Een dikke twee maand stilte. Waarom? Wel, niet dat ik betere dingen te doen had, maar toch wel zeker dingen die even goed zijn. En waarom begin ik nu terug? Om de reden dat de meeste mensen een weblog hebben: om eens goed te zagen.
Een tijdje terug werd Bernard Dewulf ontslagen als vast columnist bij De Morgen.
Dit schreef ik ongeveer een maand geleden, om deze site vervolgens opnieuw een dikke maan (jaja, zonder -d*) te negeren. Nu de examens voorbij zijn en ik na twee dagen al in een routine op het stadhuis verzeild raak, lijkt het me het uitgelezen moment om toch nog eens een statement te maken. Niet in de beladen zin, met ideologische connotaties allerhande, maar simpelweg in het opvullen van mijn hoekje van het internet.
Niet met te zagen over de vrouw die Dewulf vervangt (oh, the horror, the excrutiating boredom, the lack of any above average use of language; wat mis ik Bernard...), nee, daarvoor ben ik momenteel wat te vrolijk. De redenen daarvoor zijn legio; naar sommige van die redenen moet u mij maar eens persoonlijk komen vragen, als u die mogelijkheid heeft, daar het internet, of toch dit stukje ervan (in de volksmond ook wel BI&IB [bi:p] genoemd) betrekkelijk publiek is. Andere redenen zijn ook nog niet voor het publiek bestemd, hoewel ze dit ongetwijfeld binnen een paar maand wel worden.
Kan ik u eigenlijk iets vertellen? Hell, no! Als je filler stukjes schrijft, doe je het maar beter ineens goed. Of pas je alleszins op dat er niets concreet insluipt, wat, toegegeven, deze keer niet volledig gelukt is, maar niet in die mate dat het echt ter zake doet. Ha, net een partijprogramma...
* een maan is 28 dagen, de omwenteling van, u raadt het nooit, de maan. Als tijdseenheid is het nooit echt ingeburgerd geraakt (al die stomme synonymievrees ook altijd), en zoals u ziet is het niet praktisch om woorden te gebruiken die als schrijffouten worden aanzien, but call me inane and slap me silly.
vrijdag, juni 05, 2009
zaterdag, maart 28, 2009
DS
Tijdens een leuk verjaardagsfeestje begon ik een conversatie met de kotgenote van een vriendin van me. Ze studeert geneeskunde en gaat als specialisatie kinderpsychiatrie kiezen. Leuk, dat, uiteraard. Als zoon van een psychiater kan ik elke keuze voor psychiatrie appreciëren. Maar dan vertelt ze dat ze oorspronkelijk chirurgie wou kiezen. Dit bleek, na enkele gesprekken met verscheidene mensen met kennis van zake, echter een slecht idee. Het had niets te maken met haar capaciteiten; integendeel zelfs: haar proffen hebben haar aangemoedigd om het toch te doen. Waarom dan geen chirurgie? Omdat het een mannenwereld is, waar vrouwen minder kans maken om aangenomen te worden, enkel en alleen omdat ze vrouw zijn. De kotgenote had ook gesproken met vrouwelijke chirurgen en zij bevestigden dat een vrouwelijke chirurg verscheidene malen beter moest zijn dan haar mannelijke collega's om dezelfde kansen te krijgen.
En mijn bloed begon te koken. Niet tegenover het meisje; zij kiest enkel een weg die een combinatie van voldoening en gemak biedt. Seksisme is en blijft een nodeloos obstakel dat niemand zou moeten trotseren. Mijn bloed kookte in dezelfde mate als wanneer ik lees dat de CD&V denkt dat de Belgische veroordeling van de domme pauselijke uitspraken een aanval op henzelf is. Miljoenen AIDS doden in Afrika en de CD&V denkt dat het om hen draait. Dat is even dom als vrouwelijke chirurgen die niet worden aangenomen omdat ze vrouwen zijn.
Tsjeven en seksisten; god frakked up but good...
En mijn bloed begon te koken. Niet tegenover het meisje; zij kiest enkel een weg die een combinatie van voldoening en gemak biedt. Seksisme is en blijft een nodeloos obstakel dat niemand zou moeten trotseren. Mijn bloed kookte in dezelfde mate als wanneer ik lees dat de CD&V denkt dat de Belgische veroordeling van de domme pauselijke uitspraken een aanval op henzelf is. Miljoenen AIDS doden in Afrika en de CD&V denkt dat het om hen draait. Dat is even dom als vrouwelijke chirurgen die niet worden aangenomen omdat ze vrouwen zijn.
Tsjeven en seksisten; god frakked up but good...
dinsdag, maart 10, 2009
Introspectie (vervolg)
Iets sneller dan verwacht, het vervolg op dit.
“Kas?”
Ik trek mijn ogen moeizaam open en kijk naar de stem die me gewekt heeft.
“Sorry, mama.”
Normaal noem ik haar Sam, maar vanavond moet ik doen wat iedereen doet. De reden is de man die tegenover me aan tafel zit. Hij kijkt me met een lichte frons aan.
“Noem je dat respect voor je ouderen, meisje?”
De andere vrouw werpt hem een minachtende blik toe, maar zegt “Heb je nog honger, liefje?”
Ik schud mijn hoofd.
“Drink je water op”, zegt ze vriendelijk. Haar noem ik normaal Leta.
“Ja, mama.” Nu niet.
Sam richt zich tot de man.
“We zouden toch tot een vergelijk moeten kunnen komen.” Ze aarzelt, heel even, en voegt er “Vader” aan toe.
Hij neemt een slok van zijn glas wijn voor hij antwoordt.
“Professor, u schendt de natuurwetten zelf met uw onderzoek. Hoe verwacht u dat de Kerk dit kan steunen?”
