, sacrifice //

donderdag, november 05, 2009

Verzand

Fictie, want dat was lang geleden.


Het rode zand heeft zich als een dunne korst over haar vacht gelegd, maar Mira heeft er al lang geen aandacht meer voor. Het zwijn maakt een laag rollend geluid, diep in haar buik, terwijl mijn vingers vlak achter haar hoofd krabben. Mijn andere hand rust op de loop van mijn geweer, dat met de kolf op het harde zand staat. Een blik op de hemel vertelt me dat het onweer niet al te lang op zich zal laten wachten. De eerste, vette druppel wordt onmiddellijk opgezogen, slechts rimpels die achterblijven in het stof. Het volgende ogenblik rijt een bliksemschicht de hemel open. Onwillekeurig spant elke spier in mijn lichaam op bij de bijna gelijktijdige donderslag en ik voel hetzelfde bij Mira. Haar gegrol klinkt nu dreigend, in afwachting van wat komen zal. Het regent hard. Ik ren en Mira rent zonder aarzeling mee. Aan de heuvelkam gekomen drukken we ons tegen de grond en kijken naar het dal voor ons. Het kamp, dat enkele uren geleden nog vol mensachtige krabben liep, ligt er verlaten bij, op een eenzame wachtpost na. Een dozijn primitieve tenten staat in een halve cirkel rond de ingang van een grot geschikt, waar een groot kampvuur voor brandt. De wachtpost leunt op een speer onder een klein afdakje. Ondanks zijn groteske uiterlijk - een plat, ovalen, gepantserd hoofd met ogen op stokjes, klauwen in plaats van handen en een kluwen pootjes dat zijn lichaam ondersteunt - kan ik de verveling uit zijn houding aflezen.

Zorgvuldig mikken in een storm, vanop meer dan honderd passen, is geen sinecure, maar het is niet mijn eerste gewelddaad. Op het moment dat de hamer het buskruit doet ontvlammen, schiet Mira naar voren. Ik ren ogenblikken later achter haar aan. De krab heeft de stenen kogel midden op het hoofd opgevangen en wankelt, verbaasd en verdwaasd, achteruit. Veel schade heb ik niet aangericht, maar voor hij kan beseffen wat er aan de hand is, rukt Mira een bek vol pootjes van zijn lijf. Ik leg de laatste twee meter af in één sprong, een dolk in mijn geheven hand, die in een vlotte beweging, door het pantser heen, in zijn hersenen dringt. Het zwijn likt het bloed van haar lippen terwijl zijn lichaam levenloos neerzeigt. Ik geef haar een schoftklopje voor ik mijn dolk afveeg aan de vodden die hij draagt. De ingang van de grot huilt onheilspellend in de stormwinden.

Eens uit de regen wordt het flakkerende licht van toortsen zichtbaar. Behoedzaam en druppend sluipen we door de tunnel. Na twee bochten komen we aan een eerste kamer, net geen zaal. De krabben die hier rondschuifelen zijn kleiner dan de wachtpost, sommigen amper groter dan Mira. Vrouwen en kinderen, misschien, maar krabben, niettemin. Mira rent naar het midden van de kamer, waar de krabben zich na een korte aarzeling op haar storten. Ik blijf aan de ingang staan en vuur kalm en gericht, schot na schot, tot het zwijn hijgend temidden een hoop lijken staat. Op haar zij heeft ze een gapende wonde. Ik haal een leren zakje uit mijn buidel en smeer er een dikke laag van de zwarte, plakkerige zalf op. Mira likt me op de wang en we gaan voort, dieper de grot in.

Onderweg komen we nog enkele krabben tegen, steeds grotere exemplaren, tot we aan de ingang van een reusachtige ondergrondse ruimte staan en Mira voor de zekerheid de strot uitrukt van de dode krab op de grond, die een stuk groter is dan de wachtpost. Dat blijkt echter nog niets te zijn in vergelijking met het wezen dat aan het andere eind van de zaal wacht, omgeven door een groep krabben die groter zijn dan alle lijken die ik achter me heb gelaten. Het beest dat ze omringen, doet de grot klein lijken. Zijn gepantserde hoofd is minstens tweemaal zo breed als ik groot ben en het getik van de vele poten klinkt als de storm die buiten woedt, zijn klappende klauwen als de donder. Ik slik moeilijk en denk aan de bevriende priester die buiten, niet ver van hier, de wildernis aan het verkennen is. Zonder zijn hulp wordt dit zelfmoord. Zuchtend draai ik me weg van het monster. Het zou er nog zijn als ik terugkeerde, maar het is al laat en de vermoeidheid begint me parten te spelen.


