Het is een onbegonnen taak om alle ongein aan te kaarten die om onze aandacht strijd, maar sommige zaken zijn me dierbaarder dan andere. Dus als Gwendolyn Rutten per se Star Wars erbij wil sleuren in haar laatste blogpost, dan neem ik maar wat graag de tijd om even op een rijtje te zetten waarom ze dat beter niet gedaan had (inhoudelijk gezien; politiek gezien denk ik niet dat het veel uitmaakt wat de Open Vld nog doet).
Nu, ik ga me beperken tot de Star Wars gerelateerde onzin, omdat het me voor de hand lijkt te liggen dat een zelf-verblindend optimisme niet bepaald een goeie eigenschap is voor politici in tijden van toenemende armoede en een ecologie die steeds minder geneigd lijkt om leefbaar te zijn voor mensen; laat staan voor politici die ook nog eens pleiten voor de aanschaf van nieuwe gevechtsvliegen. Kleine tip: kernwapens (want daar dienen die straaljagers voor) zijn niet bepaald een teken van optimisme.
Maar dus: Star Wars!
1) “Dat epos [Star Wars] is één langgerekt verhaal over de keuze tussen het negatieve (the dark side) en het positieve (the force)."
Dat is fout begrepen op een aantal niveaus. Ten eerste zijn zowel the dark side als the light side twee zijden van eenzelfde concept, namelijk the Force. Wat is dat? Wel, volgens old Ben Kenobi: “the Force is what gives a Jedi his power. It's an energy field created by all living things. It surrounds us and penetrates us; it binds the galaxy together.” Als je er per se een metafoor van wil maken, kan je het nog het best gewoon macht noemen. Politieke macht, financiële macht, de macht, alleszins, om het universum te manipuleren, in de breedste zin van het woord.
Ten tweede is het onderscheid tussen de lichte en de donkere zijde er niet één van optimisme versus pessimisme, maar één van altruïsme versus egoïsme. De slechteriken zijn niet die mensen die de hele tijd zuchten en steunen dat het niet zal lukken, maar net machtshebbers die in de eerste plaats hun eigen macht in gedachten hebben, voor wie hun macht een teken is van hoeveel beter ze wel niet zijn dan ‘gewone mensen’. De goeien, daarentegen, blijven niet op hun lauweren rusten, blij rondkijkend naar hoe goed het leven wel niet is (voor hen?); nee, ze bevechten actief het onrecht dat ze zien, helpen mensen waar ze kunnen en, vooral, zijn zich altijd bewust het risico dat die macht met zich meebrengt.
2) “Die breuklijn zit in elk van ons. We zijn allemaal een beetje Luke Skywalker.
We moeten allemaal een keuze maken tussen de zekerheid van angst of het onbekende van hoop. Tussen negativisme en optimisme.”
Iedereen heeft, in het Star Wars universum, de keuze tussen licht en donker. Wie the Force kan manipuleren, loopt echter een groter risico om gecorrumpeerd te worden. Het is om die reden dat we, in het (naar ik meen) niet-Star-Wars-universum, machtshebbers nauwlettender in de gaten houden, of dit toch zouden moeten doen. Rijk zijn en die rijkdom enkel inzetten om de rijkdom te beschermen, dat is the dark side. En omgekeerd, wel, in mijn Star Wars / Bible fanfic is Jezus de eerste Jedi.
Maar Folker, het was toch Yoda die zei: “Fear leads to anger, anger leads to hate, and hate leads to the dark side.”
Dat klopt, jij grote nerd, maar die cyclus wordt niet gestopt door een kinderlijke “dan moet je maar gewoon niet bang zijn”, maar door dat wat je angstig maakt onder ogen te zien en, waar mogelijk, aan te pakken.
Terzijde: als een liberaal het woord “optimisme” in de mond neemt, denk ik altijd aan Gordon Gekko.
3) “Als u daarmee worstelt, denk dan naar Yoda.”
Beste burger, niet alleen weet u dat “denken naar” best een vreemde uitdrukking is, maar zijn we echt op het niveau gekomen dat we stemadvies van een handpop uit de jaren tachtig overwegen? Een pop, daarenboven, die aan de macht was op het moment dat het universum in de duisternis werd gestort en in plaats van enige verantwoordelijkheid op te nemen, zich vervolgens verstopte in een moeras?
Een pleidooi voor een utopisch-ish wereldbeeld waar we, als mensheid, samen naartoe kunnen werken, daar ben ik helemaal voor te vinden. Maar een domme interpretatie van Star Wars als serieuze (?) verkiezingspropaganda, daar word ik, oh dear, daar word ik een beetje angstig van.
Gelukkig kan ik op een brede kennis van science-fiction steunen:
“I must not fear.
Fear is the mind-killer.
Fear is the little-death that brings total obliteration.
I will face my fear.
I will permit it to pass over me and through me.
And when it has gone past I will turn the inner eye to see its path.
Where the fear has gone there will be nothing.
Only I will remain.”
Frank Herbert, Dune
woensdag, april 30, 2014
dinsdag, april 08, 2014
I used to be an adventurer, like you
Er zijn soms momenten dat je om half twee ’s nachts mensen moet gaan redden. Zoals Batman, bedenk ik me dan, al wordt het me enkele uren later wel duidelijk waarom Bruce Wayne tot de middag in zijn bed blijft liggen.