“Ik verwacht dat geleerde mensen zich geleerd gedragen. Ons onderzoek zou de meest voorkomende erfelijke aandoeningen kunnen genezen.”
“Maar tegen welke prijs?”
Ik slik het laatste van mijn water door.
“Mama, mag ik gaan slapen?”
Beide vrouwen kijken me glimlachend aan, waardoor ze de hand van de man niet omhoog zien gaan. Ze schrikken harder dan ik bij de klap op tafel.
“Kun je niet tellen, kind?” Als hij niet zo bleek zou zijn, was hij waarschijnlijk rood aangelopen. “Wil je ons hier met drie aan tafel laten zitten? Wens je ons zo'n ongeluk toe?”
Mijn ouders reageren op hetzelfde moment. “Vader!”
Sam legt een hand op mijn knie; Leta wendt zich tot de geestelijke.
“Dit is nog steeds ons huis. Wij hebben u alle respect bewezen en al uw rituelen gevolgd. Maar u moet niet denken dat u tegen mijn dochter kan roepen...” De andere hand van Sam verdwijnt onder de tafel. Ik weet wat ze wil doen, wat ze wil tegenhouden. Het is te laat. “... om uw kinderlijke bijgeloof te verzadigen.”
In de geschokte stilte schuift Leta haar stoel achteruit. “Kom, Kassandra.”
Ik ga naar Sam. Ze drukt een kus op mijn lippen gaat met haar vingers door mijn haar. “Slaap zacht, meisje.”
Zonder aarzelen stap ik naar de bleke man en steek mijn hand uit. Hij kijkt me aan, ernstig, maar niet vijandig. Toch doen zijn rode ogen een rilling langs mijn ruggengraat lopen.
“Goede nacht, Vader Tiron.”
“Goede nacht, Kassandra.”
“Kas?”
Ik trek mijn ogen moeizaam open en kijk naar de stem die me gewekt heeft.
“Sorry, mama.”
Normaal noem ik haar Sam, maar vanavond moet ik doen wat iedereen doet. De reden is de man die tegenover me aan tafel zit. Hij kijkt me met een lichte frons aan.
“Noem je dat respect voor je ouderen, meisje?”
De andere vrouw werpt hem een minachtende blik toe, maar zegt “Heb je nog honger, liefje?”
Ik schud mijn hoofd.
“Drink je water op”, zegt ze vriendelijk. Haar noem ik normaal Leta.
“Ja, mama.” Nu niet.
Sam richt zich tot de man.
“We zouden toch tot een vergelijk moeten kunnen komen.” Ze aarzelt, heel even, en voegt er “Vader” aan toe.
Hij neemt een slok van zijn glas wijn voor hij antwoordt.
“Professor, u schendt de natuurwetten zelf met uw onderzoek. Hoe verwacht u dat de Kerk dit kan steunen?”
“Ik verwacht dat geleerde mensen zich geleerd gedragen. Ons onderzoek zou de meest voorkomende erfelijke aandoeningen kunnen genezen.”
“Maar tegen welke prijs?”
Ik slik het laatste van mijn water door.
“Mama, mag ik gaan slapen?”
Beide vrouwen kijken me glimlachend aan, waardoor ze de hand van de man niet omhoog zien gaan. Ze schrikken harder dan ik bij de klap op tafel.
“Kun je niet tellen, kind?” Als hij niet zo bleek zou zijn, was hij waarschijnlijk rood aangelopen. “Wil je ons hier met drie aan tafel laten zitten? Wens je ons zo'n ongeluk toe?”
Mijn ouders reageren op hetzelfde moment. “Vader!”
Sam legt een hand op mijn knie; Leta wendt zich tot de geestelijke.
“Dit is nog steeds ons huis. Wij hebben u alle respect bewezen en al uw rituelen gevolgd. Maar u moet niet denken dat u tegen mijn dochter kan roepen...” De andere hand van Sam verdwijnt onder de tafel. Ik weet wat ze wil doen, wat ze wil tegenhouden. Het is te laat. “... om uw kinderlijke bijgeloof te verzadigen.”
In de geschokte stilte schuift Leta haar stoel achteruit. “Kom, Kassandra.”
Ik ga naar Sam. Ze drukt een kus op mijn lippen gaat met haar vingers door mijn haar. “Slaap zacht, meisje.”
Zonder aarzelen stap ik naar de bleke man en steek mijn hand uit. Hij kijkt me aan, ernstig, maar niet vijandig. Toch doen zijn rode ogen een rilling langs mijn ruggengraat lopen.
“Goede nacht, Vader Tiron.”
“Goede nacht, Kassandra.”
dinsdag, maart 03, 2009
Te paard en in de lucht
Het voelt vreemd bekend aan, een weerspiegeling van vergeten herinneringen, die samen een beeld vormen dat mij geen enkele houvast biedt. Wat gaat komen kan ik er wel door vermoeden. Hoe de toekomst, in mijn geest gebeiteld, te veranderen leert het me nooit.
Zo rijd ik weer ten aanval tegen onverzettelijke gebouwen; de man op zijn ezel houdt me niet meer tegen, hij kijkt, vermaakt, vermoeid, klaar om me op te rapen nadat ik ineen ben gezegen tegen de buitenmuren.
Verder geraak ik niet. Gezette zinnen en alle liefde ten spijt.
De zekerheid van de onzekerheid is mijn steun, de standvastigheid van de eenzaamheid mijn deken.
En zo wentel ik, omgeven door helpende handen en sussende stemmen, zo wentel ik verder, verstoken van een toekomst die niet op het verleden lijkt.
Maar daar kan ik mee leven, zolang het verleden niet op de toekomst zal lijken.
