woensdag, januari 22, 2014

Voorwaar Vroar

Touring daalt al enkele jaren gestaag in mijn achting, waardoor ik hun wapenfeiten met argusogen en een gezonde dosis cynisch wantrouwen volg. Als een “mobiliteitsonderzoek van Touring en Febiac” uitspraken doet over wat “de Belgen” vinden, dan gaat mijn manipulatiemeter trillen als de achterbankzitter van een BMW die over de kasseien dendert. En als er van het onderzoek niet onmiddellijk iets terug te vinden is, behalve vrijwel identieke artikels, wel, dan krijg je een stukje als dit.

Gif wil ik er niet op innemen, maar de kans dat Touring en Febiac de enquête enkel bij hun eigen leden hebben uitgevoerd, lijkt me betrekkelijk groot. Dan is een zin als “Koning auto blijft volgens het onderzoek heer en meester”, die in elk artikel herhaald wordt, natuurlijk al wat minder verrassend. Er wordt immers geen rekening gehouden met de 20% gezinnen die geen auto hebben en dus niet bij een automobilistenvereniging zijn aangesloten.

Meer zelfs: als blijkt dat bijna evenveel mensen vinden dat de inkomsten uit autobelasting moeten geïnvesteerd worden in het openbaar vervoer (53%) als in het bestaande wegennet (59%), moeten we misschien oppassen met een titel als ‘Overheid moet fors investeren in wegennet’. Zeker met “een foutenmarge van drie procent”, dat zinnetje dat wetenschappelijke credibiliteit aan het artikel moet verlenen.

Nog meer zelfs: 64% van “die autobestuurders” (welke autobestuurders? Diegenen die uitsluitend de auto gebruiken? Die 36% procent die liever in de file dan op het openbaar vervoer zit? Die duizend mensen die ondervraagd zijn?) zou vaker het openbaar vervoer gebruiken als het netwerk beter uitgebouwd zou zijn. Daar kan je natuurlijk moeilijk mee uitpakken op het Autosalon, dat snap ik wel.

Om maar te zeggen, ik lees de gepoetste cijfers al een stuk anders dan de teneur die het artikel aangeeft. En ik zou het fijn vinden moest de propaganda van de automobielindustrie, die ze uiteraard wel mogen verspreiden, niet kritiekloos als de mening van “de Belg” wordt verspreid.

Maar mij vraagt Touring niets…

donderdag, december 26, 2013

What would Jesus earn?


“Amper één dag na kerstdag worden veel kerstcadeaus alweer verkocht via het internet.” Dat is het hoofdpunt van het nieuws vandaag om 14u.

Gefascineerd luisterde ik naar de verwonderde toon van de nieuwslezer die zich ofwel afvroeg hoe je die cadeautjes kon digitaliseren en doorsturen, dan wel waarom dit de eerste woorden uit zijn mond waren, op deze kerstdag die bijna, maar net niet, de eerste is.

Gebiologeerd, ook, hoorde ik aan hoe de woordvoerder van kapaza hierover uitleg verschafte, toch wel het belangrijkste nieuws van de dag. Dat het veelal cadeaus zijn die mensen dubbel hebben gekregen (hoe wéét zij dit?) en ook wel ongelukkige cadeaus (cadeautherapie kan ook geen wonderen verrichten).

Een teken des tijds, dacht ik, terwijl het me opviel dat er dit jaar niemand een boek voor mij gekocht had om de geboorte van Jezus te vieren. Hoekiger, harder en dommer, zo zal de toekomst altijd wel lijken, of je nu ontslagen wordt en je gezin amper eten kan geven, laat staan een kerstmaal, dan wel wanneer je loon plots gehalveerd wordt en je dan maar uit overtuiging ontslag neemt. Niet dat je met dat gehalveerde loon een probleem hebt om een gezin of twintig te voeden, maar het is een principekwestie, weetuwel.

Maar ach, allemaal slachtoffers, nietwaar? Ik kan me (vaagweg) inbeelden dat je al behoorlijk geschoffeerd moet zijn om een loon van ruim zeshonderdduizend euro af te slaan. Maar er staat natuurlijk geen prijs op waardigheid onder het miljoen.