Ik richt mijn hoofd op van de monitor en wrijf in mijn ogen. In de reflectie van het raam voor me staat een meisje in de deuropening, in een net-niet-net-wel doorschijnend nachtkleedje. Ze glimlacht als ze mijn blik opmerkt. Ik kijk naar haar om, maar ze is al verdwenen. Zuchtend draai ik me terug naar de monitor; mijn ik staat er nog steeds, mijn zwijn ernaast. Heel even aarzel ik, terwijl de andere ik verveeld aan zijn hoofd krabt. Maar drie muisklikken later is mijn computer aan het afsluiten en sta ik aan de deuropening. Niet elke wereld wacht.

zaterdag, oktober 17, 2009

Boek.qué?

Hopla, weer een gepubliceerde lezersbrief, in De Morgen van 17/10. Deze is weldegelijk een stuk ingekort (maar de titel is wel behouden); ik weet echter niet meer van buiten waar, dus hieronder staat gewoon het origineel, en de stukken waar ik van denk dat ze geschrapt zijn staan cursief. Omdat mijn weblog toch nog steeds een beetje ondergeschikt is aan de krant...

Twee weken geleden reageerde ik op Alex Calliers 'Dood van een muziekindustrie' door onder meer te zeggen dat de boekenindustrie er nog niet zo veel last van had. Misschien vergis ik me, of misschien trekken Geert Joris en Kurt Van Damme wat vroeger aan de alarmbel, om hun 'schatkamer', zoals ze het zelf noemen, veilig te stellen.
Als we even voorbij gaan aan de ultrakapitalistische reflex om het gratis verspreiden van cultuurproducten 'ranzig' te noemen, en als we de zoveelste profetische roep van 'het einde van een industrie' ook als dusdanig klasseren tot 2012, blijkt het, opnieuw, te gaan om de stuiptrekkingen van een businessmodel. Misschien is dit wel het einde van het boek zoals we het kennen. Misschien is dit zelfs wel het einde van de onafhankelijke schrijver, die in rokerige café's mistige standpunten verdedigt, en misschien wordt het inderdaad onmogelijk worden om van het schrijven alleen te leven. Et alors? Mensen zullen altijd verhalen vertellen en mensen zullen altijd verhalen willen horen, lezen, zien of beleven. Dat is des mensen. Maar boeken zijn een technologische uitvinding, romans een literaire en de onafhankelijke schrijver een product van beide. Bijgevolg kunnen ze allen overbodig worden en in onbruik raken. Dat spijt me een beetje, want ik hou er wel van. Maar mijn kleinkinderen zullen niets missen.

vrijdag, oktober 02, 2009

Muziek, bijna net zou oud als prostitutie

Bij deze, de lezersbrief van mij die vandaag in De Morgen is gepubliceerd, als reactie op een opiniestuk van Alex Callier; aangezien De Morgen geen lezersbrieven online zet, doe ik het maar (ik denk dezelfde versie, maar schiet me niet dood; ook niet als er woorden anders zijn). Oh, en de titel is de mijne, maar die staat jammer genoeg niet mee in de krant.


Bij het lezen van de brief van Alex Callier (DM 30/09), moet ik onwillekeurig denken aan de industriële revolutie, toen nieuwe machines toelieten om een leger ambachtslui te vervangen door een handvol arbeiders. En ook toen waren er stemmen die er tegen fulmineerden, ingegeven door hun angst van de toekomst, over 'kwaliteitsverlies' en 'het einde van de sector'. Verandering is altijd pijnlijk voor diegenen die zich het vorige systeem zo eigen hebben gemaakt dat het voor hen het enige denkbare geworden is. Met de digitale revolutie is dit niet anders.

Dat een cd maken veel geld kost staat buiten kijf. Maar een film kost nog heel wat meer (een slagerij oprichten waarschijnlijk ook) en zelfs om een boek te schrijven heb je al heel wat geld nodig. Uiteraard hebben schrijvers tot op heden vrijwel uitsluitend voordelen ondervonden van de digitale revolutie. Het is echter verre van ondenkbaar dat over enkele jaren Amazon miljoenen verdient met haar e-reader, terwijl schrijvers nog maar een habbekrats krijgen voor hun plots makkelijk te downloaden boeken. Om die situatie te vermijden zal er waarschijnlijk een nieuw, of toch zeker een aangepast businessmodel uitgedacht moeten worden, iets wat de film- en muziekindustrie nu pas begint te overwegen.