Zo rijd ik weer ten aanval tegen onverzettelijke gebouwen; de man op zijn ezel houdt me niet meer tegen, hij kijkt, vermaakt, vermoeid, klaar om me op te rapen nadat ik ineen ben gezegen tegen de buitenmuren.
Verder geraak ik niet. Gezette zinnen en alle liefde ten spijt.
De zekerheid van de onzekerheid is mijn steun, de standvastigheid van de eenzaamheid mijn deken.
En zo wentel ik, omgeven door helpende handen en sussende stemmen, zo wentel ik verder, verstoken van een toekomst die niet op het verleden lijkt.
Maar daar kan ik mee leven, zolang het verleden niet op de toekomst zal lijken.
donderdag, februari 26, 2009
Introspectie
Het laatste stukje voor een tijd, waarschijnlijk, maar dit wordt weldegelijk vervolgd.
Terwijl Leta de ladder opklimt, hou ik me zo stil mogelijk. De lussen van de rugzak snijden in mijn dijen en in mijn schouder klopt mijn hart. Maar mijn ouders zijn dood en de enige persoon die ik kan vertrouwen heeft hen vermoord. Tranen wellen op in mijn ogen en in de waas zie ik hun gezichten. Ze hebben iedereen verraden. Ik snik. Ze hebben iedereen verraden voor mij.
“Gaat het nog, Kas?” We staan op het dak.
“Ja.” De tranen klinken door in mijn stem en Leta blijft staan.
De woede vlamt in me op. “Ga door!” Ik kan niet zwak zijn. Drie doden door mij. Ik moet het waard zijn.
Leta rent over het dak langs de steeg, de roofing stil onder haar voeten. In het oosten, recht voor ons, wordt de hemel lichter. Aan het einde van de steeg stoppen we. Ik plaats mijn handen op haar schouders en kijk het lege, platte dak rond.
“Zijn we te laat?”
Ze draait haar hoofd naar me toe en legt een hand op de mijne. “Nee.”
Ik speur het dak drie keer af voor ik iets vreemds zie, nog een keer voor ik besef dat het veel te koud is om de lucht te zien trillen van de hitte.
“Daar”, wijs ik.
Leta wandelt naar de trilling en zegt “Donder.”
“Flits.” Plots leunt een man tegen de cockpit van een microhelikopter vlak voor ons, zijn rechterhand op het instrumentenpaneel. Leta knielt om me uit de rugzakriemen te laten stappen en ik herinner me de simpele camouflagetechnieken – hologrammen en temperatuurbatterijen – die zelfs op een tuig zo klein als de helikopter zitten Er is plaats voor maar drie passagiers, naast elkaar achter de piloot. Eén enkele driehoekige vleugel omvat de zitplaatsen. Op de hoeken zitten rotoren, elk blad amper langer dan mijn arm.
“Tiron, dit is Kassandra, mijn nicht.”
Ik scheur mijn blik weg van de microhelikopter en kijk in de rode ogen van de bleke man. Ze stralen geen vijandigheid uit, enkel ernst, maar terwijl die ogen in de mijne boren, kruipt er een rilling langs mijn ruggengraat.
“Kas, dit is Tiron, technicus en piloot.”
Hij draait zich om en begint in te stappen. “Jullie zijn laat. We vertrekken onmiddellijk. Hoe hoger de zon, hoe lager onze kansen.”
We vertrekken, onder de radar, boven de daken. Ik val in slaap voor de zon boven de daken uit komt.
Terwijl Leta de ladder opklimt, hou ik me zo stil mogelijk. De lussen van de rugzak snijden in mijn dijen en in mijn schouder klopt mijn hart. Maar mijn ouders zijn dood en de enige persoon die ik kan vertrouwen heeft hen vermoord. Tranen wellen op in mijn ogen en in de waas zie ik hun gezichten. Ze hebben iedereen verraden. Ik snik. Ze hebben iedereen verraden voor mij.
“Gaat het nog, Kas?” We staan op het dak.
“Ja.” De tranen klinken door in mijn stem en Leta blijft staan.
De woede vlamt in me op. “Ga door!” Ik kan niet zwak zijn. Drie doden door mij. Ik moet het waard zijn.
Leta rent over het dak langs de steeg, de roofing stil onder haar voeten. In het oosten, recht voor ons, wordt de hemel lichter. Aan het einde van de steeg stoppen we. Ik plaats mijn handen op haar schouders en kijk het lege, platte dak rond.
“Zijn we te laat?”
Ze draait haar hoofd naar me toe en legt een hand op de mijne. “Nee.”
Ik speur het dak drie keer af voor ik iets vreemds zie, nog een keer voor ik besef dat het veel te koud is om de lucht te zien trillen van de hitte.
“Daar”, wijs ik.
Leta wandelt naar de trilling en zegt “Donder.”
“Flits.” Plots leunt een man tegen de cockpit van een microhelikopter vlak voor ons, zijn rechterhand op het instrumentenpaneel. Leta knielt om me uit de rugzakriemen te laten stappen en ik herinner me de simpele camouflagetechnieken – hologrammen en temperatuurbatterijen – die zelfs op een tuig zo klein als de helikopter zitten Er is plaats voor maar drie passagiers, naast elkaar achter de piloot. Eén enkele driehoekige vleugel omvat de zitplaatsen. Op de hoeken zitten rotoren, elk blad amper langer dan mijn arm.
“Tiron, dit is Kassandra, mijn nicht.”
Ik scheur mijn blik weg van de microhelikopter en kijk in de rode ogen van de bleke man. Ze stralen geen vijandigheid uit, enkel ernst, maar terwijl die ogen in de mijne boren, kruipt er een rilling langs mijn ruggengraat.
“Kas, dit is Tiron, technicus en piloot.”