De warenhuizen, echter, die staan blijkbaar heel vroeg op. Om maar te zeggen, ze laten zich niet vangen. Het afschaffen van de koperen muntjes van één en twee eurocent, door middel van afronding, zal hen immers anderhalf miljoen euro kosten. Dat zeggen ze alleszins zelf, niet volledig uit de lucht gegrepen, maar wel met een zeer sterke overschatting van de hoeveelheid moeite die de gemiddelde consument wil doen voor een korting van één of twee cent. We redeneren echter allemaal uit ons eigen perspectief, en dat zal wel het verschil zijn tussen de sheeple zoals ikzelf en die gepediëstaleerde ondernemer die elke rosse (munt) omdraait. Maar zelfs als ik elke week twee cent korting krijg op mijn aankopen, zit ik op jaarbasis amper aan een volledige euro korting. Al moet niet alles dan maar naar boven tot op de 5 cent worden afgerond, dat dan ook weer niet, hoor ik mijn perspectief al zeggen.
Nu goed, als er iemand in de portefeuille geraakt wordt, is er altijd wel hommeles te vinden. Zelfs als het om een potentiele portefeuille gaat. Zoals bijvoorbeeld het opiniestuk van de gedelegeerd bestuurder van Voka in De Standaard vandaag. Hoe iemand er vandaag nog in slaagt om zo eenzijdig de vrije markt te bewieroken, zeker in het kader van geprivatiseerde (geestelijke) gezondheidszorg, ontgaat me volledig. Geen “zo’n vaart zal het allemaal wel niet lopen”, of “het karikaturale beeld dat van ondernemers wordt opgehangen, alsof het allemaal onethische geldwolven zijn, stuit me tegen de borst”. Oh, nee, dat is te veel nuance, blijkbaar. Nu is alles slecht, duur en langzaam, maar met de privatisering zal alles goed, goedkoop en snel gaan. Er zit ergens een mop in, iets met een onzichtbare hand en schizofrenie, maar zulke diagnoses worden beter door gediplomeerde dokters gesteld.
Hoewel, als je het huidige systeem, “waarbij de beheerders van de (semi-)publieke instellingen niet alleen het belang van de zorgbehoevende vooropstellen, maar ook zoveel mogelijk overheidssubsidies voor hun zorginstelling proberen te verkrijgen”, wil vervangen door een systeem dat het geldaspect niet naast, maar boven het belang van de patiënt plaatst (daarom heet het de profit sector), moet je niet gaan pretenderen dat dit in het voordeel van de zorgbehoevenden is.
Ach, maar waarom zeg ik dit? We weten dit toch allemaal? Ik ga er alleszins vanuit, aangezien optimisten blijkbaar op elk vlak beter zijn dan pessimisten; correlatie en causatie, natuurlijk, maar laten we maar vrolijk aannemen dat alles goed komt. Want voor een depressie moet je duidelijk geen subsidies meer verwachten.
De warenhuizen, echter, die staan blijkbaar heel vroeg op. Om maar te zeggen, ze laten zich niet vangen. Het afschaffen van de koperen muntjes van één en twee eurocent, door middel van afronding, zal hen immers anderhalf miljoen euro kosten. Dat zeggen ze alleszins zelf, niet volledig uit de lucht gegrepen, maar wel met een zeer sterke overschatting van de hoeveelheid moeite die de gemiddelde consument wil doen voor een korting van één of twee cent. We redeneren echter allemaal uit ons eigen perspectief, en dat zal wel het verschil zijn tussen de sheeple zoals ikzelf en die gepediëstaleerde ondernemer die elke rosse (munt) omdraait. Maar zelfs als ik elke week twee cent korting krijg op mijn aankopen, zit ik op jaarbasis amper aan een volledige euro korting. Al moet niet alles dan maar naar boven tot op de 5 cent worden afgerond, dat dan ook weer niet, hoor ik mijn perspectief al zeggen.
Nu goed, als er iemand in de portefeuille geraakt wordt, is er altijd wel hommeles te vinden. Zelfs als het om een potentiele portefeuille gaat. Zoals bijvoorbeeld het opiniestuk van de gedelegeerd bestuurder van Voka in De Standaard vandaag. Hoe iemand er vandaag nog in slaagt om zo eenzijdig de vrije markt te bewieroken, zeker in het kader van geprivatiseerde (geestelijke) gezondheidszorg, ontgaat me volledig. Geen “zo’n vaart zal het allemaal wel niet lopen”, of “het karikaturale beeld dat van ondernemers wordt opgehangen, alsof het allemaal onethische geldwolven zijn, stuit me tegen de borst”. Oh, nee, dat is te veel nuance, blijkbaar. Nu is alles slecht, duur en langzaam, maar met de privatisering zal alles goed, goedkoop en snel gaan. Er zit ergens een mop in, iets met een onzichtbare hand en schizofrenie, maar zulke diagnoses worden beter door gediplomeerde dokters gesteld.
Hoewel, als je het huidige systeem, “waarbij de beheerders van de (semi-)publieke instellingen niet alleen het belang van de zorgbehoevende vooropstellen, maar ook zoveel mogelijk overheidssubsidies voor hun zorginstelling proberen te verkrijgen”, wil vervangen door een systeem dat het geldaspect niet naast, maar boven het belang van de patiënt plaatst (daarom heet het de profit sector), moet je niet gaan pretenderen dat dit in het voordeel van de zorgbehoevenden is.