Daarnaast hebben de technologieën die toelaten aan particulieren om met weinig middelen films en muziek te maken en verspreiden, er in de eerste plaats voor gezorgd dat er nieuwe genres ontstaan (Dogma films en electro, bijvoorbeeld) en dat de gatekeepers, film- en platenmaatschappijen, hun macht zien afkalven. Daarin lijkt de situatie op de beschrijving die Paul Krugman in dezelfde krant geeft van de energie-industrie: de stervende oude garde met geld en lobbyisten versus de piepjonge nieuwe garde die nog amper zelfbewust is.

De vergelijking die Callier maakt tussen muziek en voeding klopt trouwens niet: muziek leunt dichter aan bij medicijnen, waar de eerste pil miljoenen kost (door het onderzoek) en alle volgende vrijwel niets. De farma-industrie is ondertussen verplicht om generische geneesmiddelen te accepteren, maar de muziekindustrie zal de controle over al die kosteloze, identieke kopieën waarschijnlijk volledig verliezen, of is die al kwijt.

Ik ben het wel eens met Callier dat de huidige situatie onhoudbaar is. Loon naar werk, uiteraard. Maar klagen dat het allemaal te duur is, dat er te veel concurrentie is en dat het te moeilijk is voor jonge muzikanten is een  behoudensgezinde reflex. Of zijn Team William en The Blackbox Revelation (om er maar twee te noemen) niet jong en succesvol genoeg?

Folker Debusscher
student Communicatiewetenschappen (UA)

vrijdag, september 25, 2009

Pas getrouwd

Een verhaaltje, in een eerste, nogal ruwe vorm; gebaseerd op waargebeurde feiten (weliswaar met minder creepy handelingen door het ik-personage).

Ze was in slaap gevallen. Ik glimlachte vertederd. Haar gsm hield ze met één hand tegen haar borst gedrukt. Met de andere hand had ze een plastic zak van de H&M vast, de leren bandjes van een kleine handtas rond haar pols. Ik had zelf mijn gsm genomen en zette een stap achteruit om een foto te nemen. Oh, uiteraard vond ik haar mooi, maar dat was niet de reden voor de foto. Haar fijne gezicht, met een spitse neus en welomlijnde jukbeenderen, werd omkranst door stijl, blond haar dat leek te blinken met een eigen licht, door de vitrine van de winkel met bruidsjurken. De doodse pop met de prachtige jurk contrasteerde beeldig met het kwetsbare, slapende meisje dat ervoor zat. Ze leek te wachten op de vervulling van de beloften die de maatschappij haar gedaan had, op de vervulling van dromen die ze al droomde nog voor ze die echt kon bevatten.


Zoals ze daar zat, het hoofd tegen de borst, vlak boven haar gsm, leek haar verlangen bijna tastbaar. Achter mij raasden auto's en bussen, maar het voetpad lag er verlaten bij. Ik zette een stap voorwaarts, zonder een foto te hebben genomen, en hurkte voor haar neer. Op het schermpje van mijn gsm zag ik haar vredige gezicht, waar de trouwende paspop bovenuit torende. Het was een zuiver soort schoonheid, die niet enkel op een esthetisch niveau werkte, maar me ook intellectueel en, ondertussen, toegegeven, seksueel stimuleerde. Ik verloor mezelf in de compositie op het kleine beeldschermpje. Ze was, plotsklaps, mijn liefde. Misschien was dat de reden dat ik die moeizame eerste trekjes van haar oogleden miste.


Haar ogen schoten open. De verbazing op haar gezicht maakte vrijwel onmiddellijk plaats voor onverholen minachting, verpakt in gefronste wenkbrauwen, trillende neusvleugels en een deels opgetrokken bovenlip. “Bol af, vuile lul!” snauwt ze. Ik spring achteruit alsof ze me gebeten heeft. Op mijn gsm zijn haar trekken vereeuwigd, afstotelijk en onooglijk door de drift en de afkeer. Terwijl ik snel wegwandel met een vreemd gevoel van woedende schaamte, kijk ik toch nog een keer over mijn schouder. Haar uitdrukking is nog niet veranderd en tegen mijn zin doet haar blik me huiveren. Ik steek een sigaret op en met de rook van de eerste trek mompel ik “Stom wijf...”

donderdag, september 17, 2009

Farce

Het academiejaar is nog niet goed en wel begonnen, maar als nieuwbakken en goed geruggesteunde hoofdredacteur van dwars is het jaar al een tijdje bezig. Werken tegen een deadline als je fotografen in India zitten en de rest van de redactie god-weet-waar (nee, waarschijnlijk ook niet) is eigenlijk niets nieuws, en zelfs met onze minimale bestaffing zijn we erin geslaagd om een mooi eerste nummer te maken dat vanaf maandag 21 september beschikbaar zal zijn.