Hij draait zich om en begint in te stappen. “Jullie zijn laat. We vertrekken onmiddellijk. Hoe hoger de zon, hoe lager onze kansen.”
We vertrekken, onder de radar, boven de daken. Ik val in slaap voor de zon boven de daken uit komt.
vrijdag, februari 20, 2009
Gelijk (vervolg)
Het vervolg van dit, uiteraard.
De ladder is te ver. Ik kijk achterover en zie het licht van drie zaklampen. Drie schoten weerkaatsen tussen de muren. Ik kijk opnieuw achterover en zie de zaklampen op de grond liggen. Zes nieuwe nemen hun plaats in. Kint vuurt zijn laatste twee kogels af, voor hij een oerkreet uitstoot die abrupt wordt afgebroken door het elektrisch geknetter van vier tasers.
Kasper, Sam en nu Kint. We kunnen het ons niet veroorloven. Ik druk mijn nagels diep in mijn handpalmen. Boven mij is er een brandtrap.
“Hou je stevig vast.”
Ik ren anderhalve meter omhoog tegen de muur onder de brandtrap en zet mij af. Ik draai me in de vlucht om en zo dicht mogelijk bij de andere muur, palmen en zolen er plat tegen, spring ik terug. Dan weer op de andere muur. Onze hoofden scheren rakelings langs de onderkant van het metalen platform van de brandtrap. Ik spring en grijp naar de reling. Mijn hand komt te hard neer en wordt teruggeslagen. Ik grijp met rechts en pak tussen twee spijlen door. Mijn maag trekt samen en mijn hart mist een slag. We vallen. De kasseien zijn vier meter lager. Kassandra slaakt een gesmoorde kreet en we hangen stil in de lucht. Ik grijp de spijlen vast, net boven haar wegglijdende vingers, en klim op het platform. De zaklampen lijken tevreden met het offer en blijven aan het begin van de steeg.
“Je bent een moedig meisje, weet je dat?”
Ze ademt gejaagd, haar lichaam volledig gespannen. Ik draai mijn hoofd zo ver ik kan en zie een lijkbleek gezicht en een betraand oog. Snel ga ik door mijn knieën en laat haar uit de schouderriemen stappen. Dan pas zie ik de onnatuurlijke hoek van haar arm. Ontwricht. Ik maak mijn leren riem los en vouw het dubbel.
“Ga zitten en bijt hierop.”
“Ik zal niet roepen.”
Ik glimlach en leg een hand tegen haar wang. “Dat weet ik, Kas. Het is zodat je je tanden niet kapot bijt.”
Ze kijkt me een beetje angstig aan, maar neemt de riem en zet haar tanden in het leer.
“Dit gaat even pijn doen, maar het is zo voorbij.” Ik plaats één knie tegen haar sleutelbeen en zet mijn handen rond haar schouder, vingers op haar bovenarm. Zonder veel kracht uit te oefenen plopt haar arm terug in de kom. Kassandra gilt, heel hoog, maar zeer kort. Ik zet een stap naar achter. Ze staat op en gaat met een mouw over haar ogen. Een druppel bloed, van haar of van Kint, laat een donkere streep achter onder haar linkeroog.
Ze kijkt me dankbaar aan. Ik zeg niets, kijk naar de tandafdrukken op mijn riem en het bloed op haar gezicht. Gisteren een vrolijk meisje van acht jaar, vandaag een wees en een vechter, morgen een soldaat. Een misselijk schuldgevoel stijgt op vanuit mijn maag. Moeizaam slik ik het weg. Ze klimt terug in mijn schouderriemen en terwijl het lichaam van Kint ruw in een koffer wordt gegooid, klim ik naar het dak.
De ladder is te ver. Ik kijk achterover en zie het licht van drie zaklampen. Drie schoten weerkaatsen tussen de muren. Ik kijk opnieuw achterover en zie de zaklampen op de grond liggen. Zes nieuwe nemen hun plaats in. Kint vuurt zijn laatste twee kogels af, voor hij een oerkreet uitstoot die abrupt wordt afgebroken door het elektrisch geknetter van vier tasers.
Kasper, Sam en nu Kint. We kunnen het ons niet veroorloven. Ik druk mijn nagels diep in mijn handpalmen. Boven mij is er een brandtrap.
“Hou je stevig vast.”
Ik ren anderhalve meter omhoog tegen de muur onder de brandtrap en zet mij af. Ik draai me in de vlucht om en zo dicht mogelijk bij de andere muur, palmen en zolen er plat tegen, spring ik terug. Dan weer op de andere muur. Onze hoofden scheren rakelings langs de onderkant van het metalen platform van de brandtrap. Ik spring en grijp naar de reling. Mijn hand komt te hard neer en wordt teruggeslagen. Ik grijp met rechts en pak tussen twee spijlen door. Mijn maag trekt samen en mijn hart mist een slag. We vallen. De kasseien zijn vier meter lager. Kassandra slaakt een gesmoorde kreet en we hangen stil in de lucht. Ik grijp de spijlen vast, net boven haar wegglijdende vingers, en klim op het platform. De zaklampen lijken tevreden met het offer en blijven aan het begin van de steeg.
“Je bent een moedig meisje, weet je dat?”
Ze ademt gejaagd, haar lichaam volledig gespannen. Ik draai mijn hoofd zo ver ik kan en zie een lijkbleek gezicht en een betraand oog. Snel ga ik door mijn knieën en laat haar uit de schouderriemen stappen. Dan pas zie ik de onnatuurlijke hoek van haar arm. Ontwricht. Ik maak mijn leren riem los en vouw het dubbel.
“Ga zitten en bijt hierop.”
“Ik zal niet roepen.”
Ik glimlach en leg een hand tegen haar wang. “Dat weet ik, Kas. Het is zodat je je tanden niet kapot bijt.”