Ach, maar waarom zeg ik dit? We weten dit toch allemaal? Ik ga er alleszins vanuit, aangezien optimisten blijkbaar op elk vlak beter zijn dan pessimisten; correlatie en causatie, natuurlijk, maar laten we maar vrolijk aannemen dat alles goed komt. Want voor een depressie moet je duidelijk geen subsidies meer verwachten.
dinsdag, maart 25, 2014
Samson, die nam tenminste geen blad voor de mond
Wat we zeggen en hoe we dat zeggen is onlosmakelijk met elkaar verbonden. Net zoals de tweedeling tussen lichaam en geest veeleer een fictie is, zo brengt de manier waarop je een boodschap brengt, zelf ook een boodschap. In dit geval: “ik heb duidelijk nog niet zo goed nagedacht over wat mijn boodschap is”. Maar dat is ook een boodschap.
Aanleiding van deze tamelijk voor de hand liggende overpeinzing, was aanvankelijk een zin op de site van DeMorgen: “Maar andere linguïsten vragen zich dan weer af of taal wel zomaar door mensen aangepast kan worden.” Ik denk namelijk dat taal geregeld aangepast wordt door (bewust) menselijk ingrijpen. Niet dat elk bewust ingrijpen tot verandering leidt, laat staan dat elke verandering bewust is. Maar dat geldt voor veel van de complexe systemen die verweven zijn in onze maatschappij.
Laten we ook niet vergeten dat een groot deel van de betekenis vervat zit in de interpretatie. Zo lees ik dit opiniestuk als satire; wie haalt het immers in het hoofd om een buurland te bezetten en er een stukje af te scheuren, als was het een verse baguette, zonder dat er sprake is van verregaande mensenrechtenschendingen en/of een formele vraag van hun volksvertegenwoordigers? Het antwoord is, uiteraard, Poetin. Als u dat niet wist, leest u misschien toch beter de krant dan deze weblog. Pas echter op, want zowel deze als deze krant brachten het opinistuk met een uitgestreken gezicht, dus is het waarschijnlijk het veiligste om ervan uit te gaan dat alles op die sites satire is.
Veel hangt toch af van het eigen gezichtspunt. Neem bijvoorbeeld deze zin uit dit artikel: “De 5 miljoen euro moet van bouwpromotoren komen. Zij zouden het bedrag betalen aan de gemeente, als bepaalde gronden, die nu nog recreatiegebied of kmo-zone zijn, ingekleurd worden als woonzone, zodat de promotoren er kunnen bouwen.” Ik zou denken dat dit de kern van het artikel was, dat Edegem ongeveer een achtste van haar budget zou krijgen uit fondsen van derde partijen in ruil voor een bestuurlijke beslissing die, dat kunnen we aannemen op basis van die vijf miljoen euro, meer dan vijf miljoen euro zal opbrengen voor de bouwpromotoren. Het lijkt een gebeurtenis die samen te vatten is in één enkel woord, maar met enkel informatie uit een artikel van twintig regels ga ik niet zo ver gaan.
Taal is immers belangrijk, en hoe je iets zegt is zeker zo belangrijk als wat je zegt. “Volgens de burgemeester hebben bouwpromotoren in het verleden daar ook al voor betaald.” Is dat dan voor of na het uitgebreide beslissingsproces om te kijken wat het beste is voor de gemeente?
Huh, dat doet me denken aan een liedje van Samson: ‘Had je tien miljoen, wat zou jij dan doen? Recreatiegebied laten inkleuren als woonzone, er wat appartementsblokken op zetten en er twintig miljoen van maken! En dan, hoeren en cocaïne tussen bergen poen!’ Slimme hond, maar wel een lui rijmschema.
Aanleiding van deze tamelijk voor de hand liggende overpeinzing, was aanvankelijk een zin op de site van DeMorgen: “Maar andere linguïsten vragen zich dan weer af of taal wel zomaar door mensen aangepast kan worden.” Ik denk namelijk dat taal geregeld aangepast wordt door (bewust) menselijk ingrijpen. Niet dat elk bewust ingrijpen tot verandering leidt, laat staan dat elke verandering bewust is. Maar dat geldt voor veel van de complexe systemen die verweven zijn in onze maatschappij.
Laten we ook niet vergeten dat een groot deel van de betekenis vervat zit in de interpretatie. Zo lees ik dit opiniestuk als satire; wie haalt het immers in het hoofd om een buurland te bezetten en er een stukje af te scheuren, als was het een verse baguette, zonder dat er sprake is van verregaande mensenrechtenschendingen en/of een formele vraag van hun volksvertegenwoordigers? Het antwoord is, uiteraard, Poetin. Als u dat niet wist, leest u misschien toch beter de krant dan deze weblog. Pas echter op, want zowel deze als deze krant brachten het opinistuk met een uitgestreken gezicht, dus is het waarschijnlijk het veiligste om ervan uit te gaan dat alles op die sites satire is.
Veel hangt toch af van het eigen gezichtspunt. Neem bijvoorbeeld deze zin uit dit artikel: “De 5 miljoen euro moet van bouwpromotoren komen. Zij zouden het bedrag betalen aan de gemeente, als bepaalde gronden, die nu nog recreatiegebied of kmo-zone zijn, ingekleurd worden als woonzone, zodat de promotoren er kunnen bouwen.” Ik zou denken dat dit de kern van het artikel was, dat Edegem ongeveer een achtste van haar budget zou krijgen uit fondsen van derde partijen in ruil voor een bestuurlijke beslissing die, dat kunnen we aannemen op basis van die vijf miljoen euro, meer dan vijf miljoen euro zal opbrengen voor de bouwpromotoren. Het lijkt een gebeurtenis die samen te vatten is in één enkel woord, maar met enkel informatie uit een artikel van twintig regels ga ik niet zo ver gaan.