Soit, elk individu heeft het recht om de middelvinger op te steken en weg te wandelen, zeker mensen die Johnny heten. Maar misschien moeten alle opinjisten toch een paar tellen langer nadenken over de stelling als zou een loon van een half miljoen per jaar niet genoeg zijn om competente mensen aan te trekken. Dan kan iedereen die minder dan €30 000 per maand verdient eindelijk de middelvinger laten zakken.

vrijdag, december 13, 2013

When you pry it from my cold, dead brain


Ja, goed, het is niets meer dan een stunt om onduidelijke publicitaire redenen, maar de pseudo-verkiezing van het Nederlandse woord dat u “in 2014 niet meer terug wil zien” laat toch een beetje een wrange smaak in mijn mond achter. Niet zozeer omdat ik overtuigend winnaar ‘kids’ een warm hart toedraag, al moet gezegd dat de redenen die worden aangehaald om het weg te stemmen (“omdat er al een Nederlands woord voor bestaat dat prima voldoet” – “Nutteloos hip” – “[een] schijnbaar joviaal woord, dat ook nog eens Engels is!”) mijn liefde voor ‘kids’ onmiddellijk doen verveelvoudigen.

Want het wordt mij snel duidelijk, binnen mijn niet-wetenschappelijke semantische theorie, dat alle kids kinderen zijn, maar dat zeker niet alle kinderen kids zijn. Kids dragen polo’s en doen aan polo, ze hebben een gsm vanaf hun zevende levensjaar en eten enkel gepelde druiven en gestoomde groenten. Geen enkel kind zal zich echter als kid omschrijven; het gebruik van het woord zegt waarschijnlijk dus meer over de gebruiker. U mag dat woord natuurlijk afwijzen uit een burgerlijke reflex die bang is van externe invloeden op de eigen, zuivere cultuur, maar helaas, too little, too late. Beter wordt het als u dit woord accepteert en in de armen sluit, inclusief de eigen, specifieke betekenis. Voorbeeld: “Willen jullie een stuk fruit? Een banaan? Een appel?” – “Ugh, wij eten enkel druiven die gepeld zijn.” – “Hmmm, wat een kids heb je daar grootgebracht…”

En wat is er trouwens mis met ‘swag’? Het bekt een stuk beter dan “gratis spullen met een merk- of productnaam op”, maar dat wist u natuurlijk! Of net niet, en is dat het enige woord dat u zich herinnerde uit de gesprekken met uw kinderen, samen met ‘yolo’, gefrustreerd en gepanikeerd omdat het niet in die vijftien jaar oude Van Dale staat en misschien betekent het wel drugs!

Waarom maak ik me er ook maar enigszins druk ik, vraagt u zich misschien af? Misschien ben ik ook wat gefrustreerd en gepanikeerd, volledig in het duister over het nut van die “Weg met dat woord” verkiezing, met een eclectische short list die naast ‘kids’, ‘swag’ en ‘yolo’, woorden als ‘dagdagelijks’ (niet correct en geen betekenisverschil met ‘dagelijks’) en ‘absoluut’ (een tamelijk standaard woord met een zeer brede betekenis dat niet zomaar vervangen kan worden), of zelfs ‘crisis’ bevat.

Maar ik snap het wel. Want door het beperken van de woordenschat, beperk je de realiteit, en een beperkte realiteit betekent een makkelijker leven. En in de opkomende participatiesamenleving, als een ontnuchterende selfie van onze maatschappij zoals ze de crisis denkt te doorstaan, is er enkel nog swag voor de kids, enkel een absoluut confederalisme dat het leven dagdagelijks tot een strijd maakt. Yolo!
 

 

donderdag, oktober 31, 2013

What would Jesus do?


Hans Van Eyghen verdedigt met vuur en vreemde stellingen een abstracte christelijke traditie die niet aangevallen werd.

Hij zegt dat uitspraken over ethische waarden altijd binnen een vorm van levensbeschouwing en ideologie liggen, wat me voor de hand liggend lijkt. Zeggen dat het recht op een gezond leven niet kan beargumenteerd worden “zonder zich te beroepen op een christelijk geloofspunt” lijkt me dan weer wat van de pot gerukt. Elk christelijk geloofspunt is immers net dat, een punt van geloof, waardoor elk argument ultiem terug te brengen valt op ‘omdat God het zo wil’, wat voorbij gaat aan het feit dat de wil en werkwijze van een god verwoorden altijd wat nattevingerwerk is.