Ze kijkt me een beetje angstig aan, maar neemt de riem en zet haar tanden in het leer.
“Dit gaat even pijn doen, maar het is zo voorbij.” Ik plaats één knie tegen haar sleutelbeen en zet mijn handen rond haar schouder, vingers op haar bovenarm. Zonder veel kracht uit te oefenen plopt haar arm terug in de kom. Kassandra gilt, heel hoog, maar zeer kort. Ik zet een stap naar achter. Ze staat op en gaat met een mouw over haar ogen. Een druppel bloed, van haar of van Kint, laat een donkere streep achter onder haar linkeroog.
Ze kijkt me dankbaar aan. Ik zeg niets, kijk naar de tandafdrukken op mijn riem en het bloed op haar gezicht. Gisteren een vrolijk meisje van acht jaar, vandaag een wees en een vechter, morgen een soldaat. Een misselijk schuldgevoel stijgt op vanuit mijn maag. Moeizaam slik ik het weg. Ze klimt terug in mijn schouderriemen en terwijl het lichaam van Kint ruw in een koffer wordt gegooid, klim ik naar het dak.
donderdag, januari 08, 2009
Ook in de bladspiegel zie ik mezelf
Vergeef me
Vergeef me mijn zin
Vergeef me mijn zonden
Vergeef me wat je nooit kan
Vergeven of vergeten
Of verlaten
Verlaat mijn zonden
Verlaat mijn zin
Verlaat mij
Steun mij
Vergeef me mijn zin
Steun mijn idee
Vergeef me mijn zonden
Steun mijn idealen
Vergeef me wat je nooit kan
Steun mij in al wat je ooit kan
Vergeven of vergeten
Steunen of stutten
Of verlaten
Of stoppen
Verlaat mijn zonden
Stop mijn idealen
Verlaat mijn zin
Stop mijn idee
Verlaat mij
Stop mij
zaterdag, januari 03, 2009
Gelijk
Een vervolg op dit stukje; wordt mogelijk nog sterk aangepast onder druk van mijn redacteur...
[edit 20090105: Nu met nieuwe aanpassingen!]
Met een lichte klik trek ik de zware, betraliede voordeur in het slot. Kassandra zit op mijn rug, haar benen door de lussen van de rugzak. Ze zegt niets en past haar ademhaling aan de mijne aan. Acht jaar oud, tien minuten wees – door mijn hand – ik voel me niet op mijn gemak. Vijftig meter verder is een steegje. Mijn adem wolkt wit in de kilte van de ochtendschemering. We slaan de hoek om. De steeg is amper twee meter breed, meer dan honderd keer zo lang. Op het einde van die duisternis is er een ladder.
Een haan wordt gespannen. “Geef me het meisje.”
We steken onze handen in de lucht. Ik fluister “Vraag hoe laat het is zodra ik stilsta” en draai me om. Kassandra rilt op mijn rug.
Ik zet vier stappen terug naar de straat en stop tegenover de man die met één hand, haast nonchalant, een revolver op ons richt. Zijn gezicht is verborgen in de schaduwen van de steeg, maar ik zie zijn ogen, donker en hard, behoedzaam op mij gericht.
“Heeft u het uur, toevallig?” vraagt Kas in een zoetgevooisde stem. Ik voel haar benen bengelen op het ritme van haar stem.
De fractie van een seconde dat zijn blik naar het meisje gaat, grijp ik zijn pols vast en dwing zijn wapen naar boven. Een enkel schot doet baksteenschilfers op ons neerregenen. Het volgende moment liggen we op de kasseien. De lucht wordt met een hoorbare zucht uit de longen van Kassandra geperst. Zijn handen en mijn handen zijn rond de revolver geklemd. Onze gezichten zijn millimeters van elkaar en ik herken de hoekige jukbeenderen en het zware voorhoofd.
“Ze is niet jullie probleem, Kint.”
“Ze is een risico, en je broertje heeft wel laten zien dat jullie niet zo betrouwbaar zijn.” Ik beuk met mijn voorhoofd op zijn neus, hard en kwaad. Hij deinst heel even terug en ik krijg mijn knie in zijn buik, mijn scheenbeen tegen zijn kruis, en gooi hem van ons af. Mijn benen blokkeren zijn dijen, zijn rug drukt tegen de stenen. We worstelen om de revolver boven onze hoofden.
“Idioot! Enkel zij worden hier beter van!”
Hij gromt. “En wat als er nog als Kasper zijn? Wat als zij haar vast krijgen?”
Het meisje op mijn rug verplaatst haar gewicht. Als ze spreekt hoor ik staal in haar stem.
“Zwijg over mijn vader.” Voor ik besef wat ze wil doen, zie ik een half gekartelde dolk – mijn dolk – net onder zijn ribben verdwijnen. Hij schreeuwt. Kas draait de dolk een kwartslag en trekt het eruit. Ik ril. Hij schreeuwt. Pas als ik opsta, zijn revolver in mijn hand, zwijgt hij.
Sirenes komen dichter.
“Ren”, zegt hij.
Ik geef hem zijn wapen en steek mijn dolk terug in de schede aan mijn enkel. “Sorry, Kint.”
“Ren!”
De sirenes zijn gestopt, dichtbij. Ik ren.
[edit 20090105: Nu met nieuwe aanpassingen!]
Met een lichte klik trek ik de zware, betraliede voordeur in het slot. Kassandra zit op mijn rug, haar benen door de lussen van de rugzak. Ze zegt niets en past haar ademhaling aan de mijne aan. Acht jaar oud, tien minuten wees – door mijn hand – ik voel me niet op mijn gemak. Vijftig meter verder is een steegje. Mijn adem wolkt wit in de kilte van de ochtendschemering. We slaan de hoek om. De steeg is amper twee meter breed, meer dan honderd keer zo lang. Op het einde van die duisternis is er een ladder.