Taal is immers belangrijk, en hoe je iets zegt is zeker zo belangrijk als wat je zegt. “Volgens de burgemeester hebben bouwpromotoren in het verleden daar ook al voor betaald.” Is dat dan voor of na het uitgebreide beslissingsproces om te kijken wat het beste is voor de gemeente?
Huh, dat doet me denken aan een liedje van Samson: ‘Had je tien miljoen, wat zou jij dan doen? Recreatiegebied laten inkleuren als woonzone, er wat appartementsblokken op zetten en er twintig miljoen van maken! En dan, hoeren en cocaïne tussen bergen poen!’ Slimme hond, maar wel een lui rijmschema.
woensdag, maart 19, 2014
Daarom ben ik te laat, meneer
Aan de persoon die vanmorgen voor me inschoot en de Velo in de laatste open plaats in het Velostation aan Antwerpen Centraal zette, waar ik duidelijk van plan was om de mijne weg te zetten.
Ik wil u niet al te veel verwijten, al hoop ik wel dat u zich het voorval nog herinnert en zelfs dat u zich er, slechts enkele momenten doorheen deze dag, wat schuldig over voelt. Oh, niet zozeer over dat inpikken van de plaats. Iedereen is al eens gehaast en gaat er op zo’n moment van uit dat de eigen haast groter is dan die van alle anderen. U rende vervolgens immers ook weg, ik neem aan om een trein te halen, en ik hoop wel dat het ook gelukt is. Anders is al deze frustratie helemaal voor niets.
Maar als u nog eens mensen zo de pas afsnijdt (en ja, ik heb er geen probleem mee om een eenmalige handeling van iemand die ik niet ken te veralgemenen tot gewoontegedrag), in dat geval stel ik voor dat u geen energie verspilt aan het nadrukkelijk negeren van die mens die verbouwereerd naast u staat en zegt “Hey! Dat is wel echt niet vriendelijk, hè?!”
U zal misschien zeggen dat u het niet gemerkt had, dat de oortjes in uw oren een zodanig volume aan geluid produceerden dat mijn amper overslaande bariton u niet bereikte. Maar we weten allebei dat dat onzin is; dat u vooral op een heel knullige manier confrontatie wilde vermijden; want wie weet waar zo’n onbekende persoon in de vroege ochtend toe in staat is?
Ik geef toe dat mijn eerste reflex, eerder een snel onderdrukte gedachte, in zo’n gevallen er vaak één is van fysieke agressie. Dan wil ik u bij het nekvel grijpen en uw voorhoofd tegen mijn stuur kletsen. Of u bij de schouder nemen en u dwingen om me aan te kijken. Maar dat soort reacties, ook al liggen ze betrekkelijk ver uit elkaar, heb ik tot dusver altijd kunnen vermijden. Goed voor u, waarschijnlijk beter voor mij. Agressie, fysiek of niet, lost zelden iets op en is, algemeen gesproken, verwerpelijk. Ook in dit geval zou het niets veranderen: uw Velo stond immers al vast. And that, as they say, was that.
Toch een vraag, in het ijle van mijn beperkte lezerspubliek, een verzoek, of een suggestie, geheel vrijblijvend. Als dit nog eens gebeurt – of wanneer, zo u wil – zou het een uiting van enig gemeenschapsgevoel zijn dat u het aandurft om die andere, die onbekende, die u toch een beetje de loef hebt afgestoken (ik, dus, maar niet per se), om die persoon in de ogen te kijken, een fractie van een seconde maar, en iets onverstaanbaars te mompelen dat kan worden opgevat als een verontschuldiging.
Dat zou fijn zijn.
Niet dat ik me erover moet opwinden.
Ik wil u niet al te veel verwijten, al hoop ik wel dat u zich het voorval nog herinnert en zelfs dat u zich er, slechts enkele momenten doorheen deze dag, wat schuldig over voelt. Oh, niet zozeer over dat inpikken van de plaats. Iedereen is al eens gehaast en gaat er op zo’n moment van uit dat de eigen haast groter is dan die van alle anderen. U rende vervolgens immers ook weg, ik neem aan om een trein te halen, en ik hoop wel dat het ook gelukt is. Anders is al deze frustratie helemaal voor niets.
Maar als u nog eens mensen zo de pas afsnijdt (en ja, ik heb er geen probleem mee om een eenmalige handeling van iemand die ik niet ken te veralgemenen tot gewoontegedrag), in dat geval stel ik voor dat u geen energie verspilt aan het nadrukkelijk negeren van die mens die verbouwereerd naast u staat en zegt “Hey! Dat is wel echt niet vriendelijk, hè?!”
U zal misschien zeggen dat u het niet gemerkt had, dat de oortjes in uw oren een zodanig volume aan geluid produceerden dat mijn amper overslaande bariton u niet bereikte. Maar we weten allebei dat dat onzin is; dat u vooral op een heel knullige manier confrontatie wilde vermijden; want wie weet waar zo’n onbekende persoon in de vroege ochtend toe in staat is?