Maar, belangrijker, gaat het ook voorbij aan de basis van onze seculiere, humanistische maatschappij. Niet alleen is die ontsproten aan meer tradities dan enkel de christelijke, ze heeft inderdaad enkele axioma’s die niet op (rationele of theologische) argumenten rusten. Elk individu is gelijkwaardig, bijvoorbeeld. Waarom? Omdat dat ons uitgangspunt is.  Daarnaast kiest niemand hun geboorte, of hun ouders, en dus krijgt iedereen dezelfde basisrechten en –plichten. Los van huidskleur, geloof, geslacht, of wat dan ook, enkel omdat het mensen zijn. Omdat we dat zo hebben beslist.

En inderdaad, het doet weinig ter zake of het meisje zich weigerde te laten inenten uit religieuze motieven of niet. Ten eerste omdat het inenten in haar kindertijd had moeten gebeuren, dus lang voor ze zelf die beslissing bewust had kunnen maken. Ten tweede omdat elke argumentatie tegen vaccinaties meestal ongegrond is, maar vooral altijd ondergeschikt is aan de algemene voordelen die een hoge vaccinatiegraad met zich meebrengt.

Niemand is een eiland, ook niet die gemeenschappen die dat dolgraag zouden willen. En hoewel het recht op zelfbeschikking hoog staat aangeschreven in onze samenleving (hoger dan het recht op leven zelfs, en dit dan weer in tegenstelling tot de christelijke traditie), bereikt dit recht haar grenzen daar waar het anderen in gevaar brengt.

dinsdag, oktober 29, 2013

Les paysans

Een uur langer slapen, het helpt ons denkvermogen niet, bewijzen mijn verzamelde anekdotes. Maar wat moet jij met zo’n waarheidsbevestigende anekdotes, weldenkende mensen die toch nooit genoeg slapen? Niets, dat dacht ik wel.

In plaats daarvan gaan we nog eens kijken waar Sabam mee bezig is, want dat is ook altijd leuk. De FOD Economie heeft hen, in hun bevoegdheid van controleorgaan en straight man, gevraagd om niet naar het gerecht te stappen. “Belangenvermenging, of zoiets!” klinkt het bij Sabam, maar laten we wel wezen, de zelfverklaarde auteursrechtenmaatschappij heeft nog niet genoeg rechte einden gezien om er één te herkennen.

Wat ze willen is dat Belgacom, Telenet en Voo, in hun hoedanigheid van internetproviders, een vergoeding betalen aan Sabam van 3,4% van hun omzet. Waarom? Omdat het internet mensen de mogelijkheid geeft om auteursrechtelijk beschermde werken illegaal te downloaden.

Los van het feit dat Sabam een fractie van een fractie vertegenwoordigt, dat dit hetzelfde idee is als autobouwers alle snelheidsboetes te laten betalen, en dat 3,4% van de omzet waarschijnlijk veel te hoog ingeschat is*, betekent het ook de doodsteek voor het illegaal downloaden in ons land. De internetproviders zouden dat bedrag immers doorrekenen naar hun klanten en bijgevolg zouden wij, euh, zouden zij die illegaal downloaden, betalen aan “de auteurs” (lees: Sabam).

Er zou een heel nieuw systeem moeten komen om de inkomsten te verdelen, liefst over de makers van alles wat illegaal gedownload wordt (en hopelijk niet alleen voor wie lidgeld aan Sabam betaalt). Maar kan je internet ondertussen niet als basisrecht beschouwen? Misschien moeten we dan een progressieve cultuurbelasting invoeren, liefst zelfs Europees of, dromen mag, wereldwijd. Alle e-cultuur wordt gratis en de auteurs worden betaald naargelang hoe vaak hun werken gedownload worden. En op dat moment houdt algemeen directeur Christophe Depreter een persconferentie en zegt "Sa... BAM!", and he drops the mic.

Man, wat is Sabam vooruitstrevend. Fight on, brave philanthropists. Fight on.