Met interviews met Wim Helsen ("Sorry, ik ben je aan het pesten.") en Mark Lynas ("Het is moeilijk te zien hoe de mensheid dit min of meer heelhuids kan overleven."), een interessante beschouwing over een universiteit die zich 'actief pluralistisch' noemt ("Het vergt maar vijf minuten politieke moed om daar verandering in te brengen." Jaja, iemand durft dat nog in de mond te nemen, respect, denk ik.) en nog vele andere fascinerende pagina's, met foto's en lettertekens allerhande.

Uiteraard kan u vanaf maandag ook de pdf vinden op www.dwars.be (daar linkt de titel van dit stukje naartoe).

Als u dwars leest, zal ik hier nog wat dingetjes proberen te posten, om u te entertainen. Win-win voor u, nietwaar?

donderdag, juli 23, 2009

State of the Web

Als het universum oneindig is en daaruit volgt dat elk punt in wezen het absolute middelpunt kan zijn, dan geldt dit ongetwijfeld ook voor het interweb en zal niemand het me kwalijk nemen als ik mijzelf als centrum hiervan neem; niemand zal het me kwalijk nemen omdat niemand geïnteresseerd is, maar ach, [pota:to], [potato]...

Om een klein beetje tijd te doden tussen het bandenwerk door (digitaliseren staat nog een trapje onder Quality Assurance) heb ik mijzelf nog maar eens gegoogled. Gouden tijden voor mensen die neurotisch op zoek zijn naar bevestiging, en aangezien die groep haast compleet overlapt met de niet-gespecializeerde bloggers, kon ik moeilijk achterblijven. Love me, interweb!

Ahum, de eerste suggestie die ik krijg na het intypen van mijn voornaam is 'Folker Debusscher', wat niet slecht is, maar ach, het is google.be en ik werk ondertussen al een week of drie op deze computer (op het stadhuis), dus waarschijnlijk hebben de googents (spreek uit [gudjents]; de [u] is een oe-klank; uhm, en de term verwijst uiteraard naar de geheim agenten van Google, maar dat wist u al wel) waarschijnlijk hebben ze al mijn persoonlijke informatie al verwerkt tot iets waardoor het lijkt alsof ik het middelpunt van het interweb ben. Opnieuw, [pota:to], [potato], er is geen verschil tussen denken gelukkig te zijn en gelukkig te zijn.

Niet de eerste afbeelding die Google opdiept (dat is die vanop de dwars-site), maar wel de hipste (misschien op die van het meisje met de string na...).



De eerste hit die ik kreeg was, ja hoor, dit weblog. Vreemd genoeg naar november 2004, maar een gegeven paard ... wait a minute. De hit er vlak onder is dit! Ik moet niet herinnerd worden aan dat soort dingen; dat maak ik al genoeg mee in het dagelijk leven (nee, niet echt, maar het is mogelijk)!

Dan is er uiteraard dwars, recht naar een grote foto van mij en een lijst van mijn artikels. Niet slecht, niet slecht. Zelfs de benaming 'auteur 47' neem ik er graag bij, al was het maar vanwege de herinnering aan de strips (nee, niet auteur 47).

Vervolgens het kortverhaaltje voor Vice; mooi, mooi.

Dan Veto. Wat? Wel, nee, eigenlijk B*LGApers (yup, zo heet het echt, ik heb de naam niet uitgevonden (hoewel, toegegeven, de naam die ik wel heb uitgevonden op hoongelach werd onthaald, dus ik zal wel maar gewoon mijn mond houden), en ik ga ook mijn mond er niet over houden); het is slimmig op veto.be gehost, zodat zij nog wat extra hits krijgen. Maar serieus, B*LGApers? Zo veel hits zullen dat wel niet zijn.

Hit vijf is Met Andere Zinnen. Fair enough.

Nummer zes is een nieuwkomer, en een pdf: het juni-nummer van AND, het magazine van de Vereniging voor Alcohol- en andere Drugsproblemen. Altijd leuk. Dat ik erin sta, niet ... Ach, de mop werkte beter toen het nog Vereniging voor Alcohol- en Drugsmisbruik was...