Een haan wordt gespannen. “Geef me het meisje.”
We steken onze handen in de lucht. Ik fluister “Vraag hoe laat het is zodra ik stilsta” en draai me om. Kassandra rilt op mijn rug.
Ik zet vier stappen terug naar de straat en stop tegenover de man die met één hand, haast nonchalant, een revolver op ons richt. Zijn gezicht is verborgen in de schaduwen van de steeg, maar ik zie zijn ogen, donker en hard, behoedzaam op mij gericht.
“Heeft u het uur, toevallig?” vraagt Kas in een zoetgevooisde stem. Ik voel haar benen bengelen op het ritme van haar stem.
De fractie van een seconde dat zijn blik naar het meisje gaat, grijp ik zijn pols vast en dwing zijn wapen naar boven. Een enkel schot doet baksteenschilfers op ons neerregenen. Het volgende moment liggen we op de kasseien. De lucht wordt met een hoorbare zucht uit de longen van Kassandra geperst. Zijn handen en mijn handen zijn rond de revolver geklemd. Onze gezichten zijn millimeters van elkaar en ik herken de hoekige jukbeenderen en het zware voorhoofd.
“Ze is niet jullie probleem, Kint.”
“Ze is een risico, en je broertje heeft wel laten zien dat jullie niet zo betrouwbaar zijn.” Ik beuk met mijn voorhoofd op zijn neus, hard en kwaad. Hij deinst heel even terug en ik krijg mijn knie in zijn buik, mijn scheenbeen tegen zijn kruis, en gooi hem van ons af. Mijn benen blokkeren zijn dijen, zijn rug drukt tegen de stenen. We worstelen om de revolver boven onze hoofden.
“Idioot! Enkel zij worden hier beter van!”
Hij gromt. “En wat als er nog als Kasper zijn? Wat als zij haar vast krijgen?”
Het meisje op mijn rug verplaatst haar gewicht. Als ze spreekt hoor ik staal in haar stem.
“Zwijg over mijn vader.” Voor ik besef wat ze wil doen, zie ik een half gekartelde dolk – mijn dolk – net onder zijn ribben verdwijnen. Hij schreeuwt. Kas draait de dolk een kwartslag en trekt het eruit. Ik ril. Hij schreeuwt. Pas als ik opsta, zijn revolver in mijn hand, zwijgt hij.
Sirenes komen dichter.
“Ren”, zegt hij.
Ik geef hem zijn wapen en steek mijn dolk terug in de schede aan mijn enkel. “Sorry, Kint.”
“Ren!”
De sirenes zijn gestopt, dichtbij. Ik ren.
woensdag, december 31, 2008
Nieuwjaarsspeech
Vrienden, vriendinnen, Noorderburen,
We zijn weer op dezelfde plaats als vorig jaar. Niet wij individuen, uiteraard. Ik ben eerlijk gezegd niet meer zo zeker waar ik was, een jaar geleden, maar wij aarde, wij bevinden ons op dezelfde plaats als vorig jaar, min of meer. Ik snap nog altijd niet goed waarom we dit nù doen, op 31 december. De zon stond nog maar net in het zenit op de steenbokskeerkring, en ongetwijfeld denkt er nu iemand aan het argument met angst voor het donker en het zoeken naar hoop, troost en vergetelheid bij elkaar, maar niet alleen hebben mensen als wij geen nood aan excuses om elkaar om welke reden dan ook op te zoeken, de enige duisternis die we nog hebben is de duisternis die we zelf expliciet creëren.
Persoonlijk pleit ik er dan ook voor om dit feestje van nu af eind maart of eind september te vieren, als de zon loodrecht op de evenaar staat en dag en nacht even lang zijn. Maar gelukkig ligt het zwaartepunt van een dag als deze, althans voor mij, op de viering, eerder dan op het gevierde. Een metaviering, als het ware, die in feite veel breder gaat dan deze avond of de volgende dag, veel breder zelfs dan het afgelopen jaar, of de komende omwenteling.
De weg die we hebben afgelegd om hier te raken is betrekkelijk lang. Onbevattelijk lang, als we het met onze eigen levens vergelijken. En het voorbije jaar is die afgelegde weg weer een stukje langer geworden. Maar hoe willekeurig deze dag ook gekozen is als jaareinde, het is een even goed moment tot retrospectie als elke andere.
Jammer dan dat 2008 een tamelijk mak jaar was. Ik kan eigenlijk maar een paar noemenswaardige dingen bedenken. Ten eerste, uiteraard, dat waar iedereen aan denkt: Sarah Schrauwen is niet langer een tiener. Proficiat, dat is al bijna één derde van de gemiddelde levensverwachting vandaag de dag. Gebruik je tijd goed, zou ik zo zeggen.
Daarnaast is er, eveneens uiterààrd, mijn overstap naar de communicatiewetenschappen. Best wel een avontuur, hoewel ik misschien iets meer naar de les moet gaan, als ik ooit zo'n naïef, amper post-puberaal meisje wil strikken, maar dat hoort u volgend jaar dan wel.
En voor de rest... Oh, ja, de Verenigde Staten hebben een nieuwe president. Ik heb vaag iets opgevangen rond de hoeveelheid pigment in zijn huid. Hij heeft er iets meer dan sommigen, maar nu ook weer niet enorm veel. Ik vond dat een beetje vreemd, eerlijk gezegd, zo'n esthetisch beoordelingsaspect, al was het maar omdat er al veel lelijkere mannen dat ambt hebben bekleed.