Ik geef toe dat mijn eerste reflex, eerder een snel onderdrukte gedachte, in zo’n gevallen er vaak één is van fysieke agressie. Dan wil ik u bij het nekvel grijpen en uw voorhoofd tegen mijn stuur kletsen. Of u bij de schouder nemen en u dwingen om me aan te kijken. Maar dat soort reacties, ook al liggen ze betrekkelijk ver uit elkaar, heb ik tot dusver altijd kunnen vermijden. Goed voor u, waarschijnlijk beter voor mij. Agressie, fysiek of niet, lost zelden iets op en is, algemeen gesproken, verwerpelijk. Ook in dit geval zou het niets veranderen: uw Velo stond immers al vast. And that, as they say, was that.
Toch een vraag, in het ijle van mijn beperkte lezerspubliek, een verzoek, of een suggestie, geheel vrijblijvend. Als dit nog eens gebeurt – of wanneer, zo u wil – zou het een uiting van enig gemeenschapsgevoel zijn dat u het aandurft om die andere, die onbekende, die u toch een beetje de loef hebt afgestoken (ik, dus, maar niet per se), om die persoon in de ogen te kijken, een fractie van een seconde maar, en iets onverstaanbaars te mompelen dat kan worden opgevat als een verontschuldiging.
Dat zou fijn zijn.
Niet dat ik me erover moet opwinden.
woensdag, maart 12, 2014
Dat overkomt me anders nooit
Het is belangrijk om
de zaken in de juiste context te bekijken. Dat lijkt voor de hand te liggen,
binnen de juiste context, maar ik moet toch even, op dit persoonlijk stukje
internet (of zo persoonlijk als een stukje internet kan zijn) wat lichte gal kwijt
over zware zever. Kwestie van mijn onmiddellijke omgeving niet te bedelven
onder lichaamssappen.
Eén oplossing voor al deze problemen? Zoals Matthew McConaughey zegt in True Detective: "I think the honourable thing for our species to do is to deny our programming, stop reproducing [and] walk hand in hand into extinction."
En alles was weer rustig.
Ten eerste, niet
kort genoeg, vind ik de CDH een beetje onnozel. Die uitspraak geldt als waar in zeer
veel contexten, en nu ook in die van de eindeloze onzin die de veranderde
regels over de naamgeving van kinderen teweeg hebben gebracht. Na het bestaande
wetsontwerp te hebben goedgekeurd, wil de CDH nu immers terugkeren op haar stappen en verplicht de combinatie vader-moeder
gebruiken, en bij de volgende generatie de eerste naam van elke ouder. Deze beelden zwemmen spontaan voor mijn ogen, en dat nog
geheel los van het gevolg dat dan opnieuw enkel de mannelijke lijn van namen
kan worden doorgegeven. Ik vraag me af hoe de wereld eruit gezien zou hebben
als Jezus een vrouw was.
Dan is er de
snelleesapp (is dat nu al een woord?) Spritz, waarover de meningen blijkbaar verdeeld zijn. Maar de tegenwerpingen hangen vast aan twee
uitgangspunten die er een beetje bij de haren worden bij gesleurd, namelijk dat
je er fictie mee zou lezen (want wat lezen mensen behalve fictie? Weblogs?
Hah!) en dat het verboden wordt om de volledige tekst ernaast te hebben liggen.
Waarschijnlijk dus geen begin of einde van “het nieuwe lezen” (really? Is er
een context waarin dat niet onnozel klinkt?); eerder een handig middel om snel
lange, zakelijke of wetenschappelijke teksten door te nemen. Een middel dat ook
niet, me dunkt, ontwikkeld is voor lagereschoolkinderen, but who cares?
Niet de mensen met een
smartphone, blijkbaar, want er is uiteindelijk ook nog zever als dit, een “fascinerende studie van de dynamiek
tussen ouders, kinderen en smartphones”. Alsof het een nieuw gegeven is dat
ouders die enkel tegen hun kinderen spreken om te zeggen dat ze stil, braaf of
minder lelijk moeten zijn, niet op de
juiste manier met hun koters omgaan. Of je als ouder nu meer geïnteresseerd
bent in je crackpijp, je werkverslagen, je level 57 Night Elf druid, je dagelijkse
soap, of je nagels, dan in je kinderen, dat maakt waarschijnlijk niet veel uit.
donderdag, maart 06, 2014
A Single Monkey on a Single Typewriter
Het idee dat we geen
vrije wil hebben, komt geregeld terug. De calvinisten zeiden het al, dat alles
toch vastligt volgens een hoger plan (hoger dan de zeespiegel, alleszins); één
misstap en je was eigenlijk toch al voorbestemd om naar de hel te gaan. Pech! Dat
kan ik alleen maar interpreteren als een vrijgeleide om van heel je leven een
feest te maken, want een misstap (zoals gedefinieerd door orthodoxe
religieuzen) begaan we allemaal op een bepaald moment. Maar ik ben
waarschijnlijk niet de beste bron van theologisch inzicht.
In de iets modernere
wereld van neuronen en elektromagnetische velden wordt er bij momenten eveneens met
veel poeha verkondigd dat we geen vrije wil hebben, zoals blijkbaar ook in dit nieuwe boek,
dat ik (uiteraard) niet gelezen heb. Maar ik kan de achterliggende gedachte wel
al raden, en voel een onbestemde, door genetica en levensloop opgelegde drang
om mijn gedacht hier tegenover te plaatsen.