* voor Telenet was de halfjaarlijkse omzet in 2012 727 miljoen; 3,4% van het jaarbedrag zou net geen 50 miljoen euro zijn. Voor Belgacom was de omzet in 2011 6,4 miljard; 3,4% hiervan is 217,6 miljoen. En ja, je kan dan wel zeggen dat daar ook telefonie en televisie bij zit, maar door alle bundels wordt het moeilijk, zo niet onmogelijk om dat uit elkaar te gaan houden. Sowieso is Sabam (omzet 2011: 140 miljoen) niet de organisatie die voor de moeilijke weg met minder inkomsten kiest.

woensdag, oktober 02, 2013

Dààr sta je dan

Jawel, het is zo ver, we leven in de toekomst. Dat weet ik, omdat ik de tekens aan de wand kan lezen. Niet enkel de heikele, dystopische toestanden - oorlogen die worden uitgevochten tussen arme sloebers en hoogtechnologische imperiums (om eens niet het woord 'rijken' te gebruiken); opstanden over schaarse grondstoffen die niet echt schaars, maar enkel kunstmatig duur gemaakt zijn; YouTube filmpjes uit de ruimte

Nee, ik kan ook de letterlijke tekenen aan de wand in het station van Brussel-Centraal lezen, die me vertellen dat er nu ook robots verkocht worden aan particulieren. Dweil- en stofzuigrobots, want de toekomst moest ergens beginnen; ook wel seksistische robots, die ervan uitgaan dat enkel meisjes op netheid gesteld zijn, want de toekomst moet ook niet te snel komen.

In schril contrast daarmee staan de toiletten in Brussel-Centraal. Niet dat er daar niet goed gepoetst wordt. En zo'n dweilrobot zal ook nog wat zelfbehoud moeten leren voor het (zij?) daar tewerkgesteld kan worden. Maar de technologie die er wel is, kan ik alleen maar als een stap terug zien: poortjes waar je vijftig cent moet insteken, maar die dit enkel kunnen ontvangen in de vorm van één, krachtig geduwd muntstuk, waardoor men ernaast een toiletmadam heeft moeten neerpoten die, met geheel onterechte minachting, de mensen terechtwijst als die de noodeloos beperkte technologie niet onmiddellijk doorhebben en ondertussen ook met het tempo van een robuust zeebeest muntstukken wisselt waar nodig (lees: voortdurend).

Maar er lopen wel mannen rond die kuisen, daar in Brussel-Centraal, dat dan weer wel. De toekomst, zeg ik u!

vrijdag, september 13, 2013

Shht, hier betaalt men meer...

In reactie op Marc Hooghe (DS 13/09)

We betalen voor stilte, zo verantwoordt Marc Hooghe het onderscheid tussen de eerste en tweede klasse rijtuigen op de trein. Dat is geen argument zonder basis, maar het doorstaat toch moeilijk de toetsing aan de realiteit.

Sowieso willen de meeste pendelaars in de eerste plaats rust, zeker 's ochtends. Dan zijn luid kwetterende en bulderlachende mensen echter verstorender dan de baslijn van het dubstepnummer van die jonge snaak naast u. Uiteraard vindt u minder van beide in de eerste klasse, omdat er simpelweg minder mensen zitten.

Hoe vaak wordt een vraag om de muziek wat stiller te zetten echter botweg geweigerd? Het is moeilijk in te schatten hoeveel lawaai er naar buiten toe wordt uitgestoten met oortjes in, maar wees gerust, er zijn amper mensen die daar bewust hun medereizigers mee willen storen. 

Integendeel, voor wie een eerste klasse ticket te duur is, zijn oortjes of een koptelefoon de makkelijkste oplossing om toch ook dat beetje rust tijdens het pendelen te verkrijgen.
In dat opzicht neigt het concept van eerste klasse rijtuigen eerder naar dat van de 'gated communities': het plebs staat me niet aan, dus betaal ik om me ervan af te schermen, eerder dan een manier te zoeken om naast elkaar te bestaan, bijvoorbeeld door het aangaan van een minimale dialoog.

Een afgeladen volle trein is voor niemand leuk, zeker niet als er nog plaats is in de eerste klasse. Een herdoping naar 'stille zone' lost dat probleem niet op. Zullen we in plaats daarvan misschien proberen om de gemeenschappelijke ruimte te delen, als volwassen mensen die wederzijdse empathie kunnen opbrengen? Dat lijkt me lekker rustig.

woensdag, september 11, 2013

Mijn verhaal, schoon verhaal

In reactie op dit stuk, dat u jammer genoeg enkel online kan lezen als u geld geeft aan De Standaard.