Anyway, we zullen wel zien wat Barack er van bakt. Dat is alleszins wat ik me herinner van het voorbije jaar. Betrekkelijk mak, dus, maar dat was natuurlijk de kindvriendelijke versie. In feite is de wereld een behoorlijk klote plaats die er in het laatste jaar alleen maar op achteruit gegaan is. Ik neem aan dat als we teruggaan tot het sedentair worden van de mensheid er wel degelijk vooruitgang heeft plaatsgevonden.
Maar het blijft een vechten tegen de bierkaai. Een vechten tegen onze feilbaarheid, die zich jammer genoeg vaker en veel explicieter uit dan ons vrijwel onuitputtelijk potentieel. Wat we zouden kunnen waarmaken, als we niet continu al onze energie moesten steken in het bedwingen van onze angsten en het ongedaan maken van de slechte oplossingen die we hiervoor bedenken. Of misschien eerder: wat wij zouden kunnen waarmaken, als we niet continu moesten vechten tegen de slechte oplossingen die door anderen worden bedacht om hun al dan niet vermeende angsten in te tomen.
Mensen als wij, wij zijn geen meerderheid, integendeel.
We herkennen onze vooroordelen als vooroordelen (of proberen dit toch); we passen ons wereldbeeld aan onze kennis aan, eerder dan omgekeerd; we beseffen dat geweld een conflict vaker doet escaleren dan dat het iets oplost en we weten dat kinderen nood hebben aan een goeie omgeving om goed op te groeien. En uiteraard zijn we mooi, empathisch en intelligent.
Het zal ongetwijfeld nog een stuk slechter gaan met de wereld voor het beter wordt, misschien, of zelfs waarschijnlijk in die mate dat we hier in Europa ook gevolgen voelen die dramatischer zijn dan een prijsstijging. Maar als u denkt dat dit mij angstig, triest of zelfs maar licht ongerust maakt, onderschatten jullie het vertrouwen dat ik in jullie heb, de hoop die jullie me geven en de trots die ik voor jullie voel.
Alleszins: gelukkig nieuwjaar!
We zijn weer op dezelfde plaats als vorig jaar. Niet wij individuen, uiteraard. Ik ben eerlijk gezegd niet meer zo zeker waar ik was, een jaar geleden, maar wij aarde, wij bevinden ons op dezelfde plaats als vorig jaar, min of meer. Ik snap nog altijd niet goed waarom we dit nù doen, op 31 december. De zon stond nog maar net in het zenit op de steenbokskeerkring, en ongetwijfeld denkt er nu iemand aan het argument met angst voor het donker en het zoeken naar hoop, troost en vergetelheid bij elkaar, maar niet alleen hebben mensen als wij geen nood aan excuses om elkaar om welke reden dan ook op te zoeken, de enige duisternis die we nog hebben is de duisternis die we zelf expliciet creëren.
Persoonlijk pleit ik er dan ook voor om dit feestje van nu af eind maart of eind september te vieren, als de zon loodrecht op de evenaar staat en dag en nacht even lang zijn. Maar gelukkig ligt het zwaartepunt van een dag als deze, althans voor mij, op de viering, eerder dan op het gevierde. Een metaviering, als het ware, die in feite veel breder gaat dan deze avond of de volgende dag, veel breder zelfs dan het afgelopen jaar, of de komende omwenteling.
De weg die we hebben afgelegd om hier te raken is betrekkelijk lang. Onbevattelijk lang, als we het met onze eigen levens vergelijken. En het voorbije jaar is die afgelegde weg weer een stukje langer geworden. Maar hoe willekeurig deze dag ook gekozen is als jaareinde, het is een even goed moment tot retrospectie als elke andere.
Jammer dan dat 2008 een tamelijk mak jaar was. Ik kan eigenlijk maar een paar noemenswaardige dingen bedenken. Ten eerste, uiteraard, dat waar iedereen aan denkt: Sarah Schrauwen is niet langer een tiener. Proficiat, dat is al bijna één derde van de gemiddelde levensverwachting vandaag de dag. Gebruik je tijd goed, zou ik zo zeggen.
Daarnaast is er, eveneens uiterààrd, mijn overstap naar de communicatiewetenschappen. Best wel een avontuur, hoewel ik misschien iets meer naar de les moet gaan, als ik ooit zo'n naïef, amper post-puberaal meisje wil strikken, maar dat hoort u volgend jaar dan wel.
En voor de rest... Oh, ja, de Verenigde Staten hebben een nieuwe president. Ik heb vaag iets opgevangen rond de hoeveelheid pigment in zijn huid. Hij heeft er iets meer dan sommigen, maar nu ook weer niet enorm veel. Ik vond dat een beetje vreemd, eerlijk gezegd, zo'n esthetisch beoordelingsaspect, al was het maar omdat er al veel lelijkere mannen dat ambt hebben bekleed.
Anyway, we zullen wel zien wat Barack er van bakt. Dat is alleszins wat ik me herinner van het voorbije jaar. Betrekkelijk mak, dus, maar dat was natuurlijk de kindvriendelijke versie. In feite is de wereld een behoorlijk klote plaats die er in het laatste jaar alleen maar op achteruit gegaan is. Ik neem aan dat als we teruggaan tot het sedentair worden van de mensheid er wel degelijk vooruitgang heeft plaatsgevonden.
Maar het blijft een vechten tegen de bierkaai. Een vechten tegen onze feilbaarheid, die zich jammer genoeg vaker en veel explicieter uit dan ons vrijwel onuitputtelijk potentieel. Wat we zouden kunnen waarmaken, als we niet continu al onze energie moesten steken in het bedwingen van onze angsten en het ongedaan maken van de slechte oplossingen die we hiervoor bedenken. Of misschien eerder: wat wij zouden kunnen waarmaken, als we niet continu moesten vechten tegen de slechte oplossingen die door anderen worden bedacht om hun al dan niet vermeende angsten in te tomen.