We moeten in de eerste
plaats natuurlijk een goeie definitie van het concept vrije wil vinden, en daar
knelt de schedel al onmiddellijk. Want vrije wil is geen duidelijk afgelijnd
concept, net zo min als bewustzijn. Een bewering als zouden wij, mensen,
trotste, meest rechtoplopende en minst behaarde der primaten, geen vrije wil
hebben, komt meestal neer op het idee dat elke keuze volgens een (in theorie)
voorspelbaar proces wordt afgehandeld, waardoor ook de uitkomst voorspelbaar
is. We zouden niets meer zijn dan banale computertjes, onze software bepaald
door biologie en ervaring. Er zit dan misschien geen groots plan achter, maar
geloof maar niet dat je echt controle over je leven hebt; je keuzes worden voor
jou gemaakt, door, euh, je hersenen?
Het leunt aan bij dit experiment dat de beslissingen van proefpersonen tot zeven seconden eerder kon ‘lezen’ dan
dat de proefpersonen zich hiervan bewust waren. Hieruit afleiden dat we geen
vrije wil hebben, vereist echter een nodeloze tweedeling tussen het bewustzijn
en de rest van de werking van de hersenen. Ik wil het liever niet het
on(der)bewuste noemen, omdat dat een strikte scheiding tussen de twee impliceert.
Vergelijk het met 12 Angry Men, courtroom drama
for the ages. (U mag ook aan de versie uit 1957 denken.) In de rechtszaal
krijgen de juryleden de informatie gepresenteerd over een moordzaak, een beetje
zoals ik onlangs informatie zocht over scheerapparaten, want ik ben goed in het
kopen van leuke nieuwe dingen voor mezelf (buiten mijn wil om). Vervolgens trekt
de jury zich terug, om te beraadslagen; de meeste juryleden hebben echter al
een idee gevormd over de schuld van de beklaagde. Net zo overwoog ik de
verschillende types en merken, niet noodzakelijk op een bewuste, rationele
manier: geen haar op m’n hoofd (zing!) dat durft beweren dat een zwart
scheerapparaat met rode accenten me beter zou liggen dan een babyblauw
exemplaar, maar een “stoere tools voor stoere jongens” idee speelt vast mee in
mijn beslissingsproces.
Onder de juryleden bevindt
er zich gelukkig ook een man die zijn twijfels had over het aangevoerde bewijs
(gelukkig, want anders was er geen film); die zeurende stem in je hoofd die
zegt “heb je dat scheerapparaat wel nodig?” en “kost het niet te veel voor wat
het is?”. In de film slaagt juror #8 erin om iedereen te doen twijfelen en
wordt de beschuldigde uiteindelijk vrijgesproken (geen spoiler alerts voor werken
uit de vorige eeuw). De weifelende stemmetjes in mijn hoofd konden echter niet
met zo veel gezag spreken en ik kan me nu onder de douche scheren.
De beslissing die de
onderzoekers konden registeren zeven seconden voor de proefpersoon zich er
bewust van werd, is het moment waarop het laatste jurylid zich laat overtuigen
om de groep te volgen en onschuldig te oordelen. De proefpersoon wordt er zich echter
pas bewust van op het moment dat het verdict in de rechtszaal wordt voorgelezen,
op het moment dat zij haar keuze formuleert voor zichzelf. Maar waarom zou het daarom minder haar eigen keuze zijn?
Een concept van vrije
wil bedenken dat onafhankelijk van omgevingsfactoren opereert, lijkt me een
beetje onzinnig. Natuurlijk nemen we beslissingen op basis van wat we weten en
meegemaakt hebben. Wat zou een bewuste ik, en de vrije wil die die ik meen te
hebben, anders zijn dan een geheel van ervaringen, vervat in een complex
netwerk van neuronen en elektrische signalen? Hoe zou de tumultueuze en
afwisselend verschrikkelijke en prachtige geschiedenis van de mens te verklaren
zijn zonder individuen met vrije wil?
Oei, wacht, dat wou ik
niet schrijven. Ik bedoel sorry, schat, voor dat scheerapparaat. Het was
sterker dan mezelf.
dinsdag, februari 18, 2014
Wat baten kaars en bril...
Ja, ik geef het grif
toe, deze zin in een reactie van een zekere Marc Van Alphen op een
poll op de site van De Morgen geeft me aangename rillingen. Ik bezondig me er
immers ook wel eens aan, aan dat lachen met zij die barricades voor het
Nederlands in Vlaanderen opwerpen.
Dat mag u gerust
dubbelzinnig interpreteren, dat opwerpen van die barricades. Want wie erop
staat, is er vast heilig van overtuigd dat-ie een langs alle kanten bedreigde
taal verdedigt. Ik zie het eerder als het beperken en inperken van, ja, van wat
eigenlijk? Het Vlaams? Dat bestaat natuurlijk niet echt. Toch niet als monolithisch
blok dat Jan en alleman spreekt in tegenstelling tot Kees en elke mees. Van het
Nederlands? Die levende taal die waarschijnlijk, na het Frans, het striktst voorgeschreven
wordt?
Ik ben zelf
grootgebracht door ouders die een zeer mooi Vlaams Algemeen Nederlands spraken
en spreken. Dat mooi Nederlands overleefde niet echt mijn aanraking met de
lagere school; dictie maakte mijn uitspraak opnieuw even mooier
algemener, maar dat heeft niet echt lang geduurd. Kzenne kik van Aantwaarpe.
Nee, zo spreek ik niet, maar iets presenteren bij de VRT zit er ook niet
onmiddellijk in.