Het land lijkt verdeeld in twee groepen mensen: zij die geloven in het Belgische verhaal en zij die de Vlaamse identiteit in alle opzichten superieur vinden aan dat artificieel Belgisch concept. Oh, en alle mensen die zich niet zo opwinden over dat soort holle symbolen, maar hen horen we niet, dus zij zijn niet relevant.


Omdat ik me mijn relevantie erg aantrek, wil ik toch vermelden dat ik voluit 'welles!' ga roepen waar Peter De Roover 'nietes!' schrijft. Want dat hij zich honend uitlaat over een verwijzing van Kristof Calvo naar een Belgische realiteit verbaast me niet van iemand die stellingen met argumenten verwart, en polemiek met overtuigingskracht.

Wat ik aan de andere kant wel ('wel!') grappig vind, is dat hij de 'sociologische realiteit voor de mensen die er wonen', in Vlaanderen welteverstaan, staaft met een verhaal over zijn concentratieschool. Dat is immers een microkosmos, en het plakken van een Vlaams etiket op hun gedeelde waarden en opvattingen is niet accurater dan een Belgisch etiket. De Luxemburger staat niet verder van de Antwerpenaar dan de West-Vlaming. Ik deel met allebei een deel van mijn leefwereld en snap niet waarom de ene wel en de andere niet tot mijn sociologische realiteit zou behoren.

Maar ik kan wel redenen bedenken waarom Calvo voor een positief Belgisch nationalisme gaat, al wil ik hem zeker geen woorden in de mond leggen. Dat België met haar uit noodzaak gegroeid compromismodel waarschijnlijk beter slaagt in het opbouwen van een vreedzame samenleving op het kruispunt van Europa, bijvoorbeeld. Beter dan het gemythologiseerde Vlaanderen, alleszins, dat opnieuw en opnieuw, bij monde van haar voorvechters, die nette mensen, laat zien dat het eerder gericht is op afschermen en uitsluiten, met repressie als het kan, met socio-economische maatregelen als het moet.

Om maar te zeggen: pas op met het beperken van je realiteit, want voor je het weet is die niet groter dan je neus lang is.

zondag, augustus 25, 2013

Iets geschreven

Ik wou iets schrijven. Het is te zeggen, ik had de intentie iets te schrijven, met titel en al (dat hoeft weliswaar niet veel te betekenen, ik bedenk graag en veel titels), maar ondertussen ben ik alles behalve die intentie ergens in mijn hoofd kwijtgeraakt. Dus is er dit: doelloos, maar niet stuurloos; nutteloos, maar niet geheel gespeend van intentie.

Ben Affleck als Batguy; sure, what do I care? Man of Steel was een kutfilm, las ik ergens op het internet en bijgevolg zal Man of Steel 2, Men of Steel* in het beste geval beter worden dan ik nu vrees (in which case: yay!), maar waarschijnlijk verdrinkt het in fletse actie en onlogische karakterontwikkeling, een beetje zoals de Bijbel.

Meer daarover in de komende twee jaar.

En nu, als fallback voor een gebrek aan inspiratie: mijn mening over films die nu in de cinema zijn en die ik op z'n minst met een half oog gezien heb.

Gênant; had nooit voorbij de conceptuele fase moeten gaan; als je film zich 1000 jaar in de toekomst afspeelt op een verwoeste Aarde, zorg dan voor de ruïnes van onze beschaving, in plaats van één uitgestrekte jungle, en vraag op voorhand aan iemand of diersoorten noemenswaardig kunnen evolueren op die tijd (het antwoord is neen). Ook: acteertalent is niet genetisch.

Zeker ok; Sharlto Copley is goed als Zuid-Afrikaanse psychopaat ("Lekker!"), design is vrij goed, al is het vastschroeven van een exo-skeleton door vinger dikke bouten zomaar in je rug te draaien volgens mij, uh, niet realistisch. Daarnaast, mooie robots: goed ontworpen en fantastisch om ze in beweging te zien; jammer wel dat ze in de derde act plots even verdwenen lijken.

Een tv-film: goeie cast die jammer genoeg zonder veel vuur acteert; leuk scenario dat zeer voorspelbaar is in haar verrassingen. Iets voor een verloren maandag.