Mensen als wij, wij zijn geen meerderheid, integendeel.
We herkennen onze vooroordelen als vooroordelen (of proberen dit toch); we passen ons wereldbeeld aan onze kennis aan, eerder dan omgekeerd; we beseffen dat geweld een conflict vaker doet escaleren dan dat het iets oplost en we weten dat kinderen nood hebben aan een goeie omgeving om goed op te groeien. En uiteraard zijn we mooi, empathisch en intelligent.
Het zal ongetwijfeld nog een stuk slechter gaan met de wereld voor het beter wordt, misschien, of zelfs waarschijnlijk in die mate dat we hier in Europa ook gevolgen voelen die dramatischer zijn dan een prijsstijging. Maar als u denkt dat dit mij angstig, triest of zelfs maar licht ongerust maakt, onderschatten jullie het vertrouwen dat ik in jullie heb, de hoop die jullie me geven en de trots die ik voor jullie voel.
Alleszins: gelukkig nieuwjaar!
vrijdag, december 26, 2008
Elke keer als ik vergeet waarom ik de Kerk hartsgrondig haat...
Dat de paus trans- en homoseksualiteit een probleem voor de mensheid vindt, daar word ik kwaad van. De paus die trans- en homoseksualiteit een even groot probleem noemt als onze ecologische problemen, tja, mijn maag trekt samen, mijn hartslag verhoogt en er wordt adrenaline in mijn bloed vrijgelaten. Als u een gelijkaardige ervaring wil (ik geef het toe, af en toe geniet ik wel een beetje van wat razernij) kan u het hier wat uitgebreider lezen.
Zou het mogelijk zijn om de Kerk failliet te doen gaan?
Nog wat aanraders om deze periode van ongebreideld katholicisme door te komen:
- Verlaten Plastic (deel 1 en deel 2), een verhaal doorspekt met duisternis, eenzaamheid en hoop, geschreven door (although I don't want to presume) een vriend. Sfeer scheppen, ik ben er nooit goed in geweest, waardoor ik het nog meer bewonder. Of benijd...
- Burn Notice, ik heb het nu pas ontdekt, maar een zeer leuke serie over een spion die midden in een opdracht ontslagen wordt zonder een duidelijke reden. De eerste twee invloeden die voor de geest komen zijn The A-team en Macguyver (iets waar ik blijkbaar niet alleen in ben, zie ik als ik de reviews lees), maar een stuk minder, wel, jaren '80. Met een spaarzaam gebruikte voice-over van het hoofdpersonage dat allerei nuttige tips geeft voor de huis-tuin-en-keuken geheim agent. Niet dat dit iets met de eerste paragraaf van deze post te maken heeft, zo ver is het nog lang niet gekomen, maar onze 21ste eeuw, ach, laten we het houden op één of andere uitdrukking die tot voorzichtigheid en voorbereidheid aanmaant.
- Doctor Who Christmas Special, ja, het is weer kerst geweest en eerder dan de geboorte van Jezus te vieren, heb ik de uitzending van de nieuwe Doctor Who gevierd. Een uur van vermaak om duimen en vingers bij af te likken. In een 19e eeuws Londen, van een vrolijke eerste twintig minuten met leuke zelfreferenties en -spot, naar een duisterder midden - een beetje dood en trauma - tot een over-the-top finale die steampunk, een luchtballon en de volgende gevleugelde woorden bevat:
This is nonsense. [...] Complete and utter and wonderful nonsense. Oh. Very, very silly.
En dat, mijn vrienden, is Doctor Who ten voeten uit.
Alvast een gelukkig nieuwjaar.
Zou het mogelijk zijn om de Kerk failliet te doen gaan?
Nog wat aanraders om deze periode van ongebreideld katholicisme door te komen:
- Verlaten Plastic (deel 1 en deel 2), een verhaal doorspekt met duisternis, eenzaamheid en hoop, geschreven door (although I don't want to presume) een vriend. Sfeer scheppen, ik ben er nooit goed in geweest, waardoor ik het nog meer bewonder. Of benijd...
- Burn Notice, ik heb het nu pas ontdekt, maar een zeer leuke serie over een spion die midden in een opdracht ontslagen wordt zonder een duidelijke reden. De eerste twee invloeden die voor de geest komen zijn The A-team en Macguyver (iets waar ik blijkbaar niet alleen in ben, zie ik als ik de reviews lees), maar een stuk minder, wel, jaren '80. Met een spaarzaam gebruikte voice-over van het hoofdpersonage dat allerei nuttige tips geeft voor de huis-tuin-en-keuken geheim agent. Niet dat dit iets met de eerste paragraaf van deze post te maken heeft, zo ver is het nog lang niet gekomen, maar onze 21ste eeuw, ach, laten we het houden op één of andere uitdrukking die tot voorzichtigheid en voorbereidheid aanmaant.
- Doctor Who Christmas Special, ja, het is weer kerst geweest en eerder dan de geboorte van Jezus te vieren, heb ik de uitzending van de nieuwe Doctor Who gevierd. Een uur van vermaak om duimen en vingers bij af te likken. In een 19e eeuws Londen, van een vrolijke eerste twintig minuten met leuke zelfreferenties en -spot, naar een duisterder midden - een beetje dood en trauma - tot een over-the-top finale die steampunk, een luchtballon en de volgende gevleugelde woorden bevat:
This is nonsense. [...] Complete and utter and wonderful nonsense. Oh. Very, very silly.
En dat, mijn vrienden, is Doctor Who ten voeten uit.
Alvast een gelukkig nieuwjaar.
Abonneren op:
Posts (Atom)