Van die boer geen katten
op laag water
Ondertussen beheers ik
meer dan enkel mijn moedertaal; zeer vlot Engels, een verstaanbaar Frans, und
ich spreche etwas Deutsch, als is dat de enige zin Duits die ik ken. En die
andere talen hebben natuurlijk wel een invloed op mijn Nederlands, net als veel
talen die ik niet spreek. Rauwe, in plakjes gesneden vis noem ik bijvoorbeeld
steevast sashimi (het is best mogelijk dat dat, voor wie Japans spreekt, niet
helemaal of helemaal niet correct is). En het seksueel penetreren van
lichaamsholten met een gebalde vuist noem ik fisting, al probeer ik daar niet
al te veel aan te denken.
Dus misschien ben ik
simpelweg al te besmet met niet-Nederlands om die onophoudelijke bedreigingen voor het
Vlaams nog te herkennen, laat staan serieus te nemen. Niet dat ik taal
onbelangrijk vind, integendeel. Ik word soms zelfs, achter mijn rug én vol in
het gezicht, een taalpurist genoemd, onder andere omdat ik mij nodeloos, maar
met veel plezier opwind over als/dan omwisselingen, dt-fouten en verhaspelde
uitdrukkingen. ’t Is een hobby.
M’n stout dialectsprekertje
Maar dat krampachtig
vasthouden aan een eentalige regio, die terzelfder tijd de “logistieke
draaischijf van Europa” moet worden, zorgt voor een veelheid aan kneuterige
navelstaarderij die de voeling met de realiteit verloren lijkt. De
toeristenplannetjes in Antwerpen, volledig in het Nederlands. De vuilbakjes in
de treinstations waar de verschillende types afval er per bakje vier keer
opstaan, ‘rest, rest, rest, rest’, want dat is duidelijk voor elke toerist. Het weghalen van een verkeersbord
vlakbij de Franse grens waarop ‘carrefour dangereux’ staat, want hier spreekt
iedereen, plots, magisch, Nederlands.
Of, inderdaad, het
willen verbieden van niet-standaardtalige uitspraak op de openbare omroep; wat
een tepel is voor de Amerikanen, is het Kempisch voor de Vlaming. Dat is een
goeie vergelijking, want dan kan ik ook zeggen dat net zoals Amerika wel een
massale porno-industrie heeft, Vlaanderen een grote groep heeft, waarschijnlijk
een ruime meerderheid, die geen Standaard Nederlands bezigt in het grootste
deel van haar interacties. Ik zou het bijna schizofreen noemen, maar ik weet wel beter.
Re: spek met eieren
Om toch tot iets
conclusie-achtig, conclusie-esque, conlcusie-ish te komen: ik hou wel van de Taalunie. Ik vind het leuk dat er overal vaste regels voor bestaan, die weliswaar
betrekkelijk complex, maar ook (tamelijk) eenduidig zijn. Maar laten we
oppassen, meneer Vandaele, om een Nederlands dialect geen Nederlands te noemen;
al was het maar uit respect voor alle Vlamingen die Kempisch spreken. Laten we
ook niet vergeten dat de VRT (zowat?) elk programma ondertitelt, en dit altijd
in het Standaard Nederlands.
En vooral, laten we
proberen om uitspraken als deze te vermijden: “Laten we dus alstublieft
ophouden met tussentaal, varianten en al dat soort gezeur van sociolinguïsten
en eindelijk proberen een heldere standaard neer te zetten.” Want er is een
heldere standaard, maar er is ook een realiteit die zich daar niet zo makkelijk
in laat vangen. En er zijn linguïsten die er een iets betere kijk op hebben dan
die mensen die hun identiteit aan hun taal verbonden hebben.
Not me, though...
Not me, though...
maandag, februari 03, 2014
Liefde is blijkbaar een hol begrip
De Broeders van
Liefde, het klinkt een beetje als een Nederlandstalige rockgroep uit de jaren
tachtig, maar dat is misschien mijn verwarring met Temple of Love.
Maar die Broeders van
Liefde zijn onversneden katholieken van de oude stempel. Dat bedoel ik niet als
compliment, maar zij zullen dat wel zo zien. Het water tussen ons is diep, al
is dat geen slechte eigenschap voor een slotgracht.
René Stockman, hun
generale overste, ziet overal om zich heen moord en zelfmoord die demaatschappij moreel opdringt. Een Soylent Green zonder voedingswaarde. Een
kille maatschappij die mensen dwingt om zichzelf en hun ongeboren kinderen over
de kling van de individualiteit te jagen. Of zoiets.
Ik ga niet
discussiëren over hoe mensen die ondraaglijk lijden niet beter af zouden zijn
in een eeuwigheid van gelukzaligheid in het aanschijn Gods. (Ik neem aan dat
volgens hem al die mensen naar de hel gaan.) Ook niet over de grote
gedachtesprong dat als euthanasie toegelaten is, het sowieso een moreel
verplichting wordt. Ik ga zelfs niet discussiëren over de vreemde
samenzweringsvibe die over het artikel hangt; vrijmetselaars zijn overal! Of
waren het anarchisten?
Maar ga als oude,
blanke man godverdomme niet verkondigen dat abortus in feite euthanasie op
wilsonbekwame minderjarigen is. Niet alleen is dat intellectueel oneerlijk (dan
is elke menstruatie ook conceptuele moord, en zwemmen er ongetwijfeld veel
spermacelletjes rond in de hemel), maar zo’n vergelijking is ethisch
verwerpelijk. Alsof een foetus identiek aan een mens behandeld moet worden. Moet
voor elk miskraam dan een onderzoek worden ingesteld? Is elke echografie op
Facebook dan kinderporno?