Oh, en ik word op een MySpace-pagina vermeld. Maar meh.

dinsdag, juli 14, 2009

Oh dear, this won't do at all

Ikzelf heb nog nooit een evenement op de openbare weg georganiseerd, denk ik. Nee, ik ben tamelijk zeker zelfs.

Normaal is het niet mijn gewoonte om meer dan één keer per dag hier iets op te zetten, maar deze kan ik u toch niet onthouden. De reden dat ik zeker ben dat ik nog nooit een evenement op de openbare weg heb georganiseerd, is dat ik dan de lijst van voorwaarden gelezen zou hebben die de stad Antwerpen zou hebben opgestuurd, en die zou ik me wel herinneren.

Gelukkig heb ik de opdracht gekregen om deze nu te herschrijven, zo kan ik u ook nog even laten meegenieten van de vreemdsoortige esthetiek die uitgaat van kemels.

- "Met betrekking tot het plaatsen van richtingaanwijzers dient aanvrager er op gewezen dat de richtlijnen door IV vastgelegd, moeten nageleefd worden." Nog los van IV (want iederéén weet toch wat dat is) laat ik mijn richtingaanwijzers wel op mijn auto zitten. Wegwijzers, daarentegen.

- "Om vele misverstanden te vermijden is het aangewezen, om ruim op voorhand, dmv een kort bericht in de brievenbus van de omwonenden op de hoogte te stellen van de geplande activiteit met eventuele hinder." Hinder is altijd een goed middel om uw omgeving van wat dan ook op de hoogte te stellen.

- "Deze afwijking kan niet verleend worden voor hinderlijke inrichtingen: zoals een café, de sportzaal, de feestzaal, het restaurant, een dancing ...." Ik vind sport ook lastig, maar bier, of feestjes, of eten, of dansen ... Ach, er staat toch al een spatie voor het beletselteken; enkel jammer van dat punt erachter.

- "Aan de projectverantwoordelijke wordt gevraagd om de betrokken bewoners bij de organisatie te betrekken." Hmmm, heerlijk.

- "Uit veiligheidsoverwegingen worden geen toelatingen verleend voor het oplaten van luchtballons op stadsgrondgebied, tenzij zij stevig aan de grond zijn verankerd." Echt, ik heb er geen woorden voor ...

- "Behoudens in geval van deelneming aan reddingsoperaties, is het landen en opstijgen van hefschroefvliegtuigen, buiten de luchtvaartterreinen in de steden en bebouwde gedeelten van de gemeenten, verboden." Ik lees dit als 'het is verboden om te landen of op te stijgen, behalve op de luchtvaartterreinen in de steden en in de bebouwde gedeelte van de gemeenten', maar ik snap ook niet goed wat de eigenlijke bedoeling is. Ik mag landen en opstijgen met mijn hefschroefvliegtuig (jaja, taalpurisme levert ook parels af/op) op luchtvaartterreinen (ok) en in de bebouwde gedeelten van de gemeenten(sorry?)? Of ik mag niet landen en opstijgen met mijn helicopter in de bebouwde gedeelten van de gemeenten (ok), noch op luchtvaartterreinen (excuseer?)? Weird ...

- "Het kraam dient zo geplaatst dat het geen gevaar loopt om te worden aangereden of het slachtoffer te worden van vandalisme." Het lag waarschijnlijk aan de plaatsing van uw auto, dat de spiegel eraf getrapt werd.

- "Tenminste 1 maal per jaar dient het brandblustoestel gekeurd op zijn goede werking." Wel, ok, deze is flauw, maar er is niet zoiets als een brandblustoestel. Ach, eindigen in mineur, het is niet mijn eerste keer ...

[Edit: deze kan ik u toch niet onthouden:
- "Frituurpannen dienen voorzien te zijn van een metalen afsluitdeksel of er dient een ontbrandbaar brandblusdeken bij de hand te zijn." Ontbrandbare brandblusdekens? That makes, like, no sense, at all, whatsoever. Onbrandbare branddekens? Yes, please.]


Voor alle duidelijkheid: dit komt uit een lijst die wordt opgestuurd naar mensen die een evenement organiseren, zeer openbaar dus, én wordt op dit eigenste moment (wel, zodra ik op 'bericht publiceren' heb gedrukt') verbeterd en aangepast, geen kwaad woord over de Stad dus.