Tja, giant robots fighting huge alien lizards. Heel leuk als dat je ding is, maar iets anders valt er niet echt te rapen.

Oh, wat een gemiste kans. En terwijl ik dit neertokkel als laatste recensie (ik werk niet alfabetisch) bedenk ik me dat dit mijn plan was voor een nieuw stukje: hoe The Wolverine massaal veel beter gemaakt had kunnen worden. Check back soon.

World War Z (of World Z War, volgens sommigen)
Meh, een paar goeie scènes, een paar momenten die waarschijnlijk beter zijn in het boek en een flauw einde. Forgettable.



* Oh Clark! - Oh, Bruce...

donderdag, juni 27, 2013

Heeft het wel zin?

Het was de volgende zin die mijn aandacht trok, in dit stukje dat al mijn goed genurturede reflexen in actie deed komen, al is de zin zelf perfect onschuldig: “Rik Torfs vindt het belangrijk om euthanasie te situeren in de context van het levenseinde.” Jahaa, die Rik Torfs toch, met zijn gekke ideeën.

Het lijkt me voor de hand te liggen, euthanasie te situeren in de context van het levenseinde. De briefschrijvers lijken het nodeloos beperkend te vinden, want “[d]e persoon die om euthanasie vraagt, lijkt soms gereduceerd te worden tot deze vraag, met maar twee mogelijke antwoorden: ja of neen. Mag dood of mag niet dood.” Persoonlijk denk ik dat de juiste terminologie “wil dood, of wil niet dood” is, maar goed, als je in een hogere (al)macht gelooft, is al dat gedoe over vrije wil toch maar een doekje voor het bloeden.

‘Ach, Folker, jij rabiate anti-klerikaal’, hoor ik u al naar uw beeldscherm slingeren, en ja, toegegeven, die bovenvermelde reflexen zijn in de eerste plaats geen fan van geïnstitutionaliseerde ongein. Zingeving is een belangrijk aspect van het leven, zeker bij een nakend einde ervan. Wie ben ik? Wat ben ik? Hoe verhoud ik mij tegenover mijn omgeving en tegenover die onoverzichtelijke en, laten we eerlijk zijn, best angstaanjagende realiteit? Dat zijn vragen waar iedereen mee zit, die in wezen onbeantwoordbaar zijn, maar die, daarom of desondanks, zeker niet zomaar weggewuifd kunnen worden.

Maar laten we het alsjeblief geen ‘spiritualiteit’ noemen, zeker niet bij monde van mensen die allen uit instituten komen die nog steeds een grote, blinkende K vooraan hun letterwoord hebben staan. En al helemaal niet als je het in de eerste plaats over psychologie en filosofie hebt: “Al vroeg in de opleiding moeten studenten genees- en verpleegkunde bewust gemaakt worden van de spirituele dimensie van de mens, van de rol die zorgverleners daarin mogen opnemen, en moet er aandacht zijn voor zelfzorg.”

Pas op, ik snap en ondersteun tot op zekere hoogte het idee dat een goeie zorgverlener (en dat geldt evengoed bij een ‘normaal’ overlijden, bij een geboorte, of bij een handicap) moet kunnen omgaan met zowel de psychologische als de filosofische implicaties van wat we maar zeer breed levensveranderingen zullen noemen. Maar het woord ‘spiritualiteit’ verwijst expliciet naar het concept van geesten, lichaamsloos bewustzijn, en bij uitbreiding naar de ziel en naar de Heilige Geest, ook wel archaïsch bijgeloof genoemd door (k)ettertjes als ik.

En daarenboven is mijn Tsjeef-O-Meter zachtjes (en niet onaangenaam) aan het vibreren als ik een zin als deze lees: “De vraag naar euthanasie is de ultieme ervaring van zinloosheid van het resterende leven en van het niet meer betekenisvol kunnen invullen van de dag.” Alsof de meeste mensen die om euthanasie vragen zich hoofdzakelijk vervelen. ‘Misschien is het volgende leven wat interessanter.’

Hun gescherm met de Wereldgezondheidsorganisatie, wel, dat zullen we maar op een interpretatieverschil steken: “Do not impose your own views.” of “Protect your patient from overenthusiastic evangelists.” Indeed.