Ja, ik kan ook
onbeantwoorde vragen stellen, beste broeder Stockman. En voor een man die de “inspiratie[vindt] in de waarden van het Evangelie en [handelt] in navolging van Jezus,onze Heiland”, vind ik dat u verdomd weinig liefde geeft en verdomd veel
oordeel uitspreekt. Want laten we wel wezen, in feite noemt u elk meisje en
elke vrouw die een abortus heeft ondergaan, om welke reden dan ook en vast met
veel wikken en wegen en twijfel en pijn, al die mensen noemt u botweg
moordenaars. Omdat uw bekrompen, rechtlijnige ethiek het concept leven
belangrijker vindt dan het individu dat leeft.
Ik geloof dat Jezus
van u zou walgen, broeder Stockman. Ik weet alleszins zeker dat ik het doe.
woensdag, januari 22, 2014
Voorwaar Vroar
Touring daalt al
enkele jaren gestaag in mijn achting, waardoor ik hun wapenfeiten met argusogen
en een gezonde dosis cynisch wantrouwen volg. Als een “mobiliteitsonderzoek van
Touring en Febiac” uitspraken doet over wat “de Belgen” vinden, dan gaat mijn manipulatiemeter
trillen als de achterbankzitter van een BMW die over de kasseien dendert. En
als er van het onderzoek niet onmiddellijk iets terug te vinden is, behalve
vrijwel identieke artikels, wel, dan krijg je een stukje als dit.
Gif wil ik er niet op
innemen, maar de kans dat Touring en Febiac de enquête enkel bij hun eigen
leden hebben uitgevoerd, lijkt me betrekkelijk groot. Dan is een zin als “Koning
auto blijft volgens het onderzoek heer en meester”, die in elk artikel herhaald
wordt, natuurlijk al wat minder verrassend. Er wordt immers geen rekening
gehouden met de 20% gezinnen die geen auto hebben en dus niet bij een
automobilistenvereniging zijn aangesloten.
Meer zelfs: als blijkt
dat bijna evenveel mensen vinden dat de inkomsten uit autobelasting moeten
geïnvesteerd worden in het openbaar vervoer (53%) als in het bestaande wegennet
(59%), moeten we misschien oppassen met een titel als ‘Overheid moet fors
investeren in wegennet’. Zeker met “een foutenmarge van drie procent”, dat
zinnetje dat wetenschappelijke credibiliteit aan het artikel moet verlenen.
Nog meer zelfs: 64%
van “die autobestuurders” (welke autobestuurders? Diegenen die uitsluitend de
auto gebruiken? Die 36% procent die liever in de file dan op het openbaar
vervoer zit? Die duizend mensen die ondervraagd zijn?) zou vaker het openbaar
vervoer gebruiken als het netwerk beter uitgebouwd zou zijn. Daar kan je
natuurlijk moeilijk mee uitpakken op het Autosalon, dat snap ik wel.
Om maar te zeggen, ik
lees de gepoetste cijfers al een stuk anders dan de teneur die het artikel
aangeeft. En ik zou het fijn vinden moest de propaganda van de
automobielindustrie, die ze uiteraard wel mogen verspreiden, niet kritiekloos als
de mening van “de Belg” wordt verspreid.
Maar mij vraagt
Touring niets…
donderdag, december 26, 2013
What would Jesus earn?
“Amper één dag na kerstdag worden veel kerstcadeaus alweer
verkocht via het internet.” Dat is het hoofdpunt van het nieuws vandaag om 14u.
Gefascineerd luisterde ik naar de verwonderde toon van de
nieuwslezer die zich ofwel afvroeg hoe je die cadeautjes kon digitaliseren en
doorsturen, dan wel waarom dit de eerste woorden uit zijn mond waren, op deze
kerstdag die bijna, maar net niet, de eerste is.
Gebiologeerd, ook, hoorde ik aan hoe de woordvoerder van
kapaza hierover uitleg verschafte, toch wel het belangrijkste nieuws van de
dag. Dat het veelal cadeaus zijn die mensen dubbel hebben gekregen (hoe wéét
zij dit?) en ook wel ongelukkige cadeaus (cadeautherapie kan ook geen wonderen
verrichten).
Een teken des tijds, dacht ik, terwijl het me opviel dat er
dit jaar niemand een boek voor mij gekocht had om de geboorte van Jezus te
vieren. Hoekiger, harder en dommer, zo zal de toekomst altijd wel lijken, of je
nu ontslagen wordt en je gezin amper eten kan geven, laat staan een kerstmaal,
dan wel wanneer je loon plots gehalveerd wordt en je dan maar uit overtuiging
ontslag neemt. Niet dat je met dat gehalveerde loon een probleem hebt om een gezin
of twintig te voeden, maar het is een principekwestie, weetuwel.
Maar ach, allemaal slachtoffers, nietwaar? Ik kan me (vaagweg)
inbeelden dat je al behoorlijk geschoffeerd moet zijn om een loon van ruim
zeshonderdduizend euro af te slaan. Maar er staat natuurlijk geen prijs op
waardigheid onder het miljoen.
Soit, elk individu heeft het recht om de middelvinger op te
steken en weg te wandelen, zeker mensen die Johnny heten. Maar misschien moeten
alle opinjisten toch een paar tellen langer nadenken over de stelling als zou
een loon van een half miljoen per jaar niet genoeg zijn om competente mensen
aan te trekken. Dan kan iedereen die minder dan €30 000 per maand verdient
eindelijk de middelvinger laten zakken.
Abonneren op:
Posts (Atom)